Meer
Publicatiedatum: 16-04-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Inleiding

Het weerstandsvermogen is nodig om risico’s in de exploitatie op te vangen: zonder weerstandsvermogen levert iedere tegenvaller een probleem op bij een sluitende begroting. Hoe hoger de risico’s, hoe hoger de weerstandscapaciteit (bijvoorbeeld reserves of ruimte in tarieven) moet zijn. Het gaat hier dus om de robuustheid van de begroting. 

Deze paragraaf beschrijft de risico’s waarmee de gemeente geconfronteerd kan worden, welke financiële buffers daar tegenover staan en hoe de risico’s beheerst kunnen worden.

De paragraaf bestaat uit de volgende delen:

  1. Beleidskader;
  2. Structurele weerstandscapaciteit;
  3. Incidentele weerstandscapaciteit;
  4. Conclusie weerstandscapaciteit;
  5. Risicobeheersing;
  6. Relatie tussen risico’s en weerstandscapaciteit;
  7. Weerstandsratio en  kengetallen.

Artikel 11 van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) beschrijft het volgende over het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.
 
De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat tenminste:

  • Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
  • Een inventarisatie van de risico’s;
  • Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s;
  • Een kengetal voor de netto schuldquote, netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit;
  • Een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.
     

De weerstandscapaciteit van een gemeente is de buffer die aanwezig moet zijn om mogelijke risico’s af te kunnen dekken. Het gaat hierbij om het vermogen dat aanwezig is om risico’s financieel af te kunnen dekken, zonder dat de bedrijfsvoering in gevaar komt.
Dit in de wetenschap dat de risico’s zich nooit allemaal tegelijk zullen voordoen.
De vragen die we ons stellen zijn:

  • Heeft de gemeente de mogelijkheid om bij een sterke daling van het eigen vermogen de tarieven te verhogen?
  • Zijn er mogelijkheden om de kosten die nu binnen de bestemmingsreserves worden afgedekt binnen de reguliere begroting te dekken?

De gemeente Heerde wil daarbij structurele risico’s afdekken met structurele weerstandscapaciteit en incidentele risico’s afdekken met incidentele weerstandscapaciteit.
 
Bij de behandeling van de laatste nota van reserves en voorzieningen is afgesproken dat de beleidsuitgangspunten met betrekking tot het weerstandsvermogen overzichtelijk in beeld gebracht gaan worden. Deze worden hieronder opgesomd.

De basis van de grootte van ons structureel weerstandsvermogen is de ruimte die er nog is in de OZB tarieven tot aan de artikel 12 norm. Hierbij baseren wij ons op provinciale gegevens.

De tijdelijke reserves worden niet meegenomen als weerstandscapaciteit. Deze tijdelijke reserves zijn bedoeld voor budgetoverheveling van het ene jaar naar het ander jaar. De reserve wordt dan gebruikt als de activiteit in het daaropvolgende jaar wordt uitgevoerd.
 
Onze totale reservepositie wordt ingezet als weerstandscapaciteit. Verder zijn de tijdelijke reserves uitgezonderd (zoals hierboven staat toegelicht).
 
De post onvoorzien in de exploitatie wordt niet meegenomen als weerstandscapaciteit omdat deze post bedoeld is om de begroting op een soepele manier uit te voeren en in eerste instantie niet om risico’s op te vangen.
 
Stille reserves worden alleen meegenomen als weerstandsvermogen als deze binnen 2 jaar liquide (dus in geld zijn om te zetten) zijn te maken.

De risico top 8 in deze paragraaf zullen worden toegelicht met:

  • Een omschrijving van het risico;
  • De hoogte van het risicobedrag (alleen boven de  50.000,-);
  • Wijze van berekening van het risicobedrag;
  • De maatregelen ter beheersing van het risico.

De weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s wordt zichtbaar gemaakt in een tabel en tevens uitgedrukt in een weerstandsratio. 

De raad heeft op 9 maart 2015 bij de behandeling van de nota reserves en voorzieningen 2015 de beleidslijn uitgesproken dat bij toekomstige jaarrekeningoverschotten zo veel als mogelijk bedragen toegevoegd worden aan de Algemene Reserve, om zodoende het solvabiliteitspercentage toe te laten nemen. Het toevoegen aan de reserve zal steeds per expliciete besluitvorming worden voorgelegd aan de raad.

 

Weerstandscapaciteit

Structurele weerstandscapaciteit
Structurele weerstandscapaciteit is het vermogen om onverwachte structurele tegenvallers in de begroting (bijvoorbeeld een hogere uitgave voor de WWB of een lagere Algemene Uitkering) op te vangen, zonder dat dit gevolgen heeft voor de voortzetting van de taken.
De gemeente Heerde heeft op de OZB-heffing na, nagenoeg geen resterende structurele belastingcapaciteit meer. De afvalstoffenheffing, rioolheffing en begrafenisrechten zijn maximaal kostendekkend en kunnen niet meer worden verhoogd. Om de weerstandcapaciteit te beïnvloeden kunnen ook de kosten worden verlaagd. In 2018 is een nieuw ronde in gang gezet om te komen tot bezuinigingen.
Er is geen maximum gebonden aan het tarief van de OZB, maar er is wel een macronorm om er voor te zorgen dat er landelijk niet boven de norm OZB geheven wordt. Er volgt dan mogelijk een korting op de Algemene Uitkering.
De structurele ruimte in de OZB-tarieven die er volgens de artikel 12 norm nog aanwezig is, is € 902.000,-. Deze gegevens zijn verstrekt door de provincie Gelderland en zijn gebaseerd op de begroting 2018.
De structurele risico’s in deze paragraaf (zonder de grondexploitatie) zijn € 1.064.000,-. Afgezet tegen de € 902.000,- ruimte die we nog hebben, kan de conclusie getrokken worden dat wij onvoldoende structurele middelen hebben om de structurele risico’s te dekken.
Maar, het ramen van deze risico’s moet wel in het juiste perspectief worden gezien. Het is nog geen uitgaaf en niet alle risico’s zullen zich naar verwachting op hetzelfde moment voordoen

Onvoorzien
Soms wordt ook de post onvoorzien als structurele weerstandscapaciteit gezien. In Heerde is de post onvoorzien voor het jaar 2019 geraamd op € 50.000,-.
In feite is deze post bedoeld om de begroting op een soepele manier uit te voeren en in eerste instantie niet om risico’s op te vangen. Voor bepaling van de weerstandscapaciteit is onvoorzien daarom niet meegenomen.

 Incidentele weerstandscapaciteit
Incidentele weerstandscapaciteit is het vermogen om onverwachte eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken. De incidentele weerstandscapaciteit valt samen met de reserves.
De geraamde reservepositie is € 19,4 miljoen per 1 januari 2019. Hierbij wordt geen rekening gehouden met tijdelijke reserves.

 

Ontwikkeling reserves

Hieronder volgt de ontwikkeling van de totale reserves (in milj.)

                                      2016    2017    2018    2019    2020    2021    2022

Reserves                   16,6    18,7       20,7      19,4       20,4     20,9      21,7 

Algemene reserve
De Algemene Reserve bestaat uit de Algemene Reserve en de Algemene Reserve Grondexploitatie. De Algemene Reserve is bedoeld om risico’s in de gewone exploitatie op te vangen en de Reserve Grondexploitatie die van de grondexploitatie.
 
Bestemmingsreserves
Bestemmingsreserves hebben, zoals de naam al aangeeft, een bestemming voor kosten in de exploitatie. Het bovenstaande overzicht laat zien dat er 10,1 miljoen miljoen aan bestemmingsreserves zijn.
 
Stille reserves
Er zijn stille reserves als de marktwaarde van de bezittingen (activa) de boekwaarde daarvan overstijgt. In principe dragen stille reserves bij aan de weerstandscapaciteit: bij een substantiële tegenvaller kan een deel van de bezittingen worden verkocht tegen een hogere waarde dan de boekwaarde, waardoor boekwinst ontstaat. Deze boekwinst kan gebruikt worden om de tegenvaller op te vangen. Ook investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut kunnen worden gezien als stille reserves, omdat deze investeringen niet alle geactiveerd kunnen worden. Maar er is alleen sprake van stille reserves als ze op korte termijn (binnen 2 jaar) liquide gemaakt kunnen worden, om meegeteld te mogen worden voor de weerstandscapaciteit. Zo is vrije verkoop van onroerend goed niet aan de orde als de gebouwen worden gebruikt voor de eigen huisvesting. Op dit moment staan een aantal vrijkomende locaties te koop. Deze locaties hebben nog een boekwaarde en ze worden verkocht door middel van uitnodigingsplanologie. Verder zijn er nog een aantal groenstroken & restgronden te koop. De verwachting is dat deze beide posten tezamen (vrijkomende locaties en groenstroken & reststroken) op korte termijn een opbrengst gaan halen van € 50.000,-. De stille reserve kan dus bepaald worden op deze € 50.000,-.

Conclusie weerstandscapaciteit
Structureel:
De totale structurele weerstandscapaciteit wordt bepaald op de ruimte die Heerde heeft in zijn OZB tarieven tot artikel 12 norm, zijnde € 902.000,-.
Incidenteel:
De incidentele weerstandscapaciteit heeft een omvang van € 19,4 miljoen en is aanwezig in de reserves en stille reserve.

 

Risicobeheersing

Deze paragraaf bevat de top 8  risico’s (volgorde van groot risico naar klein).

In de top 8  is aangegeven:

  • Omschrijving (van het risico);
  • Hoogte van het risicobedrag (alleen boven de  50.000,-);
  • Wijze van berekening;
  • Beheersing van het risico.

    Voor sommige risico’s is het moeilijk een risicopercentage te berekenen. Dat is dan aangegeven. Toch wordt er dan een risicobedrag berekend zodat voorzichtigheidshalve in de reservepositie wel rekening wordt gehouden met tegenvallers.

1. Bedrijvenpark Hattemerbroek BV
 Omschrijving

De gemeenten Hattem, Heerde en Oldebroek hebben een samenwerkingsovereenkomst voor het realiseren en exploiteren van een bedrijvenpark. Het bedrijvenpark richt zich vooral op het aantrekken van bedrijven in de logistieke sector. Om dat te realiseren is het bedrijvenpark aangewezen als ‘bovenregionaal’ bedrijventerrein. De (nieuwe) bestemmingsplannen voor beide plandelen (Oldebroek en Hattem) en voor een nieuw op- en afrittenstelsel als aansluiting van het bedrijvenpark op de A28 zijn in september 2018 vastgesteld.

Grondexploitatie
Jaarlijks wordt de grondexploitatieberekening geactualiseerd. De uitkomst (contante waarde) van de op 31 mei 2018 vastgestelde berekening is € 1.003.000,- negatief. Voor dit geprognosticeerde verlies hebben de gemeenten een verliesvoorziening van € 335.000,- per gemeente.

Garantstellingen
Wij staan garant voor (de dekking van) een deel van de financiering van het nieuwe op en afrittenstelsel. De garantstelling is € 1 miljoen per gemeente. Daarvoor is een bestemmingsreserve beschikbaar van € 430.000,-. Het resterende bedrag van de garantstelling (€ 570.000,-) is opgenomen in het risicoprofiel. Er wordt gezocht naar mogelijkheden om deze garantstelling zoveel als mogelijk in te vullen met bijdragen van derden.
De gemeenten staan garant voor de leningen die door financiers aan het Bedrijvenpark H2O zijn verstrekt. De totale garantstelling is € 39 miljoen. Elk van de drie gemeenten staan garant voor een derde deel van dat bedrag. Wij hebben het risico van de garantstelling bepaald op 10% van het bedrag waarvoor we garant staan

Hoogte van het risicobedrag
Het risicobedrag is vastgesteld op € 1.870.000,-.

Wijze van berekening
Door elk van de drie gemeenten is voor een bedrag van € 13 miljoen aan garantstelling ten opzichte van financiers verleend. Het risicobedrag is 10% van deze € 13 miljoen.
Door elk van de drie gemeenten is voor een bedrag van € 1 miljoen garantstelling verleend voor (de dekking van) een deel van de financiering van het nieuwe op- en afrittenstelsel. Voor een bijdrage in de kosten van de afslag is een bestemmingsreserve gevormd van € 430.000,-. Het overige deel van de garantstelling (€ 570.000,-) is meegenomen als risico.

Beheersing van het risico
Om de risico’s te beheersen wordt er jaarlijks een risicomanagementrapportage opgesteld voor de betrokken gemeenten en wordt jaarlijks een grondexploitatieberekening en een liquiditeitsprognose gemaakt door het Bedrijvenpark.

2. Algemene Uitkering
Omschrijving
Een belangrijk risico vormt de stabiliteit van onze belangrijkste bron van inkomsten: De Algemene Uitkering. Deze Algemene Uitkering is een onderdeel van het gemeentefonds. Het gemeentefonds betreft 61% inkomsten inclusief de 3 decentralisaties, ten opzichte van het totaal baten in de exploitatie. Gemeenten zijn afgelopen jaren geconfronteerd met diverse opkomende taakstellende kortingen zoals de forse korting in verband met het niet doorgaan van de afschaffing van het BTW-Compensatiefonds en de korting Onderwijshuisvesting. En nog steeds zijn er diverse onzekerheden met betrekking tot het correct ramen van de algemene uitkering. We benoemen:

  • Het ingebouwde plafond BTW-compensatiefonds van 3,2 miljard;
  • Uitname uit het gemeentefonds oplopend tot € 975 miljoen voor lagere apparaatskosten in verband met opschaling tot 100-150 gemeenten in het jaar 2025;
  • Steeds wisselende uitkeringsfactoren;
  • Ontwikkelingen in accressen, afhankelijk van de uitgaven van het Rijk;
  • Aanpassingen van maatstaven en bijbehorende tarieven. In het bijzonder kunnen hier de forse schommelingen van het aantal bijstandsontvangers genoemd worden.
  • Nieuwe definitie van het begrip woonplaatsbeginsel voor het budget Voogdij en 18+, ingaande 2020
  • Aanzuigende werking in het Sociaal Domein door verlaging van het abonnementstarief
  • Mogelijke herverdeeleffecten op langere termijn van de overheveling van onderdelen van het Sociaal Domein naar de maatstaven van de Algemene Uitkering.

Hoogte van het risicobedrag
Wij berekenen het risico voor het maken van een juiste raming op € 444.000,-.

Wijze van berekening
Van veel van de bovengenoemde risico’s is het niet mogelijk een reële schatting te maken. Het risicobedrag is daarom berekend door het risico te schatten op 3% van de Algemene Uitkering van afgerond € 14,8 miljoen.
Dit percentage is een langjarig gemiddelde van het accres. Accres is de jaarlijkse toevoeging aan het fonds dat in de pas loopt met de ontwikkelingen in de rijksbegroting.

Beheersing van het risico
Een individuele gemeente kan nauwelijks invloed uitoefenen op de hoogte van de uitkering. Vrijwel maandelijks ontvangt de gemeente specificaties waarin wijzigingen in maatstaven en tarieven staan. Deze ontwikkelingen worden goed in de gaten gehouden. Waar nodig zal een verklaring voor verschillen gezocht moeten worden en anders actie ondernomen moeten worden. Verder worden er jaarlijks minimaal drie circulaires uitgegeven waarin de nieuwste gegevens en ontwikkelingen staan. Op basis van deze circulaires kunnen gemeenten een nieuwe berekening maken van de Algemene Uitkering. Voor deze berekening wordt gebruik gemaakt van het programma Pauw van Frontin Pauw. Via nieuwsbrieven geeft deze organisatie ook tips en belangrijke aandachtspunten mee voor de berekeningen. Naar aanleiding van deze nieuwe berekeningen wordt de begroting overeenkomstig aangepast.

3. Grondexploitatie
Omschrijving
De grondexploitatie is een onderdeel van de totale gemeentelijke exploitatie. Het is een activiteit waar veel geld in omgaat en veel risico’s gelopen worden. In de begroting 2019 zijn 6 gemeentelijke complexen opgenomen die in uitvoering zijn. (zie ook de paragraaf Grondbeleid en het MPG dat vertrouwelijk bij de stukken ter inzage ligt).

Hoogte van het risicobedrag:
A. Risico’s in complexen:

  • reeds lopende complexen (vakterm is “IEGG in exploitatie genomen gronden”)
    Over het totaal van de 6 complexen met een boekwaarde van ad. € 6.336.000,- wordt een risicobedrag berekend van gem. 3%. Het risicobedrag is € 190.000,-.

 

B. Overige risico’s zoals:

  • niet nakomen van verplichtingen door derden op grond van exploitatieovereenkomsten,
  • gewijzigde omstandigheden na vaststelling exploitatiebijdragen,
  • calculatierisico’s,
  • planschadevergoedingen.
  • invoering Vennootschapsbelasting (VPB) dat vooral voor de grondexploitaties grote gevolgen kan hebben.

De overige risico’s worden bepaald op € 200.000,-.
Benodigd weerstandsvermogen Grondexploitatie A + B is € 390.000,-.

Wijze van berekening
Bij grondexploitaties die in exploitatie zijn genomen (IEGG) wordt de geactualiseerde grondexploitatieberekening als basis genomen voor de risicoberekening. In deze exploitatieberekening wordt een reële schatting gemaakt van de kosten, verkoopprijzen en fasering van de verkoop van de gronden. Deze schatting wordt onder andere gemaakt door het uitgiftetempo van de te verkopen gronden te beoordelen, de ontwikkelingen van marktomstandigheden te bekijken zoals de doorstroming op de huizenmarkt, hoogte van hypotheekrente, maatregelen van hypotheekverstrekkers enz.
Het risico wordt bepaald met behulp van de Monte Carlo methode. De optelsom van alle risico’s van alle complexen wordt hierboven onder “hoogte van het risicobedrag” vermeld. De berekeningen zijn om strategische redenen niet openbaar.

Beheersing van het risico
Om de risico’s te beheersen is het beleid dat de grondexploitatieberekeningen 2 maal per jaar worden herzien. De resultaten van de berekeningen worden opgenomen in het MPG (Meerjaren Prognose Grondexploitatie). Dit verslag wordt u aangeboden bij het vaststellen van de jaarrekening en de najaarsnota.

4. Loon en prijspeil
Omschrijving
De begroting 2019 is gebaseerd op het loon- en prijspeil van het jaar 2018. Er wordt geraamd op basis van de meest actuele CAO. Voor 2019 betekent dit een stijging van 3,5% ten opzichte van 2018. Tevens is de werkkostenregeling in de raming opgenomen.
Voor prijsstijgingen wordt het indexcijfer uit de Meicirculaire gehanteerd (2,4%).

Hoogte van het risicobedrag
Het risicobedrag voor de loonkosten is € 109.000,- en voor prijsstijgingen is dit € 106.000,-.

Wijze van berekening
De berekening van het risicobedrag voor de loonkosten is gemaakt door 1% van de loonsom van € 10.900.000,- te nemen (incl. inhuur derden). De berekening voor die van de prijsstijgingen is gemaakt door 1% te nemen van de uitgaven aan derden, exclusief subsidies. Voor 2019 is dit een bedrag van € 10.600.000,-.

Beheersing van het risico
Op de hoogte van loonkosten en prijsstijgingen heeft de gemeente geen invloed.
De begroting wordt gebaseerd op de indexcijfers die het rijk afgeeft in de meicirculaire van de Algemene Uitkering. Bij het opstellen van de voorjaars- en najaarsnota wordt de vinger aan de pols gehouden met betrekking tot deze ontwikkelingen en zo nodig de begroting aangepast.

5. Wonen in een geschikte woning (onderdeel van de Wmo)
Omschrijving
Gemeenten hebben de wettelijke opdracht om de zelfredzaamheid en participatie van haar inwoners te bevorderen en ondersteunen, opdat de inwoner zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven wonen. De woning waarin de inwoner woont, moet geschikt zijn om in te wonen ondanks diens beperkingen.

Hoogte van het risicobedrag
Het risicobedrag wordt vastgesteld op € 150.000,-.

Wijze van berekening
Het risico wordt geschat op 2 dure woningaanpassingen van € 75.000,-.

Beheersing van het risico
Dit risico is niet te beheersen. De WMO 2015 verplicht gemeenten, in een situatie waarin een cliënt niet zelf zorg kan dragen voor een geschikte woning, ondersteuning te bieden bij het realiseren van een bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan een woonruimte. De ondersteuning is erop gericht een cliënt in staat te stellen de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren en een gestructureerd huishouden te voeren. Er wordt uitgegaan van een ‘wooncarrière’, waarbij de woning wordt aangepast op de levensfase. Daarbij mag er van uit worden gegaan dat in redelijkheid rekening wordt gehouden met bekende beperkingen, ook wat betreft de voorzienbare ontwikkeling van die beperkingen.

Als uit de beoordeling van het college blijkt dat het wonen in een geschikt huis ook is te bereiken via een verhuizing, dan heeft dit de voorkeur. Dit is uiteraard alleen aan de orde als verhuizen de goedkoopst adequate oplossing is.

6. Inkomensdeel van de Participatiewet
De WWB is vanaf 1 januari 2015 vervangen door de Participatiewet. De financieringssystematiek is vergelijkbaar en daarmee ook het risico (een open eind financiering).

Het inkomensdeel van de Participatiewet is een post die moeilijk is te beïnvloeden, al is ons proces zo ingericht dat inwoners die een beroep doen op bijstandsverlening voor levensonderhoud vanaf het eerste moment worden gestimuleerd om actief te (blijven) zoeken naar betaald werk. Wettelijk is bepaald dat alle bijstandsaanvragen in een jaar moeten worden gehonoreerd. Er kan geen invloed worden uitgeoefend op de hoogte van deze kosten.

Met ingang van 2015 wordt het budget niet langer alleen bepaald door de T-2 systematiek maar voor een deel ook door een objectief verdeelmodel, het zgn. BUIG budget. Op basis van objectieve factoren en een statistische analyse wordt een schatting gemaakt wat gemeenten uit gaan geven aan uitkeringen. Als een gemeente minder uitgeeft dan dit model dan mag een gemeente dit verschil houden, maar als er meer wordt uitgegeven is het tekort voor de eerste 7,5% voor eigen rekening en als blijkt dat er sprake is van een nog grotere overschrijding dan is nogmaals 2,5% van het BUIG budget voor eigen rekening. Als er sprake is van een grotere overschrijding wordt het meerdere vergoed door het Rijk wanneer de gemeente haar beleid om inwoners aan werk te helpen op orde heeft en de aanvraagprocedure zorgvuldig is doorlopen. Dit is de zogenaamde Vangnetuitkering. Jaarlijks wordt, indien van toepassing, de notitie Vangnetuitkering Participatiewet waarin dit beleid is vastgelegd is door de gemeenteraad vastgesteld.

Hoogte van het risicobedrag
Het risicobedrag wordt vastgesteld op € 130.000,-.

Wijze van berekening
De beschikking van het BUIG budget over het jaar 2019 komt pas in oktober binnen en betreft dan ook nog een voorlopig bedrag. Daarom wordt het risicobedrag gebaseerd op het meest recente gegeven. Dat is de verwachte overschrijding over het jaar 2018 van afgerond € 130.000,-.

Beheersing van het risico
Het beheersen van het aantal uitkeringsgerechtigden is alleen mogelijk door een intensief beleid gericht op uitstroom. Dit vindt plaats in de Pilot Werk.

7. Omgevingsvergunningen (onderdeel van de WABO)
Omschrijving
De ontvangsten van leges bouwvergunningen (onderdeel van de WABO) hebben een grillig verloop.
Het is moeilijk te voorspellen hoeveel bouwaanvragen er in een jaar binnen komen. Dit is erg afhankelijk van de woningbouw, het aantal verbouwingen en overige bouwprojecten.

Hoogte van het risicobedrag
Wij stellen het risicobedrag voor de komende jaren vast op € 125.000,-.

Wijze van berekening
In de begroting 2019 is een bedrag geraamd van € 500.000,-. Het risicobedrag is berekend door 25% van deze € 400.000,- als risico te zien. Dit percentage is moeilijk te onderbouwen, maar op deze manier wordt er in de reservepositie van de gemeente wel rekening gehouden met tegenvallers voor deze post.

Beheersing van het risico
Bij de voorjaars- en najaarsnota worden de resultaten en de ontwikkelingen in beeld gebracht en wordt er op basis van de beschikbare informatie een extrapolatie gemaakt van de verwachte inkomsten, waarop het budget wordt aangepast.

8. Gemeenschappelijke regeling Lucrato
Omschrijving
De raad heeft op 11 juni 2018 het raadsvoorstel behandeld over de jaarstukken Feluagroep / Lucrato en de bijbehorende Meerjarenbegroting 2019-2022.

In dit raadsvoorstel wordt melding gemaakt van de tekorten die zijn te verwachten vanuit deze Gemeenschappelijke regeling. Voor de jaren 2019-2022 is in de Meerjarenbegroting van Lucrato respectievelijk: € 1,4 miljoen, € 2,7 miljoen, € 2,2 miljoen en € 1,8 miljoen opgenomen als aanvullende (gemeentelijke en/of Rijks) bijdrage. In de Gemeenschappelijke Regeling Lucrato is vastgelegd dat de deelnemende gemeenten moeten zorgen dat Lucrato over voldoende financiële middelen beschikt om aan haar verplichtingen te kunnen voldoen.

Voor de gemeente Heerde betekent dit dat wij voor deze tekorten voor de jaren 2020-2022 respectievelijk € 206.000,-; € 169.000,- en € 137.000,- hebben opgenomen in onze concept Perspectiefnota. Voor het jaar 2019 wordt voor het tekort een risico geraamd van € 110.000,-.

Hoogte van het risicobedrag
Het risico bedraagt circa € 110.000,-.

Wijze van berekening
Ons aandeel in de GR x het tekort van 2019 is 7,6% x € 1,4 miljoen is afgerond € 110.000,-.

Beheersing van het risico
Er zullen door Lucrato scenario’s dienen te worden uitgewerkt om er voor te zorgen dat die extra aanvullende bijdrage van de gemeenten niet nodig is in 2019. In het raadsvoorstel is afgesproken dat dit risicobedrag meegenomen wordt in deze paragraaf.

Voor een overzicht wordt hier een tabel met alle risico’s gepresenteerd:

Resumé risico's
In totaal becijferen we het structurele risico op € 1.064.000,- en het incidentele risico op € 2.370.000,-.

Relatie tussen risico's en weerstandscapaciteit

Relatie tussen risico’s en de weerstandscapaciteit
Hieronder wordt in een tabel aangegeven hoe de risico’s in verhouding staan ten opzichte van de weerstandscapaciteit. De conclusie is dat de weerstandscapaciteit structureel niet en incidenteel wel afdoende is.

Structurele weerstandcapaciteit:
De in deze paragraaf berekende structurele risico’s zijn € 1.064.000,-. Afgezet tegen de € 902.000,- ruimte die we nog hebben in onze OZB tarieven tegen artikel 12 norm kan de conclusie getrokken worden dat wij die ruimte niet hebben.
Maar, het ramen van deze risico’s moet wel in het juiste perspectief worden gezien. Het is nog geen uitgaaf en niet alle risico’s zullen zich naar verwachting op hetzelfde moment voordoen.

Incidentele weerstandscapaciteit:
De in deze paragraaf berekende incidentele risico’s zijn € 2.370.000,-. Deze risico’s moeten afgedekt worden door de reserve Grondexploitatie van € 4,4 miljoen. Zoals het overzicht laat zien is dit voldoende.

 

Kengetallen en Weerstandsratio

Kengetallen
Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeente (BBV), geeft aan dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing kengetallen opgenomen worden. De op te nemen kengetallen zijn: netto schuldquote, netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. Doel is om het voor raadsleden eenvoudiger te maken om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente Heerde.

De meerjarige kengetallen laten een lichte verbetering zien waarbij vooral opvalt dat de schuldquote afneemt, de solvabiliteitsratio toeneemt en de financiële risico’s van de grondexploitaties verder dalen.

Toelichting:
1a. Netto schuldquote
De netto schuld geeft de verhouding weer van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de baten. De netto schuldquote geeft een indicatie van de zwaarte van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Onze gemeente scoort hier gemiddeld en vanaf het jaar 2021 verbetert dit kengetal.

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
Om inzicht te krijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De manier waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dit verschil dat ook alle verstrekte leningen worden opgenomen. De verstrekte leningen betreffen doorgeleend geld aan Vitens en aan de ROVA. Onze gemeente scoort hier gemiddeld en vanaf het jaar 2021 verbetert dit kengetal.

2. Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. In het algemeen wordt een getal onder de 20% als risicovol gezien en boven de 50% als veilig. Onze gemeente scoort hier gemiddeld. De toename van dit kengetal komt door toevoeging van de precariorechten maar ook door daling van het balanstotaal dat een onderdeel is van de berekening.

3. Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Om de structurele lasten en baten te bepalen worden de incidentele lasten en baten van de totale lasten en baten afgetrokken.
De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Onze gemeente scoort hier gemiddeld.

4. Grondexploitatie
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Voor de berekening van dit kengetal wordt de boekwaarde van de bouwgrond in exploitatie gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken en uitgedrukt in een percentage. Het risicopercentage in onze gemeente is laag en daalt nog verder doordat het einde van de grondcomplexen in beeld gaat komen.
De deelname van Heerde aan het gezamenlijk bedrijventerrein is hier niet meegerekend. Dit is namelijk geen grondexploitatie van de gemeente zelf.

5. Belastingcapaciteit
De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde, de rioolheffing en afvalstoffenheffing. Dit wordt afgezet tegen de gemiddelde woonlasten in Nederland in het voorafgaande jaar. Onze gemeente scoort een hoog kengetal voor de gemiddelde woonlasten.

Weerstandsratio
De weerstandsratio is een kengetal dat aangeeft in welke mate de gemeente in staat is om risico’s op te vangen. Dit kengetal wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Eenvoudig gezegd betekent dit: welk bedrag is berekend aan risico’s en welk bedrag is er om deze risico’s af te dekken. In dit overzicht worden twee kengetallen gegeven. De eerste is het weerstandsratio in relatie tot de totale reservepositie en de tweede is het weerstandsratio in relatie tot alleen de reserve Grondexploitatie. De conclusie van beide kengetallen is dat de risico’s ruim afgedekt worden door de reserves.

 

 

Paragraaf Grondbeleid

Paragraaf Grondbeleid

Deze paragraaf gaat over de exploitatie van de (bouw)gronden die de gemeente in eigendom heeft –als ware de gemeente een bedrijf. De paragraaf hangt sterk samen met het programma Openbare Ruimte. In dat programma staan de beoogde maatschappelijke effecten en de lasten en baten. In deze paragraaf wordt het achterliggende beleid vanuit een meer financieel technisch perspectief beschreven, volgens de eisen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Daarnaast is er een relatie met de paragraaf Weerstandsvermogen. In die paragraaf staan onder andere de risico’s van bouwgrondexploitatie in relatie tot het weerstandsvermogen.
Grondexploitatie is het proces waarbij grond wordt aangekocht, bouwrijp wordt gemaakt en rioleringen en wegen worden aangelegd, om vervolgens de grond te verkopen voor de bouw van woningen of bedrijven.

Het volgende is van groot belang:

  • Beoordelen van financiële haalbaarheid;
  • Scenarioanalyse;
  • Analyseren knelpunten en risico’s;
  • Uitgangspunten voor beheersing en bewaking.

Omdat er grote sommen geld in grondexploitaties omgaan heeft het grondbeleid een groot financieel impact. De eventuele baten, maar vooral de bepaling van de financiële risico’s zijn erg belangrijk voor de financiële positie van de gemeente.

Beleidskader

Het gaat in het grondbeleid om de ontwikkeling van gronden die in eigendom zijn van de gemeente. De mogelijkheden voor ontwikkeling worden beperkt door het planologisch kader, waarover meer in programma 3, (Openbare) ruimte, ondernemen en wonen. Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft voor dat de gemeente in de paragraaf Grondbeleid: 

  • De visie neerlegt op het grondbeleid;
  • Een aanwijzing van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert;
  • Een prognose geeft van de resultaten van de grondexploitatie;
  • De geraamde winstneming onderbouwt;
  • Beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken formuleert in relatie tot de risico’s.

Grondbeleid

Wat is “grondbeleid”?
Onder grondbeleid wordt verstaan: “het op een zodanige wijze handhaven van het bestaand grondgebruik, dan wel het realiseren van gewenste veranderingen in dit grondgebruik, dat dit past in de door de gemeente geformuleerde doelstellingen in het kader van ruimtelijke ordening”.

Beleidsintenties college
In mei 2018 hebben de fractievoorzitters van de raad en de collegeleden het Collegeprogramma 2018-2022 “Samen duurzaam verbinden” ondertekend.
In dit programma is in het onderdeel Bouwen en Wonen de beleidsintenties opgenomen met betrekking tot de uitvoering de paragraaf Grondbeleid. De volgende intenties zijn uitgesproken:

Wat willen we bereiken?

  • Voldoende betaalbare koop- en huurwoningen, verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en duurzame nieuw gebouwde woningen
  • partijen die weten wat de woningbehoefte is, nemen deel aan het overleg om de woningbouwagenda te bepalen.


Wat blijven we er voor doen?

  • De woonvisie en het woningbehoefteonderzoek moet operationeel gemaakt worden om het leidend beginsel te zijn voor afspraken met eigenaren van sociale woningbouw en initiatiefnemers voor nieuwbouw;
  • Plannen voor duurzame nieuwbouw of verduurzaming van bestaande woningen faciliteren.
  • Starterslening aanbieden;
  • Prestatieafspraken met eigenaren van sociale woningbouw maken;
  • Vervangende nieuwbouw in het buitengebied mogelijk maken voor zover het de kwaliteit van het gebied verbetert.

Wat gaan we er nog meer voor doen?

  • Inventarisatie (gereed eind 2019) van de inbreidings- en uitbreidingslocatie in alle kernen en het voortvarend oppakken van zoeklocaties;
  • Blijvend stimuleren en faciliteren van (kleinschalige) nieuwbouwprojecten in de dorpen op inbreidingslocaties met behoud van de identiteit van de dorpen;
  • In de prestatieafspraken en in contacten met ontwikkelaars specifieke aandacht vragen om levensloopbestendig betaalbaar te bouwen voor;
    - jonge inwoners
    - inwoners met een beperking
    - oudere inwoners
    - statushouders
    - inwoners die beschermd moeten wonen;
  • Woningcorporaties en makelaars nemen deel aan het overleg om de woningbouwagenda te bepalen;
  • Woningsplitsing onder voorwaarden toestaan en hiervoor kaders maken;
  • Plannen voor andere (gemeenschappelijke) woonconcepten faciliteren;
  • De mogelijkheden voor het financieel stimuleren van het collectief particulier opdrachtgeverschap door de provincie worden verkend.

Kwantitatieve Opgave Wonen

In het verleden was het Kwalitatief Woningbouw Programma (KWP) van groot belang voor de grondexploitaties van de gemeente. Het was immers in het kader van de actieve grondpolitiek van belang hoeveel woningen de gemeente mocht bouwen op bij haar in bezit zijnde locaties. Hierin is inmiddels het nodige veranderd.

De gemeente is afgestapt van de actieve grondpolitiek. Te ontwikkelen locaties worden aan de markt aangeboden. Er wordt ook niet meer actief gestuurd op de invulling van die locaties, maar in het kader van de uitnodigingsplanologie is het aan de markt om aan te geven welke plannen meerwaarde hebben en of daar vraag naar is. Plannen worden wel getoetst aan de gemeentelijke Woonvisie.

Er is nog wel een bandbreedte waarbinnen ontwikkelingen moeten passen. Het oude KWP bestaat niet meer. Daarvoor in de plaats gekomen is de Kwantitatieve Opgave Wonen. Op grond van de Provinciale Omgevingsverordening mogen er geen nieuwe woonlocaties ontwikkeld worden als die niet passen in door GS vastgestelde Kwantitatieve Opgave Wonen voor de betreffende regio.
In regionaal verband is daarom een bandbreedte afgesproken voor de woningbouwontwikkelingen per gemeente. Voor Heerde geldt een bandbreedte van 620- 750 woningen tot 2024.
In eerste instantie was voor Heerde een gemiddelde uitgetrokken van 685 woningen. Later is dit aantal verhoogd met 69 woningen naar 754 woningen. Dit is echter geen absoluut maximum. Als er marktvraag is en de goede plannen worden ontwikkeld, dan is er ruimte voor meer.
Een deel van die woningen zal nog ontwikkeld worden op reeds in ontwikkeling gebrachte locaties zoals De Bovenkamp in Heerde en De Kolk in Wapenveld.
De rest van de Kwalitatieve Opgave Wonen zal gerealiseerd gaan worden op, door ontwikkelaars en particulieren te ontwikkelen locaties, zoals de vrijkomende schoollocaties en de gemeente werf, maar ook op te herontwikkelen particuliere locaties. Vooralsnog is voor dergelijke ontwikkelingen voldoende ruimte aanwezig.

Notitie Grondzaken

Op 7 februari 2017 heeft het college van B&W, na consultering van de commissie Ruimte op 12 december 2016, ingestemd met de vernieuwde ‘Notitie Grondzaken 2017’. Dit document is eind december 2017 geëvalueerd en geactualiseerd en heet nu “Notitie Grondzaken 2017, versie 2018”. De hoofdlijnen van het gemeentelijk grondbeleid zijn beschreven in de Uitvoeringsparagraaf. De Uitvoeringsparagraaf is een document, dat jaarlijks wordt vastgesteld door de gemeenteraad en de uitwerking van de Structuurvisie betreft. In de Notitie Grondzaken 2017, versie 2018 worden de hoofdlijnen uit de Uitvoeringsparagraaf praktisch vertaald. Dit document heeft als doel om bestuurders, de ambtelijke organisatie en burgers, inzicht te geven in de keuzes die de gemeente Heerde maakt ten aanzien van de grondeigendommen en het bijbehorende instrumentarium. Eind van het jaar 2018 zal opnieuw een evaluatie en actualisatie plaats gaan vinden.

Startersleningen

In 2013 en 2015 heeft de gemeenteraad besloten om de van de provincie ontvangen subsidiegelden op grond van de Stimuleringsregeling Goedkope Woningbouw 2007 – 2010 (de SGW-gelden) volledig in te zetten voor het verstrekken van startersleningen.
Bij raadsbesluit van 6 juli 2015 is de maximale hoogte van de starterslening vastgelegd op 20% van de verwervingskosten met een maximum van € 20.000,-. De maximale verwervingskosten zijn vastgelegd op € 200.000,-. In de afgelopen periode zijn er meer startersleningen verleend. Waarschijnlijk is aantrekkende economie hiervan de oorzaak. Het resterende budget wordt beheerd door het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn). Er zijn nog een paar lopende aanvragen. Eind van 2018 zal een evaluatie van de startersleningen plaatsvinden.

Financiële beschouwing

Eén van de financiële uitgangspunten bij grondexploitatie is het toepassen van het voorzichtigheidsbeginsel. Ook de nieuwe BBV notitie grondexploitatie van maart 2016 gaat er van uit dat dit principe wordt toegepast bij het opstellen van de gemeentelijke begroting en jaarrekening. Winsten worden pas verwerkt in de jaarrekening als deze met voldoende zekerheid vaststaan en zijn gerealiseerd. Verliezen worden direct volledig genomen als deze bekend zijn. Dit betekent dat bij de verwachting van een verlies direct een voorziening getroffen moet worden. Voor winstneming geldt de percentage of completion (Poc)-methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. Indien aan de volgende voorwaarden is voldaan, bestaat er voldoende zekerheid om winst te kunnen nemen:

  1. Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én
  2. De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht; én
  3. De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie gerealiseerd).

In de overige gevallen wordt winst pas genomen bij het sluiten van het complex.

In maart 2016 is een nieuwe notitie Grondexploitatie verschenen. Deze is herzien ten opzichte van die van 2012. In deze herziene notitie worden richtlijnen gegeven en stellige uitspraken gedaan.
Een paar stellige uitspraken zijn:

  • Het startpunt van een nieuwe grondexploitatie gebeurt door een expliciet raadsbesluit met een grondexploitatiebegroting;
  • De looptijd van een grondexploitatie is maximaal 10 jaar;
  • Jaarlijkse herzieningen van grondexploitatiebegrotingen moeten door de raad worden vastgesteld;
  • Er mogen alleen kosten aan de grondexploitaties worden toegerekend als die op de kostensoortenlijst staan van die van de BRO (Besluit Ruimtelijke Ordening);
  • Er mag alleen werkelijke betaalde rente over het Vreemd Vermogen worden toegerekend aan de grondexploitaties. Toerekenen van rente over het Eigen Vermogen is niet meer toegestaan.

Vennootschapsbelasting (VPB)
Met ingang van 1 januari 2016 is de VPB-plicht gaan gelden voor onder andere de gemeentelijke grondexploitaties. Een belangrijke doelstelling van deze wet is een gelijk speelveld maken tussen de overheid en private ondernemingen. Hier zijn al vele notities over geschreven en nog steeds zijn veel zaken (ook landelijk) onduidelijk. Bepaald moet worden of er met grondexploitatie ook winst wordt gemaakt. Zo ja, dan moet over de winst 20% of 25% VPB betaald worden. Hiervoor gelden fiscale “spelregels”. Er is geen voorgeschreven methode en iedere gemeente moet in principe zijn eigen wiel uit vinden.

Om te bepalen of er VPB plicht is, is er een QuickScan gemaakt. Deze geeft voor Heerde aan dat we “door de poort gaan” en VPB-plichtig zijn.
Vervolgens is er een openingsbalans en een jaarwinstberekening (over 2016) gemaakt. De berekening over het eerste jaar 2016 is net bekend geworden (april 2018) en komt uit op een fiscaal verlies van bijna € 100.000,-. Er hoeft geen VPB over het jaar 2016 te worden betaald. De aangifte over het jaar 2017 wordt nu opgepakt. Deze moet voor 1 mei 2019 ingediend zijn bij de Belastingdienst. Het maken van de berekeningen is een ingewikkelde klus en wij worden hierbij ondersteund door een externe partij.

Reserve Grondexploitatie
Overzicht reserve van 2018 t/m 2022 in miljoenen euro’s:

Deze reserve loopt op omdat de ontvangsten van de precariorechten deels naar deze reserve gaan. In het jaar 2018 is daarnaast het nadelig jaarrekeningsaldo 2017 en de vorming van de verliesvoorziening H2O verwerkt.

Doorbelastingen naar de Grondexploitatie
Vanuit de exploitatie van de gemeente wordt voor het begrotingsjaar 2019 een bedrag van € 58.400,- geraamd voor ambtelijke inzet voor de grondexploitatie.
Daarnaast is in 2017 en 2018 de afkoopsom Hoogwatergeul aan de desbetreffende reserve toegevoegd.

Daarnaast wordt in 2017 éénmalig de afkoopsom Hoogwatergeul aan deze reserve toegevoegd.

Boekwaarden van de complexen

In de begroting 2019 zijn zes complexen in uitvoering, namelijk Gebiedsontwikkeling Veldweg, Bovenkamp II, de Kolk, de Wezeweg 4, Industrieterrein Eeuwlandseweg Zuid en Industrieterrein Eeuwlandseweg Noord. Hieronder staan de geraamde boekwaarden.
Aan het verloop van de boekwaarden is te zien dat het vermogensbeslag de komende jaren langzaam afneemt.

 

Toelichting op de complexen

Toelichting op de complexen
In exploitatie genomen gronden:
Voor de “in exploitatie genomen gronden” wordt, om deze risico’s te beheersen, twee keer per jaar, bij het opstellen van de Meerjaren Prognose Grondexploitatie (MPG) bij de najaarsnota en bij het opstellen van de jaarrekening, beoordeeld of de uitgangspunten, faseringen en de grondexploitatieopzet aangepast moeten worden. Omdat deze paragraaf openbaar is zijn de toelichtingen minder uitgebreid dan in het niet openbare MPG.

Gebiedsontwikkeling Veldweg
In het noorden van de kern Heerde worden kavels uitgegeven met een woon-werk concept. Dit wil zeggen dat in dit gedeelte van Heerde bedrijfswoningen met kantoor aan huis worden ontwikkeld. Tegenover de gemeentewerf zijn een 7 tal bedrijfskavels gerealiseerd.
Aan de Eeuwlandseweg is voor ca 1,2 ha aan bedrijfskavels beschikbaar, deze zijn verdeeld over 5 kavels. Er zijn nog 4 kavels aan de Eeuwlandsweg vrij beschikbaar.

Bovenkamp II
Ten westen van de nieuwbouwwijk Bovenkamp I, realiseert gemeente Heerde in samenwerking met VOF Bovenkamp II (BPD, Van Wijnen en in een eerder stadium ook Triada Woondiensten) de nieuwe woonwijk Bovenkamp II. In totaal worden er 165 woningen gebouwd, waaronder 22 huurwoningen, 8 levensloopbestendige huurwoningen, 31 starterswoningen, 77 projectmatige woningen en 27 uitgeefbare kavels. Van de vrije kavels worden er 24 door de gemeente en 3 door VOF Bovenkamp II uitgegeven.
De projectmatige woningen worden in zijn geheel door de VOF Bovenkamp II verkocht.

De Kolk
In het noordoosten van Wapenveld, nabij de wijk Ossenkamp bevindt zich de nieuwbouwwijk De Kolk. Het plangebied grenst aan de westzijde aan de woonwijk Ossenkamp. De oostzijde van het plangebied wordt omsloten door de waterloop Nieuwe Wetering en de Werverweg. Aan de noordzijde sluit het plangebied aan op agrarische percelen.
Op 20 september 2010 heeft de raad de grondexploitatie De Kolk vastgesteld. In totaal worden er 100 woningen gebouwd, waarvan 86 projectmatige woningen en 14 vrije kavels bestemd voor zowel vrijstaande als twee-onder-een-kapwoningen. De vrije kavels worden door de gemeente uitgegeven, de projectmatige woningen worden door de projectontwikkelaar (Geveke) verkocht.

Wezeweg 4
Ten zuiden van de in aanbouw zijnde nieuwbouwwijk Bovenkamp II worden door de gemeente bouwkavels uitgegeven ten behoeve van particulier opdrachtgeverschap. Het college heeft op 3 april 2012 de grondexploitatie van het complex Wezeweg 4 vastgesteld. De kavels aan de Wezeweg worden samen met de kavels in de Bovenkamp II te koop aangeboden ten behoeve van particulier opdrachtgeverschap. Twee kavels worden dit jaar verkocht en één kavel is nog beschikbaar.

Eeuwlandseweg Zuid
In het noorden van de kern Heerde wordt aan de Eeuwlandseweg circa 3,0 hectare aan bedrijfskavels gerealiseerd. De grondexploitatie Eeuwlandseweg-Zuid is op 4 juni 2013 door het college vastgesteld. De gemeente biedt slechts één bedrijfskavel te koop aan, de overige gronden zijn van een externe partij en betreffen ca 9 percelen.

Eeuwlandseweg Noord
Dit complex betreft de ontwikkeling van een woon-werklandschap ten noorden van de Eeuwlandseweg. In de raad van 11 november 2013 is de grondexploitatie van deze gebiedsontwikkeling vastgesteld. In totaal zullen op termijn 13 woon-werkkavels worden gerealiseerd. Bij de vaststelling van de grondexploitatie Eeuwlandseweg-Noord is een variant gekozen waarin de ontwikkeling een aantal jaren wordt uitgesteld. Het uitstel is nog steeds actueel.

MPG (Meerjaren Prognose Grondexploitatie)

De commissie BBV heeft de afbakening, definiëring en verslaggevingsregels rondom grondexploitaties kritisch onder de loep genomen. De reden hiervoor is een aantal ontwikkelingen op het gebied van grondexploitaties. Namelijk: de forse afboekingen van gemeenten op grondposities in de afgelopen jaren, de aanbevelingen uit het rapport Vernieuwing BBV over transparantie en vergelijkbaarheid, en de aankomende Omgevingswet. Dit heeft geleid tot een aantal wijzigingen in het BBV en de uitwerking hiervan in notities van de Commissie BBV. De vernieuwde richtlijnen hebben onder andere betrekking op de looptijd van de grondexploitatie, gehanteerde parameters zoals rente en inflatie, kostenverhaal, verliesvoorzieningen en winstnemingen. De wijzigingen leiden tot meer transparantie, eenduidigheid, behoedzaamheid en een vermindering van de administratieve lasten. De nieuwe richtlijnen zijn door het BBV vastgelegd in de ‘Notitie grondexploitaties 2016’. De gemeente volgt deze richtlijnen op de voet en heeft deze inmiddels verwerkt in de grondexploitaties.
De uitkomsten van de geactualiseerde grondexploitaties worden weergegeven in een MPG. Een MPG is een overzicht van de in exploitatie genomen projecten, uitgezet naar tijd, programma en geld.

Doel van het opstellen van een MPG is om de inzicht te verschaffen over de voortgang van de ruimtelijke projecten in termen van:

  • De geactualiseerde exploitaties/prognoses;
  • Afwijkingen ten opzichte van het programma;
  • Financiële afwijkingen ten opzichte van het jaar ervoor;
  • Risico’s;
  • Saldo;
  • Tijdsplanning.

De MPG verschijnt tweemaal per jaar, tegelijkertijd met de jaarrekening en de najaarsnota en is niet openbaar.

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Deze paragraaf beschrijft in hoofdlijnen de onderhoud– en beheerplannen voor de gemeentelijke kapitaalgoederen: wegen, riolering, gebouwen groen en water. In de beheerplannen staan de meerjarige onderhoudsprogramma’s met de financiële middelen die daarbij horen, evenals het gewenste kwaliteitsniveau van de voorzieningen.
De gemeente Heerde beheert een groot oppervlak aan openbare ruimte, waarin wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Hiervoor zijn wegen, riolering, bruggen, openbare verlichting, watergangen, groen, speelplekken, bos en gebouwen nodig. De kwaliteit en het onderhoud van deze kapitaalgoederen is bepalend voor het voorzieningenniveau, het ‘beeld’ van de gemeente en de (jaarlijkse) lasten.
Het grootste deel van de werkzaamheden aan kapitaalgoederen komt voort uit de verantwoordelijkheden van de gemeente als eigenaar en beheerder van de publieke ruimte en van een aantal eigendommen.

Beleidskader
Paragraaf 12 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zegt dat de paragraaf over het onderhoud kapitaalgoederen in elk geval de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouw moet bevatten. Daarvan moeten het beleidskader, de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van de financiële consequenties in de begroting worden beschreven.

De beheerplannen
Riolering
In de gemeente Heerde ligt 248 kilometer hoofdriolering. Hiervan is 102 kilometer drukriolering of persleiding. De overige leidingen zijn vrij vervalleidingen, waarvan het grootste deel een gemengd rioolstelsel is. Op 15 december 2014 heeft de gemeenteraad het Afvalwaterketenplan 2015 t/m 2019 vastgesteld. Dit plan is in samenwerking met het waterschap Veluwe & Vallei en de gemeenten Hattem en Oldebroek gemaakt. De gemeenteraad heeft de ambitie voor het verwerken van afvalwater vastgesteld (beleidsscenario duurzaam toekomstgericht).

Wegen
Voor het wegenbeheer is een geactualiseerd beheerplan opgesteld voor de periode 2013-2022. De gemeente Heerde heeft 245 kilometer weg (exclusief onverharde weg) in beheer. De oppervlakte van deze verharding is 1.350.000 m2. In het beheerplan wegen 2013-2022 staat de financiële behoefte voor het totale onderhoud hiervan. Eenmaal per vijf jaar wordt het beheerplan geactualiseerd. Eind 2018 zal een geactualiseerd beheerplan worden vastgesteld.
Voor het onderhoud van wegen is er structureel een exploitatiebudget van € 580.000,-, gebaseerd op het concept beheerplan 2018-2027 opgenomen. Hierin in rekening gehouden met de areaaluitbreiding als gevolg van de Hoogwatergeul. Het onderhoudsbudget is gebaseerd op de kwaliteitsvisie Openbare Ruimte op onderhoudsniveau C (de ondergrens van verantwoord beheer). Daarnaast is er voor de jaren 2019-2021 een investeringsbudget van € 250.000,- per jaar en voor 2022 van € 150.000,- geraamd voor de reconstructie van wegen voor respectievelijk laatste fase bomenbuurt (2019), Zwaaikolk/Zwaluwkamp/Annenkamp/Wildekampseweg (2020 en 2021) en Bloemstraat (2022).

Kunstwerken
De gemeente beheert 49 bruggen, 4 viaducten, 21 steigers en 133 duikers met toebehoren. De financiële gevolgen voor de instandhouding van deze kunstwerken zijn in beeld Het beheerplan kunstwerken 2013-2017 wordt als gevolg van de areaalwijzigingen Hoogwatergeul en gebiedsontwikkeling Veessen-Wapenveld eerst in 2019 geactualiseerd. Bij deze actualisatie worden ook alle nieuwe bruggen, duikers en aanlegvoorzieningen uit de Hoogwatergeul en gebiedsontwikkeling meegenomen. Het onderhoudsbudget, gebaseerd op niveau C (de ondergrens van verantwoord beheer) conform de door de gemeenteraad vastgestelde kwaliteitsvisie Openbare Ruimte, voor 2019, is door deze nieuwe voorzieningen bijgesteld.

Watergangen
De gemeente beheert ongeveer 105 km watergangen met toebehoren als (kleine) duikers en beschoeiingen. Het beheer hiervan wordt zo uitgevoerd, dat dit een goede waterafvoer bevordert. Voor de watergangen is geen beheerplan aanwezig. De lengte van de watergangen is bekend en voldoende om eenmaal per jaar het uitmaaien te laten uitvoeren.

Openbare verlichting
In de gemeente Heerde staan ongeveer 3.600 lichtpunten. Het huidige beheer richt zich op tijdige vervanging van lichtmasten en armaturen, waarbij het verlichtingsniveau wordt verbeterd en zo mogelijk het energieverbruik verminderd. Het beleidsplan Openbare Verlichting is in 2015 geactualiseerd en vastgesteld. Het geldt voor de periode 2015-2025. Een nader beheerplan is niet nodig om onderhoud en vervanging uit te voeren.

Openbaar groen
De gemeente Heerde onderhoudt 169.135 m2 beplanting, 3.982 meter hagen, 2.861 are intensief gazon, 925 are bermen en ongeveer 17.840 bomen (inventarisatie 2018). Voor het onderhoud van het openbare groen is in 2013 een groenbeleidsplan vastgesteld. In 2015 is de kwaliteitsvisie openbare ruimte vastgesteld. In 2016 is het beheerplan Openbaar Groen 2016-2020 vastgesteld. Het budget is gebaseerd op het onderhoudsniveau C. Naast de groenelementen onderhoudt de gemeente ook 35 speelplekken en 4 speeltuinen, met in totaal 294 toestellen. Voor de speeltuinen worden de verplichte controles uitgevoerd en is de gemeente eindverantwoordelijk voor de onderhoudsstaat. Het onderhoudsniveau is gebaseerd op B omdat bij niveau C minder toestellen bruikbaar zijn.

Bos
De gemeente Heerde beheert zo’n 383 hectare bos en 147,5 hectare overige natuurgebieden. Deze hebben zowel een functie voor de natuur, de recreatie als de houtproductie. Voor de exploitatie is de houtoogst belangrijk. Dit vindt op een duurzame manier plaats, omdat er als regel niet meer wordt geoogst dan dat er jaarlijks bijgroeit. Jaarlijks wordt een beheerplan gemaakt.

Gebouwen
De gemeente is eigenaar van ruim 32 gebouwen (multifunctionele gebouwen, woonhuizen, gemeentehuis, sporthal, gymzalen, sportzaal, brandweerkazerne, diverse scholen en gebouwen op diverse begraafplaatsen).
Er is een beheerplan 2015-2024 opgesteld. In 2019 wordt er een geactualiseerd beheerplan vastgesteld. Op basis van het beheerplan worden de onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Dit gebeurt planmatig, doelmatig en efficiënt. Voorkomen dient te worden dat er (duur) achterstallig onderhoud moet worden uitgevoerd. Jaarlijks worden de gemeentelijke gebouwen geïnspecteerd en volgt er een onderhoudsrapportage. Waar nodig worden vanwege het wettelijk kader gebouwen aangepast aan Arbo-eisen, brandveiligheid en gebruiksvergunningen. De nota accommodatiebeleid is vastgesteld. De nota gaat in op het al of niet afstoten van gebouwen die niet voor de publieke dienst gebruikt worden.

Paragraaf Verbonden partijen

Paragraaf Verbonden partijen

Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Bestuurlijk belang betekent dat de gemeente een zetel in het bestuur heeft van een rechtspersoon of stemrecht heeft. Onder financieel belang wordt verstaan dat de gemeente de ter beschikking gestelde middelen kwijtraakt ingeval van faillissement van de verbonden partij en /of als de financiële problemen bij de verbonden partijen verhaald kunnen worden op de gemeente. In deze paragraaf treft u een overzicht aan van de verbonden partijen en de verwachte financiële en organisatorische ontwikkeling van die verbonden partijen.
Het verstrekken van subsidies aan instellingen valt niet onder het hier bedoelde begrip verbonden partijen, omdat geen sprake is van een bestuurlijke participatie en bij faillissement geen sprake is van juridische aansprakelijkheid.

Het gemeentebestuur (raad en college) van twee of meer gemeenten kunnen afzonderlijk of tezamen een gemeenschappelijke regeling treffen van een of meer belangen van die gemeenten (dit wordt een gemeenschappelijke regeling genoemd).

Beleidskaders
Artikel 15 van het BBV zegt dat de paragraaf betreffende de verbonden partijen tenminste bevat:

  1. de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen die zijn opgenomen in de begroting;
  2. de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen;
  3. de lijst van verbonden partijen.

In de lijst van verbonden partijen wordt tenminste de volgende informatie opgenomen:

  1. de naam en de vestigingsplaats;
  2. het openbaar belang dat op deze wijze behartigd wordt;
  3. het belang dat de provincie onderscheidenlijk de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar;
  4. het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar;
  5. het resultaat van de verbonden partij.

 

Financiële gegevens

 

Verbonden partijen Resultaat 2017 resultaat 2016 Eigen vermogen 2017 Eigen vermogen 2016 Vreemd vermogen 2017 Vreemd vermogen 2016
Gemeenschappelijke regelingen
Lucrato -702.000 155.000 3.718.0000 5.831.000 2.713.000 2.324.000
GGD NOG 193.000 -53.000 3.156.000 2.825.000 2.793.000 3.565.000
Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland 930.000 -212.000 1.775.000 1.386.000 36.553.000 45.714..000
PlusOV 0 148.705 148.705 148.705 3.923.461 1.836.421
Overig
BNG 393.000.000 369.000.000 4.953.000.000 4.486.000.000 135.072.000.000 149.514.000.000
Leisurelands n.n.b. 1.275.000 n.n.b. 56.279.000 n.n.b.

38.436.000

Rova N.V.

7.441.000 9.142.000 36.516.000 35.778.000 47.091.000 50.476.000
Stichting PrOo n.n.b. 29.000 n.n.b. 1.697.000 n.n.b. 3.861.000
Vitens N.V. 81.700.000 82.700.000 533.700.000 489.100.000 1.194.400.000 1.249.200.000

Beleidsvoornemens
Voor 2019 wordt geen generieke wijziging in het beleid ten aanzien van de verbonden partijen voorzien. We blijven werken aan een verbetering van het toezicht en de risicobeheersing.

 

Paragraaf Lokale heffingen

Paragraaf Lokale heffingen

In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de heffingen die de gemeente Heerde oplegt aan burgers, bedrijven en recreatieondernemers. De ontwikkelingen op het gemeentelijk belastinggebied en de voorstellen voor aanpassing van de belastingen en rechten worden geschetst. Afzonderlijk wordt aandacht geschonken aan het kwijtscheldingsbeleid.

De tarieven voor 2019 worden gelijktijdig met de begroting vastgesteld. De in onderstaande overzichten opgenomen begrotingen en tarieven kunnen nog wijzigen. Voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing, begrafenisrechten en leges wordt momenteel een kostenonderbouwing opgesteld. Deze onderbouwing wordt, samen met de nieuwe belastingverordeningen en tarieven, in de decemberraad behandeld. Om die reden zijn bepaalde bedragen voor 2019 nog niet definitief. Deze zijn in onderstaand overzicht in het geel aangeduid.

Lokale lastendruk 2019
De gemiddelde gemeentelijke lasten voor woningen en niet-woningen laten in 2019 de volgende ontwikkeling zien:

 

Per belastingsoort laat de ontwikkeling van de tarieven en de begrote opbrengst de volgende trend zien:

De verhouding in opbrengst tussen de verschillende belastingen kan als volgt in beeld worden gebracht:

 

Toelichting op de belastingen en wijzigingen
Indexatie naar inflatie
De opbrengst van de OZB, de leges en de tarieven voor het jaar 2019 is verhoogd met het inflatiepercentage. Het inflatiepercentage is 2,4%. Dit is gebaseerd op de meicirculaire 2018.

Wijzigingen
Naast de inflatiecorrectie zijn ten opzichte van 2018 de volgende wijzigingen zichtbaar:

OZB
De uitkomsten van de herwaardering voor 2019 zijn op dit moment nog niet bekend. Er is bij de vaststelling van de nieuwe OZB-tarieven dan ook nog geen rekening gehouden met een correctie voor (een stijging of daling van) de WOZ-waarden.

Leges burgerzaken
De verwachte opbrengst valt naar verwachting aanzienlijk lager uit in 2019. Oorzaak hiervan is de 'reisdocumentendip'; in 2014 werd de geldigheidsduur van reisdocumenten verlengd van vijf naar tien jaar. Daardoor is een afname van het aantal aanvragen te verwachten.

Forensenbelasting
In 2018 is besloten om de forensenbelasting af te schaffen, als gevolg van de beperkte opbrengst en het zeer beperkte aantal belastingplichtigen. Voor 2019 wordt derhalve geen opbrengst meer begroot.

Afvalstoffenheffing
Het geraamd aantal huishoudingen dat in de afvalstoffenheffing wordt betrokken is 7.534. De geraamde opbrengst 2019 wordt op dit moment nog doorgerekend in verband met de eis van maximale kostendekkendheid.

Precariobelasting
Uit de wijzing van de Gemeentewet per 1 juli 2017 volgt dat gemeenten waarin op 10 februari 2016 een belastingverordening gold voor het heffen van precariobelasting voor enige openbare werken van algemeen nut, die belasting kunnen blijven heffen tot 1 januari 2022, tot ten hoogste het in die verordening vastgestelde tarief. Anders gezegd mag het tarief na 1 juli 2017 niet hoger zijn dan op 10 februari 2016. Om die reden wordt het tarief voor 2019 vastgesteld op het bedrag zoals dat op 10 februari 2016 gold, te weten € 2,39 per m1. Dit heeft tot gevolg dat de verwachte opbrengst naar € 1.140.000,- moet worden teruggebracht. Deze precariobelasting mag per 1 januari 2022 niet meer worden geheven.

Ombuigingen
Voor het jaar 2019 worden een aantal significante ombuigingen doorgevoerd die invloed hebben op de lokale heffingen. Deze zullen hieronder worden besproken.

Rioolheffing en OZB
In 2019 zal een onttrekking aan de reserve rioolheffing van € 300.000,- worden verdisconteerd in het tarief. Hierdoor zal het tarief van de laagste tariefklasse (voor woningen en kleine bedrijven) sterk dalen. De opbrengst voor de OZB wordt met ditzelfde bedrag verhoogd. Hierdoor vindt een verschuiving plaats die per saldo niet leidt tot een verhoging van de belastingdruk.

Het aantal geraamde rioolaansluitingen bedraagt 8.491. De geraamde opbrengst 2019 wordt op dit moment nog doorgerekend in verband met de eis van maximale kostendekkendheid.

Toeristenbelasting
De toeristenbelasting wordt verhoogd van € 1,00 naar € 1,50 per persoon per nacht. Dit leidt tot een toename van de opbrengst.

Hondenbelasting
Voor belastingjaar 2019 zal weer een hondenbelasting worden ingevoerd. De geschatte opbrengst bedraagt € 60.000,- per jaar en dient mede ter dekking van de kosten van de BOA, die toezicht gaat houden op het naleven van APV-voorschriften met betrekking tot hondenoverlast. Het eerste jaar zal wel gepaard gaan met de nodige perceptiekosten.

Leges omgevingsvergunningen
Voorlopig onderzoek wijst uit dat de legesheffing in de gemeente nog niet volledig kostendekkend is. Het uitgangspunt voor 2019 is om de legesverordening grotendeels naar 100% kostendekkendheid te brengen. De tarieven voor aanvragen voor een omgevingsvergunning worden daarbij verhoogd, wat zal leidt tot verhoging van de opbrengst van ongeveer € 100.000,-. Hieraan ligt een gedetailleerd onderzoek van de kostendekkendheid ten grondslag.

Overige heffingen en retributies
Andere kostendekkende tarieven betreffen vooral de begrafenisrechten. De overige heffingen en retributies vormen een marginaal onderdeel van de gemeentelijke begroting. Gemeenten mogen geen winst maken op deze leges en overige rechten. De legesverordening en de overige gemeentelijke rechten voldoen aan dit vereiste. Een kostendekkingsoverzicht wordt bij de vaststelling van de verordeningen aangeboden.

Kwijtschelding
In de gemeente Heerde is het mogelijk kwijtschelding van belastingen aan te vragen voor de afvalstoffenheffing en de onroerendezaakbelastingen. Sinds 2012 kunnen ondernemers, die op bijstandsniveau leven, eveneens kwijtschelding aanvragen voor privé-belastingschulden.
Bij het bepalen van het recht op kwijtschelding wordt getoetst aan wettelijke bepalingen uit de Invorderingswet 1990 en de eigen beleidsregels. Met ingang van het belastingjaar 2010 is de gemeente Heerde overgegaan op automatische bestandsvergelijking van de Stichting Inlichtingenbureau. Hierdoor hoeven inwoners die het voorgaande jaar kwijtschelding hebben gekregen, niet opnieuw een verzoekformulier in te dienen, maar wordt het recht op kwijtschelding grotendeels geautomatiseerd getoetst.
Gelet op het gestegen aantal toegekende kwijtscheldingsverzoeken is voor 2019 het totaal begrote bedrag aan kwijtscheldingen omhoog bijgesteld van € 20.000,- (2018) naar € 30.000,- (2019).

Paragraaf Financiering

Paragraaf Financiering

In deze paragraaf wordt de financieringsfunctie beschreven. De belangrijkste taak hiervan is om te zorgen voor voldoende liquide middelen zodat de gemeente Heerde al haar taken kan uitvoeren. Het uitzetten en aantrekken van gelden tegen zo gunstig mogelijke tarieven hoort ook bij deze functie. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een actuele liquiditeitsprognose.
Volgens artikel 14 lid 1 van de ‘Financiële verordening gemeente Heerde 2017’ houdt het college zich bij de uitvoering van deze financieringsfunctie aan de richtlijnen en kaders zoals opgenomen in de Wet fido en in het 'Treasurystatuut gemeente Heerde 2017'. Gelet op deze kaders doet het college in deze paragraaf verslag van:

  • De ontwikkelingen;
  • De kasgeldlimiet;
  • De renterisiconorm;
  • Het drempelbedrag schatkistbankieren;
  • De liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte;
  • De rentevisie;
  • De rentekosten en -opbrengsten;
  • Het renteschema.


Beleidskader
De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) en de Gemeentewet zijn kaderstellend voor deze paragraaf.
De Gemeentewet regelt de samenstelling, inrichting en bevoegdheid van het Gemeentebestuur. In de Wet fido staan de regels voor het financieringsbeleid voor gemeenten. De Wet hof moet ervoor zorgen dat het Nederlandse begrotingstekort beperkt blijft tot 3%.

Het gemeentelijk beleid is opgenomen in artikel 3 van het Treasurystatuut. Hierin staan de volgende doelstellingen beschreven:

  • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;
  • Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s;
  • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;
  • Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut.

Liquiditeitsontwikkeling begrotingsjaar
Voor 2019 wordt er een financieringstekort voorzien van € 8.586.000,-. Verwacht wordt dat er geen of pas aan het eind van het jaar een langlopende geldlening (> 1 jaar) hoeft te worden aangetrokken. Het tekort kan worden afgedekt met kort vreemd geld. Voor 2019 is rekening gehouden met € 85.900,- aan rentekosten om dit financieringstekort te kunnen betalen, hierbij is gerekend met een rentepercentage van 1,00%. Gelet op de huidige extreem lage rentestand (10-jaars geldlening ± 0,75%) is dit percentage toereikend.

De nieuwe BBV-richtlijnen dwingen een realistische renteraming af. Wanneer de werkelijke rentelasten meer dan 25% afwijken van de geraamde rentelasten dan is het verplicht om de taakvelden hiervoor te corrigeren.

Kasgeldlimiet
De rente onzekerheid voor de korte termijn wordt uitgedrukt in de kasgeldlimiet. Voor 2019 bedraagt deze limiet € 3.800.000,- (8,5% van het begrotingstotaal). Het is niet toegestaan om voor langere tijd (> 3 achtereenvolgende kwartalen) deze limiet te overschrijden door 'rood' te staan of dit tekort af te dekken met kort vreemd geld (< 1 jaar). De oplossing is dan om een langlopende lening (> 1 jaar) af te sluiten (consolideren). Wanneer het overschrijden van de kasgeldlimiet van tijdelijke aard is dan mag van bovenstaande regel worden afgeweken mits de toezichthouder van de provincie hiervoor goedkeuring verleend. Gelet op het verwachte financieringstekort voor 2019 zal de kasgeldlimiet niet, of pas aan het eind van het jaar, worden overschreden.

Renterisiconorm
De rente onzekerheid voor de lange termijn wordt uitgedrukt in de renterisiconorm. Het percentage voor de renterisiconorm is vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Spreiding van de looptijd van de leningen en/of leningen afsluiten waarbij jaarlijks wordt afgelost verkleinen de kans op een overschrijding van de renterisiconorm.

 

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat de renterisiconorm pas in 2022 wordt overschreden. De kans is groot dat in de tussentijd al 1 of meerdere leningen moeten worden aangetrokken waardoor het totaal aan leningen weer stijgt. Hierdoor wordt de overschrijding (deels) weer tenietgedaan.
De verwachte hoogte van de schulden (totaal en per inwoner)  voor de periode 2019-2022  is in onderstaand overzicht weergegeven.

Liquiditeitsprognose, banken en leningen
Jaarlijks wordt er een liquiditeitsprognose opgesteld. Deze prognose geeft een inschatting van de in- en uitstroom van liquide middelen (cashflow). Het is een belangrijk hulpmiddel voor het eventueel aantrekken en uitzetten van gelden (financieringsbehoefte).
De gemeente Heerde heeft met drie banken een relatie. De BNG (Bank voor Nederlandse Gemeenten) is de huisbank. Daarnaast heeft de gemeente rekeningen bij de Rabobank en de ING-bank.
Het gebruik van contante geldmiddelen is beperkt tot de legeskas bij Burgerzaken.
Het saldo van de acht langlopende geldleningen die de gemeente Heerde heeft afgesloten is per 1 januari 2019 € 37.695.000,-. Op deze leningen wordt jaarlijks lineair afgelost. Het gemiddelde rentepercentage van deze leningen bedraagt 2,00%.

Rentevisie en -kosten
Rentevisie kan kortweg worden omschreven als de toekomstverwachting over de renteontwikkeling, zowel op de geldmarkt (< 1 jaar) - als op de kapitaalmarkt (> 1 jaar). Hoe verder deze periode in de toekomst ligt, hoe moeilijker het is om hierover een voorspelling te doen. De verwachting is dat, als gevolg van de groei van de economie, de lange rentetarieven de komende 12 maanden zullen gaan stijgen.

Gemeenten (en ook de gemeente Heerde), hebben regelmatig behoefte aan geld. Dit houdt verband met de voor de gemeenten geldende financiële richtlijnen waarbij de lasten van de investeringsuitgaven worden gespreid over de jaren waarin de investering wordt afgeschreven. De geldstroom heeft hierdoor pieken en dalen terwijl de exploitatie veel gelijkmatiger verloopt. Hierdoor is het noodzakelijk om investeringen te financieren (=er geldmiddelen voor ter beschikking te krijgen). Daarnaast is er vaak een financieringsbehoefte omdat er een tekort ontstaat in de rekening van baten en lasten, bijvoorbeeld doordat de lopende inkomsten achterblijven bij de uitgaven. Om in de financieringsbehoefte te voorzien kunnen er interne financieringsmiddelen (reserves) en externe financieringsmiddelen (leningen/rekening-courant krediet) worden ingezet. Door het inzetten van externe financieringsmiddelen (vreemd vermogen) ontstaan er rentekosten.

De rentekosten over het lang vreemd vermogen worden voor 2019 geraamd op € 753.790,-. De overige rentekosten om het financieringstekort mee te compenseren zijn begroot op € 85.860,-.
Naast rentekosten ontstaan er ook rente- en dividendopbrengsten door het uitlenen of beleggen van gelden. Op 1 januari 2019 is geraamd dat er in totaliteit € 929.600,- aan gelden is uitgezet. Hiervan heeft € 873.300,- betrekking op leningen (geraamde renteopbrengst € 44.800,-). Het restant ad. € 56.300,- zijn beleggingen. Hiervan is de geraamde dividendopbrengst € 192.000,-.

Als gevolg van het schatkistbankieren, kunnen eventuele overtollige gelden niet meer worden uitgezet; deze vloeien terug in de schatkist.

Renteschema
Conform de nieuwe BBV-richtlijnen is onderstaand renteschema opgenomen. Dit schema geeft inzicht in de geraamde rentekosten van de gemeente Heerde en de toerekening ervan. Bij de jaarrekening 2017 worden de werkelijke rentekosten (e) en het renteresultaat (f) toegevoegd.

 

Paragraaf Bedrijfsvoering

Paragraaf Bedrijfsvoering

Deze paragraaf omvat de visie op de gemeentelijke bedrijfsvoering. Omdat bedrijfsvoering tot de verantwoordelijkheid van het college behoort en veelal opgedragen is aan de ambtelijke organisatie, beperkt deze paragraaf zich tot de hoofdlijnen.

Beleidskader
De verplichte paragraaf betreffende de bedrijfsvoering geeft tenminste inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. De gemeente Heerde probeert om, binnen de mogelijkheden van een kleine gemeente, de meest recente inzichten en werkwijzen op het gebied van planning & control, personeelsbeleid en informatievoorziening te volgen.

Management en organisatie
Sinds de kanteling van de ambtelijke organisatie in 2017 staat de ontwikkeling niet stil. Er wordt thematisch gewerkt aan de beweging richting ‘omgevingsbewuste en ondernemende organisatie’. Hierbij gaat het vooral om houding en gedrag van medewerkers; een doorontwikkeling die niet van de ene op de andere dag gerealiseerd wordt, maar een proces is van dagelijkse aandacht. De thema’s worden centraal afgetrapt en krijgen een vervolg in elke afdeling. Gebleken is dat het functioneel is om de thema’s te koppelen aan het dagelijks werk van elke medewerker. Voor 2018 staan de thema’s ‘feedback geven’ en ‘lef, durf’ op de rol. Naast deze concernbrede ontwikkeling kunnen bepaalde beleidsterreinen hun eigen autonome ontwikkelingen. Te denken valt aan de transformatie binnen het sociaal domein en de Omgevingswet. Deze landelijke ontwikkelingen raken naast proces en inhoud, ook de competenties van medewerkers.
Behalve deze organisatieontwikkeling ligt de grootste uitdaging voor de gemeentelijke organisatie voor de komende 4 jaar op de arbeidsmarkt. De huidige economische groei in combinatie de aanstaande uitstroom (babyboom) en de beperkte demografische instroom, maken dat er krimp gaat ontstaan op de arbeidsmarkt. Deze trend is ook voor onze ambtelijke organisatie al zichtbaar. Dit betekent dat onze organisatie voor de uitdaging staat hoe ze als kleine organisatie voldoende aantrekkelijk en inspirerend blijft zodat ze voldoende kwalitatief kan behouden resp. weet te werven.

Planning en control
Inzicht in de overheadkosten
Kosten die niet rechtstreeks verband houden met het primaire proces worden apart in de begroting opgenomen onder de noemer 'Overhead'. Voorbeelden van deze kosten zijn: huisvestingskosten (gemeentehuis, -kantoor, -werf), facilitaire kosten, kosten van P&O, automatiseringskosten, MT en ondersteunende afdelingen. Kostendekkende exploitaties, grexen etc. worden verhoogd met een opslagpercentage voor deze overhead. Dit opslagpercentage wordt extracomptabel bepaald. De berekeningsmethodiek hiervan is vastgelegd in de financiële verordening.
Voor 2019 is het normale overheadpercentage vastgesteld op 55,73% (van het totaal van de apparaatskosten). Voor de kostendekkende exploitaties 'Riolering en Reiniging' wordt een percentage van 35,18% gehanteerd; voor de kostendekkende exploitatie 'Begraven' geldt een overheadpercentage van 26,57%.
Voor 2019 gelden de volgende uurtarieven voor de afdelingen (exclusief overhead):

  2019 2018
Management € 74,92  € 70,44
Bestuursondersteuning en –advisering € 47,20 € 46,85
Bedrijfsondersteuning en –advisering € 48,43 € 44,90
Dienstverlening en informatiebeheer € 45,10 € 41,42
Realisatie, onderhoud en beheer € 41,29 € 39,98
Ruimte, ondernemen en wonen € 51,22 € 48,76
Sociaal maatschappelijke verbinding € 55,03 € 50,66

Beleidsindicatoren en kengetallen
Bij de desbetreffende programma's zijn beleidsindicatoren en kengetallen opgenomen. Deze informatie komt grotendeels van de website 'Waarstaatjegemeente.nl' en geeft tevens een vergelijk met de 'gemiddelde gemeente'. Iedere gemeente is verplicht om deze informatie in de begroting op te nemen zodat een onderling vergelijk mogelijk wordt.

Taakvelden i.p.v. Functies
De budgetten zijn onderverdeeld in taakvelden en vervangen daarmee de IV-3 functies. Uitgangspunten voor deze taakvelden zijn herkenbaarheid, aansluiting op de gemeentelijke praktijk en relevantie voor beleidssturing. In deze begroting is een aparte bijlage opgenomen met alle taakvelden en de daarbij behorende budgetten.

Meerjarenbalans op begrotingsbasis
Voor het bepalen van de financiële kengetallen (schuldquote/solvabiliteitsratio) en het EMU-saldo is er een 6-jarige Meerjarenbalans in de begroting toegevoegd (t-2 t/m t+3).

Gewijzigde rentetoerekening
Tenslotte zijn de regels voor de rentetoerekening aangescherpt. Rente die verband houdt met een taakveld moet hieraan zichtbaar worden toegerekend (voorheen maakte de rentecomponent onderdeel uit van de kapitaallasten). De berekende rentevergoeding over het eigen vermogen mag niet hoger zijn dan het gewogen rentepercentage van de langlopende- en kortlopende leningen. De commissie BBV heeft het advies afgegeven om op termijn helemaal geen rente meer toe te voegen aan het eigen vermogen. De gemeente Heerde heeft dit advies overgenomen. Hiermee behoren de ‘geblokkeerde reserves’ tot het verleden.

Personeelsbeleid
De ontwikkelingen in de samenleving vragen om een andere rol van de gemeente en haar medewerkers. Er is sprake van ontgroening en vergrijzing. De ambitie van de organisatie vraagt een andere rol van medewerkers Het goed ondersteunen en faciliteren van de veranderende rol van medewerkers is belangrijk. Dit gebeurt onder andere door sterker in te zetten op het strategisch ontwikkelen van personeel en de organisatie, hiervoor kan sneller en slagvaardiger op veranderingen worden ingespeeld.

Formatie: 138,58 FTE (7,45 FTE per 1.000 inwoners). In 2018 was de formatie 136,65 FTE.
De gemiddelde formatie per 1.000 inwoners bij gemeenten < 20.000 inwoners was in 2017 8,5 FTE (bron: personeelsmonitor gemeenten 2017).

Inkoop en aanbesteding
Onze inkooporganisatie in H2O-verband zet zich in op de rechtmatig, doelmatig en doeltreffende inkooptrajecten aan de hand van de volgende pijlers: inkoopmanagement, personeel, inkoopbeleid en -doelen, systemen en procedures, inkoopprocessen en inkoopresultaten.

De inkoopkalender wordt jaarlijks in overleg met management en decentrale inkopers geactualiseerd. Het overzicht dat hierdoor ontstaat biedt:

  • Een kader om te kijken waar inkoopsamenwerking binnen H2O/ISNV of ander samenwerkingsverband mogelijk is om zodoende kennis en kosten te delen;
  • De mogelijkheid om aan te geven welke vorm van inkoopbegeleiding (advies, inkoopcoördinatie of begeleiding gehele inkooptraject) gewenst is zodat de juiste capaciteit en kwaliteit van InkoopH2O beschikbaar is;
  • Inzicht in waar extra kansen liggen om beleidsdoelstellingen (social return, duurzaamheid, lokaal/MKB), naast de toepassing van de criteria zoals vastgelegd in het inkoopbeleid dat door de colleges van de H2O gemeenten is vastgesteld, in te vullen;
  • Een overzicht van een aantal complexe en/of Europese H2O aanbestedingen waarbij de inkooporganisatie is betrokken;
  • Verbijzonderde interne controle – Hattem en Oldebroek (Europees, afgerond);
  • Omgevingsvisie – Hattem en Heerde (meervoudig onderhands, afronding);
  • Planschadeadviesdiensten – Heerde, Oldebroek en Nunspeet, met optie Hattem en Elburg (meervoudig onderhands, afgerond);
  • Project binnenstad – Hattem (loopt);
  • M2A Datadistributie (afgerond);
  • M2A Burgerzaken (afgerond);
  • M2A Integrale bedrijfsvoering;
  • M2A Sociaal domein;
  • M2A Domeinen BAG/Kadaster/NHR/ WKbp, Geo en Belastingen.

We onderzoeken op welke wijze de inkooporganisatie georganiseerd kan worden zodat inkooptrajecten efficiënter en effectiever doorlopen kunnen worden. Dit om uiteindelijk de kwaliteit van het totale inkoopproces te verbeteren en daarmee met de uitkomst een bijdrage te leveren aan de organisatie- en inkoopbeleidsdoelstellingen van de gemeenten binnen de wettelijke kaders.

Sinds 1 juli 2017 is digitaal aanbesteden verplicht voor Europese aanbestedingen. Omdat we de voordelen van digitaal aanbesteden zien, zetten we ook specifiek in op de digitalisering van meervoudig onderhandse aanbestedingen. Digitaal aanbesteden betekent een lastenverlichting voor zowel de leverancier als de aanbestedende dienst en bevordering van de transparantie van een aanbesteding. Dit sluit aan bij de doelstellingen van ons inkoopbeleid. Ook zetten we in op het gebruik van het tenderstartformulier, bedoeld om bij een inkoopbehoefte melding te doen en te checken of de inkoopbehoefte aan de wet- en regelgeving en het gemeentelijke inkoopbeleid voldoet. We hebben een projectvoorstel in voorbereiding voor de contractmodule met het voorstel om een aantal scenario’s te onderzoeken.

Informatievoorziening
De gemeenten Hattem, Heerde en Oldebroek werken al een aantal jaren samen op het gebied van informatisering en automatisering. Deze samenwerking is noodzakelijk om de steeds belangrijker en complexer wordende ICT en de gemeentelijke informatievoorziening goed te kunnen beheren en efficiënt om te kunnen gaan met de beperkte middelen.
Beide samenwerkingen zijn geformaliseerd. De samenwerking op het gebied van automatisering heeft vorm gekregen als Gemeenschappelijke Regeling (GR) - Bedrijfsvoeringsorganisatie. Dat komt een heldere verdeling in taken, rollen en verantwoordelijkheden tussen gemeenten en I-dienst ten goede. De samenwerking op het gebied van informatisering is vormgegeven in het gesloten CIO-convenant met de H2O gemeenten. In de komende jaren zal een verdere uitwerking en invulling van deze afspraken nodig zijn. De formalisatie van de samenwerking heeft ook zijn weerslag in de begroting. Automatiserings- en informatisering kosten zijn voortaan gescheiden.
Met de Visie op informatisering en Project Portfolio Management zijn kaders en een stuurinstrument gecreëerd waarbinnen het applicatielandschap verbeterd kan worden, zoals bijvoorbeeld beoogd wordt met de projecten M2A (Modernisering Applicatie Architectuur), zaakgericht werken en de omgevingswet. Maar ook de organisatie van de taakvelden op het snijvlak van Business & Informatisering vraagt om continue ontwikkeling en verbetering. Nieuwe wet- en regelgeving vraagt om uitbreiding en doorontwikkeling van de informatievoorziening. Door een toekomstbestendige basis neer te zetten met up-to-date applicaties wordt ook verdere digitalisering van de dienstverlening mogelijk gemaakt. Niet alleen voor het proces van aanvragen van diensten maar ook voor het in de toekomst ontsluiten van bijvoorbeeld geo-data.
Conform planning zullen de aanbestedingen van de domeinen geo, integrale bedrijfsvoering en sociale zaken en samenleving die in 2018 plaatsvinden in 2019 hun implementatie kennen. Ook zaakgericht werken zal in 2019 een (her)implementatie kennen. Dit legt een groot beslag op de verandercapaciteit van de organisatie maar is nodig om rechtmatig een toekomstbestendige digitalisering neer te zetten. In de begroting is conform afspraak met de Raad geen rekening gehouden met de eventuele inzet/kosten van extern personeel. Indien deze inzet onvermijdelijk blijkt zal dit achteraf verantwoord worden.
De bewerking en het beheer van gegevens is voor een optimale dienstverlening naar burgers en bedrijven toe essentieel. Op landelijk niveau is hiervoor een stelsel van basisregistraties ingevoerd. In de trend van toenemende digitalisering is het zorgvuldig en veilig omgaan met informatie en gegevens van inwoners en organisaties van groot belang. Daarom is er een aparte paragraaf Informatiebeveiliging en privacy opgenomen.

Informatiebeveiliging en privacy
Vanuit de in 2018 van kracht geworden Europese privacy verordening (AVG) zijn alle overheidsorganisaties onder andere verplicht een register van verwerkingen op te stellen en een Functionaris Gegevensbescherming (FG) aan te stellen. De FG is verantwoordelijk voor het toezicht houden op de naleving van de privacywetten en -regels, het inventariseren en bijhouden van gegevensverwerkingen en het afhandelen van vragen en klachten van mensen binnen en buiten de organisatie. Daarnaast kan de FG ondersteunen bij het ontwikkelen van interne regelingen, het adviseren over privacy op maat én het leveren van input bij het opstellen of aanpassen van gedragscodes. De uitvoering van het beleid en het in kaart brengen van de specifieke risico’s en maatregelen binnen een uitvoeringsproces ligt in de organisatie. Hiervoor krijgen bepaalde medewerkers een extra rol namelijk die van Privacy officer. Vanuit deze rol kunnen laagdrempelig vragen beantwoord worden: mogen we deze gegevens delen en hoe doen we dit veilig. Aan welke regels dienen we ons te houden? Welke maatregelen moeten we de externe partij opleggen?

De Chief Information Security Officer (CISO) is dé spin in het web als het gaat om de beveiliging van informatie binnen de gemeente. Hij is verantwoordelijk voor het implementeren van, en toezicht houden op het informatiebeveiligingsbeleid binnen de gemeente. De CISO heeft een centrale rol in het beheren van alle processen die daarmee te maken hebben en moet daarbij voldoen aan de BIG (Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten); een set van organisatorische en technische beveiligingsmaatregelen die geïmplementeerd en beheerd dient te worden.

Zicht hebben op de verwerking van persoonsgegevens is een belangrijke voorwaarde voor het uitoefenen van effectief toezicht. Een inventarisatie van de verwerkingsprocessen en de gegevensstromen binnen de gemeente is hiervoor onmisbaar.
Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) heeft als doel om de auditlast te verminderen en het verantwoordingsstelstel voor informatieveiligheid efficiënt en effectief in te richten en te implementeren door het toezicht te bundelen en aan te sluiten op de Planning & Control-cyclus. De oude audits zijn vervangen door deze nieuwe manier van verantwoorden. Om de informatiebeveiliging te verantwoorden en vast te leggen kan er gebruik gemaakt worden van een Information Security Management System (ISMS). Een ISMS is ondersteunend aan de doelstelling om informatieveiligheid over een langere periode op een steeds hoger niveau uit te voeren. In 2019 zal een set van maatregelen doorgevoerd worden zodat met de ENSIA aangetoond kan worden dat de gemeente Heerde grote waarde hecht aan de informatieveiligheid.

Kern van informatieveiligheid is los van alle denkbare maatregelen vooral een zaak van bewustwording en het gedrag van alle ambtenaren, collegeleden en raadsleden die met data van de gemeente werken. Deze bewustwording zal in 2019 ondersteunt worden met een campagne en e-learning.

Begrotingsparagraaf

Geprognosticeerde balans