Inleiding
Het weerstandsvermogen is nodig om risico’s in de exploitatie op te vangen: zonder weerstandsvermogen levert iedere tegenvaller een probleem op bij een sluitende begroting. Hoe hoger de risico’s, hoe hoger de weerstandscapaciteit (bijvoorbeeld reserves of ruimte in tarieven) moet zijn. Het gaat hier dus om de robuustheid van de begroting.
Deze paragraaf beschrijft de risico’s waarmee de gemeente geconfronteerd kan worden, welke financiële buffers daar tegenover staan en hoe de risico’s beheerst kunnen worden.
De paragraaf bestaat uit de volgende delen:
- Beleidskader;
- Structurele weerstandscapaciteit;
- Incidentele weerstandscapaciteit;
- Conclusie weerstandscapaciteit;
- Risicobeheersing;
- Relatie tussen risico’s en weerstandscapaciteit;
- Weerstandsratio en kengetallen.
Artikel 11 van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) beschrijft het volgende over het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.
De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat tenminste:
- Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
- Een inventarisatie van de risico’s;
- Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s;
- Een kengetal voor de netto schuldquote, netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit;
- Een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.
De weerstandscapaciteit van een gemeente is de buffer die aanwezig moet zijn om mogelijke risico’s af te kunnen dekken. Het gaat hierbij om het vermogen dat aanwezig is om risico’s financieel af te kunnen dekken, zonder dat de bedrijfsvoering in gevaar komt.
Dit in de wetenschap dat de risico’s zich nooit allemaal tegelijk zullen voordoen. Simpel gezegd is het verstandig om een deel van de Algemene Reserve denkbeeldig af te zonderen voor nadelige gevolgen die niet begroot zijn.
De vragen die we ons stellen zijn:
- Heeft de gemeente de mogelijkheid om bij een sterke daling van het eigen vermogen de tarieven te verhogen?
- Zijn er mogelijkheden om de kosten die nu binnen de bestemmingsreserves worden afgedekt binnen de reguliere begroting te dekken?
De beleidsuitgangspunten met betrekking tot het weerstandsvermogen worden hieronder opgesomd:
- structurele risico’s worden afgedekt met structurele weerstandscapaciteit en incidentele risico’s worden afgedekt met incidentele weerstandscapaciteit;
- de basis van de grootte van ons structureel weerstandsvermogen is de ruimte die er nog is in de OZB-tarieven tot aan de artikel 12 norm. Hierbij baseren wij ons op provinciale gegevens;
- alleen de Algemene Reserve wordt ingezet als incidentele weerstandscapaciteit (voorheen waren dat alle reserves);
- de post onvoorzien in de exploitatie wordt niet meegenomen als weerstandscapaciteit omdat deze post bedoeld is om de begroting op een soepele manier uit te voeren en in eerste instantie niet om risico’s op te vangen;
- stille reserves worden alleen meegenomen als weerstandsvermogen als deze binnen 2 jaar liquide zijn te maken (dus in geld zijn om te zetten);
- de risico top 13 in deze paragraaf zullen worden toegelicht met:
- Een omschrijving van het risico;
- De hoogte van het risicobedrag (alleen vanaf €50.000,-);
- Wijze van berekening van het risicobedrag;
- De maatregelen ter beheersing van het risico.
- de weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s wordt zichtbaar gemaakt in een tabel en tevens uitgedrukt in een weerstandsratio.
Weerstandscapaciteit
Structurele weerstandscapaciteit
Structurele weerstandscapaciteit is het vermogen om onverwachte structurele tegenvallers in de begroting (bijvoorbeeld een hogere uitgave voor de WWB of een lagere Algemene Uitkering) op te vangen, zonder dat dit gevolgen heeft voor de voortzetting van de taken.
De gemeente Heerde heeft op de OZB-heffing na, nagenoeg geen resterende structurele belastingcapaciteit meer. De tarieven voor afvalstoffenheffing, rioolheffing en begrafenisrechten zijn maximaal kostendekkend en kunnen niet meer worden verhoogd. Om de weerstandscapaciteit te beïnvloeden kan overwogen worden om de kosten te verlagen.
Ruimte in OZB-tarieven volgens artikel 12 norm
De structurele ruimte in de OZB-tarieven die er volgens de artikel 12 norm nog aanwezig is, is €1.648.000,-. Deze gegevens zijn verstrekt door de provincie Gelderland en zijn gebaseerd op de begroting 2026. De structurele risico’s in deze paragraaf (zonder de grondexploitatie) zijn €5.215.000,-. Afgezet tegen de €1.648.000,- ruimte die we nog hebben, kan de conclusie getrokken worden dat wij onvoldoende structurele middelen hebben om de structurele risico’s te dekken. Maar, het ramen van deze risico’s moet wel in het juiste perspectief worden gezien. Het is nog geen uitgaaf en niet alle risico’s zullen zich naar verwachting op hetzelfde moment voordoen. Verder is het ook mogelijk om tijd te kopen om een risico te beheersen en deze tijdelijk te dekken uit de Algemene Reserve.
Onvoorzien
Soms wordt ook de post Onvoorzien als structurele weerstandscapaciteit gezien. In Heerde was er voor de post Onvoorzien €30.000,- geraamd; hiervan is €9.000,- niet uitgegeven.
In feite is deze post bedoeld om de begroting op een soepele manier uit te voeren en in eerste instantie niet om risico’s op te vangen. Voor bepaling van de weerstandscapaciteit is Onvoorzien daarom niet meegenomen.
Incidentele weerstandscapaciteit
Incidentele weerstandscapaciteit is het vermogen om onverwachte eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken. De incidentele weerstandscapaciteit valt samen met de Algemene Reserve, reserve Grondexploitatie en egalisatiereserve Afvalstoffenheffing.
De Algemene Reserve is bedoeld om risico’s in de gewone exploitatie op te vangen en de Bestemmingsreserve Grondexploitatie en -Afvalstoffenheffing die van de grondexploitatie en exploitatie afvalstoffen.
De geraamde reservepositie ten behoeve van de risico's is €5,4 miljoen per 1 januari 2026.
Stille reserves
Er zijn op dit moment geen stille reserves bekend in het belang van deze paragraaf.
Conclusie weerstandscapaciteit
Structureel:
De totale structurele weerstandscapaciteit wordt bepaald op de ruimte die Heerde heeft in zijn OZB-tarieven tot artikel 12 norm, zijnde €.1.648.000,-.
Incidenteel:
De incidentele weerstandscapaciteit heeft een omvang van €5,4 miljoen en is aanwezig in de Algemene Reserve, reserve Grondexploitatie.
Risicobeheersing
Deze paragraaf bevat de top 13 risico’s (volgorde van groot risico naar klein) en is een actualisatie naar de huidige stand van zaken.
In de top 13 is aangegeven:
Voor sommige risico’s is het moeilijk een risicopercentage te berekenen. Dat is dan aangegeven. Toch wordt er dan een risicobedrag berekend zodat voorzichtigheidshalve in de reservepositie wel rekening wordt gehouden met tegenvallers.
1. Restrisico
Omschrijving
Wij hebben een organisatiebrede risicoanalyse gemaakt. Hieruit zijn diverse risico's benoemd en beschreven. Hieruit blijkt dat wij als gemeente diverse risico's lopen waarvan de financiële omvang niet is in te schatten. Voorbeelden hiervan zijn klimaatrisico's, ziekte van personeel en de gevolgen van een krappe arbeidsmarkt, gemaakte fouten door de organisatie (bijvoorbeeld door werkdruk of gebrek aan ervaring) in de uitvoering van het werk, frauderisico's, fiscale risico's, aanbestedingsrisico's, drugsafval en ongevallen met gevaarlijke stoffen in de openbare ruimte, de kosten van jeugdzorg en WMO (waaronder AVSLH), ons
streekarchief, niet terugbetalen van leningen door externe partijen, enzovoort. Het is goed om hiervoor een deel van ons spaargeld (de Algemene Reserve) opzij te zetten zodat we toch een buffer hebben om eventuele niet voorziene uitgaven te dekken.
Realisatie van het risico 2025
In de begroting 2025 was dit risico opgenomen voor €1.000.000,-. Het is niet mogelijk om dit risico goed kwantificeerbaar te maken.
Hoogte van het risicobedrag
Wij stellen het risicobedrag vast op €1.500.000,-.
Wijze van berekening
Van dit risico is geen berekening te maken omdat de hoogte niet is vast te stellen. Door €1.500.000,- hiervoor in te schatten houden we toch op deze manier rekening in onze reservepositie met onvoorziene omstandigheden zoals boven benoemd.
Beheersing van het risico
Veel van de bovengenoemde risico's zijn afhankelijk van externe factoren. Ze zijn daarom niet of nauwelijks te beheersen.
2. Gemeentefonds / Algemene Uitkering
Omschrijving
Een belangrijk risico vormt de stabiliteit van onze belangrijkste bron van inkomsten: de Algemene Uitkering. Deze Algemene Uitkering is een onderdeel van het gemeentefonds. Het gemeentefonds betreft 61% inkomsten ten opzichte van het totaal baten van de exploitatie. Gemeenten zijn afgelopen jaren geconfronteerd met diverse opkomende taakstellende kortingen zoals de forse korting in verband met het niet doorgaan van de afschaffing van het Btw-compensatiefonds, opschalingskorting grote gemeenten en de korting Onderwijshuisvesting. En nog steeds zijn er diverse onzekerheden met betrekking tot het correct ramen van de algemene uitkering. We benoemen:
- Het ingebouwde plafond Btw-compensatiefonds van €4,4 miljard;
- Steeds wisselende uitkeringsfactoren;
- Aanpassingen van maatstaven en bijbehorende tarieven; Hier vinden soms behoorlijke schommelingen plaats;
- Aanzuigende werking in het sociaal domein door verlaging van het abonnementstarief;
- Ontwikkelingen in accressen zijn afhankelijk geworden van CPB ramingen in het voorjaar van het BBP. Recent werd duidelijk dat de CPB raming elk jaar te laag is ten opzichte van de echte prijsstijgingen.
- De accrestoevoeging voor de zorgkosten zijn structureel te laag omdat deze ook uit gaat van de stijging van het BBP. De zorgkosten stijgen echter veel sneller.
- Ravijnjaar 2028. De oorspronkelijke teruggang van de middelen in het gemeentefonds (ravijnjaar) van 2026 is door het toevoegen van incidentele middelen voor de jaren 2026 en 2027 doorgeschoven naar het jaar 2028. Door het overschakelen van het trap op trap af systeem naar het BBP systeem en het tussentijds bevriezen van de accressen, lopen de accressen achter ten opzichte van de kostenontwikkelingen van gemeenten;
- Besluiteloosheid rond dossiers als hervormingsagenda jeugd en indexatie over WMO zorgkosten.
- Onzekerheid over de evaluatie over herijking van het Gemeentefonds.
- Een eventuele doorwerking naar het Gemeentefonds van de landelijke grote opgave op gebied van Defensie.
Realisatie van het risico 2025:
In de begroting 2025 werd dit risico ingeschat op €1.116.000,-. Dit risico heeft zich niet voorgedaan. Er is €897.000,- meer ontvangen dan geraamd vanwege mutaties uit de Decembercirculaire en positieve bijstelling vanuit de maatstaf huishoudens lage inkomens.
Hoogte van het risicobedrag
Wij berekenen het risico voor het maken van een juiste raming op €1.175.000,-.
Wijze van berekening
Van veel van de bovengenoemde risico’s is het niet mogelijk een reële schatting te maken. Het risicobedrag is daarom berekend door het risico te schatten op 3% van de Algemene Uitkering van afgerond €39,1 miljoen. Dit percentage is een langjarig gemiddelde van het accres. Accres is de jaarlijkse toevoeging aan het fonds dat in de pas loopt met de ontwikkelingen van de rijksbegroting.
Beheersing van het risico
Een individuele gemeente kan nauwelijks invloed uitoefenen op de hoogte van de uitkering. Vrijwel maandelijks ontvangt de gemeente specificaties waarin wijzigingen in maatstaven en tarieven staan. Deze ontwikkelingen worden goed in de gaten gehouden. Waar nodig zal een verklaring voor verschillen gezocht moeten worden en anders actie ondernomen moeten worden. Verder worden er jaarlijks minimaal drie circulaires uitgegeven waarin de nieuwste gegevens en ontwikkelingen staan. Op basis van deze circulaires kunnen gemeenten een nieuwe berekening maken van de Algemene Uitkering. Voor deze berekening wordt gebruik gemaakt van het programma Frontin Pauw en Inergy. Via nieuwsbrieven geeft deze organisatie ook tips en belangrijke aandachtspunten mee voor de berekeningen. Naar aanleiding van deze nieuwe berekeningen wordt de begroting overeenkomstig aangepast.
3. Digitale verstoring
omschrijving
Gemeenten hebben steeds vaker te maken met risico op digitale verstoringen. Hierbij moet gedacht worden aan technisch falen of uitval van de ICT-omgeving, menselijke fouten (datalekken, onbewust onbekwaam) of opzettelijke aanvallen (phishing mails, cybercrime en hacks) die plaats kunnen vinden. Als digitale systemen niet meer werken kunnen de gevolgen (ook financieel) groot zijn.
Realisatie van het risico 2025
Dit risico was nog niet benoemd in de begroting 2025.
Hoogte van het risicobedrag
Wij ramen het risico op €800.000,-.
Wijze van berekening
Wij ramen het financiële risico van een verstoring op €4.000.000,- met een kans van 20%
Beheersing van het risico
Vanuit ons eigen informatiebeveiligingsbeleid én de landelijk wettelijke normen (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) nemen we beheersmaatregelen om het risico op digitale verstoring te verkleinen. Het is de vraag of dit risico volledig is te beheersen. De organisatie houdt regelmatig bewustwordingsacties om het bewustzijn van het digitale gedrag te vergroten, past strikte toegangscontroles toe (Multi-Factor Authenticatie), zorgt ervoor dat systemen voorzien zijn van de laatste beveiligingsupdates, zijn er back-up procedures en is er een uitwijkplan.
4. Loon en prijspeil
Omschrijving
De begroting 2026 is gebaseerd op het loon- en prijspeil van het jaar 2025. De salarissen zijn geraamd op basis van de CAO van 2025 verhoogd met het indexpercentage van 2,0% conform de Meicirculaire 2025. Voor de overige posten is eveneens het indexcijfer uit de Meicirculaire 2024 gehanteerd (2,6%). Er zijn geen extra stelposten in de begroting opgenomen voor het opvangen van overige prijsverhogingen/inflatiestijgingen. Een reëel risico bestaat dat de kosten voor jeugdzorg en WMO, waaronder ook die van AVSLH, hoger uit gaan vallen dan we op dit moment op basis van de huidige informatie die bekend is kunnen begroten.
Realisatie van het risico 2025
In de begroting 2025 werd dit risico ingeschat op €330.000,-. Omdat de gemeentelijke uitgaven zich anders voor kunnen doen dan waar het Centraal Planbureau Index percentage rekening mee houdt, is het niet mogelijk om achteraf een zuivere berekening te maken van het daadwerkelijke gelopen risico.
Hoogte van het risicobedrag
Het risicobedrag voor de loonkosten is €170.000,- en voor prijsstijgingen is dit €230.000,- (beide afgerond).
Wijze van berekening
De berekening van het risicobedrag voor de loonkosten is gemaakt door 1% van de loonsom van €17.176.000,- te nemen. Dit bedrag is inclusief de medewerkers die als gevolg van de belastingsamenwerking en het functioneel beheer zijn overgegaan naar de gemeente Heerde en inclusief een indexeringspercentage van 2,0% voor de salarissen van het vaste personeel. De berekening voor de prijsstijgingen is gemaakt door 1% te nemen van de uitgaven aan derden, exclusief subsidies. Voor 2026 is dit een bedrag van €22.923.000,-.
Beheersing van het risico
Op de hoogte van loonkosten en prijsstijgingen heeft de gemeente geen invloed. De begroting wordt gebaseerd op de indexcijfers die het rijk afgeeft in de Meicirculaire van de Algemene Uitkering. Bij het opstellen van de voorjaars- en najaarsnota wordt de vinger aan de pols gehouden met betrekking tot deze ontwikkelingen en zo nodig de begroting aangepast.
5. Inkomensdeel van de Participatiewet
Omschrijving
Het inkomensdeel van de Participatiewet is een post die we moeilijk kunnen beïnvloeden. Wettelijk is bepaald dat alle rechtmatige bijstandsaanvragen moeten worden gehonoreerd. Er kan geen invloed worden uitgeoefend op de hoogte van deze kosten. Het is een openeindfinanciering. Inwoners die een beroep doen op bijstandsverlening voor levensonderhoud worden vanaf het eerste moment gestimuleerd om actief te (blijven) zoeken naar betaald werk. De inkomsten die de gemeente ontvangt ter dekking van de uitgaven heet het BUIG-budget. Dit wordt vastgesteld op basis van een macrobudget en voor de uitkeringen voor het grootste deel gebaseerd op de werkelijke uitgaven via een T-2 systematiek en voor een klein deel ook door een objectief verdeelmodel. Op basis van objectieve factoren en een statistische analyse wordt een schatting gemaakt wat gemeenten uit gaan geven aan uitkeringen. Ook de werkelijke kosten van de loonkostensubsidie van vorig jaar (T-1) tenslotte worden toegevoegd aan het BUIG-budget. Als een gemeente minder uitgeeft dan dit model dan mag een gemeente dit verschil houden, maar als er meer wordt uitgegeven is het tekort voor de eerste 7,5% voor eigen rekening en als blijkt dat er sprake is van een nog grotere overschrijding dan is nogmaals 2,5% van het BUIG budget voor eigen rekening. Als er sprake is van een grotere overschrijding wordt het meerdere vergoed door het rijk wanneer de gemeente haar beleid om inwoners aan werk te helpen op orde heeft en de aanvraagprocedure zorgvuldig is doorlopen. Dit is de zogenaamde Vangnetuitkering. Jaarlijks wordt, indien van toepassing, de notitie Vangnetuitkering Participatiewet waarin dit beleid is vastgelegd door de gemeenteraad vastgesteld.
Realisatie van het risico 2025:
In de begroting 2025 werd dit risico ingeschat op €276.000,-. In werkelijkheid is €247.000,- meer ontvangen dan begroot, zodat dit risico zich niet heeft voorgedaan. (De laatste beschikking kwam pas binnen nadat de Najaarsnota 2025 al was opgesteld).
Hoogte van het risicobedrag
Het risicobedrag wordt vastgesteld op €399.000,-.
Wijze van berekening
Het risico wordt gebaseerd op 10% van het voorlopig BUIG-budget van het jaar 2026 van €3.986.000,-.
Beheersing van het risico
Het beheersen van het aantal uitkeringsgerechtigden is alleen mogelijk door een intensief beleid gericht op (gedeeltelijke) uitstroom. Dit vindt plaats bij het onderdeel Participatiewet Werk. Dit wordt uitgevoerd door Steun- en informatiepunt Stip en valt onder het beleidsveld Participatiewet Werk.
6. Omgevingsvergunningen
Omschrijving
Net als afgelopen jaar is het ramen van de legesinkomsten 2026 fundamenteel lastiger dan in andere jaren dat het geval was. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging in werking getreden. We worden hierdoor geconfronteerd met wet- en regelgeving die leidt tot een compleet ander inkomstenbeeld van leges als in voorgaande jaren. E.e.a. is behoorlijk complex.
Realisatie van het risico 2025:
In de begroting 2025 werd dit risico ingeschat op €193.000,-. In werkelijkheid heeft zich dit risico deels voorgedaan. De ontvangsten betroffen €678.000,- bij een raming van €738.000,-. Er is dus €60.000,- minder ontvangen dan geraamd.
Hoogte van het risicobedrag
Wij stellen het risicobedrag vast op €368.000,-.
Wijze van berekening
In de Voorjaarsnota 2025 en Perspectiefnota is de raming van €385.000,- structureel verhoogd met €350.000,- tot €735.000,- op basis van de gerealiseerde cijfers van 2023 en 2024, en de toename van de de verwachte grote bouwprojecten. Het risicobedrag is berekend door 50% van deze €735.000,- als risico te zien. Dit percentage is naar boven bijgesteld (van 25% naar 50%) omdat de raming vanwege alle wijzigingen moeilijk is te onderbouwen, maar op deze manier wordt er in de reservepositie van de gemeente wel rekening gehouden met tegenvallers voor deze post.
Beheersing van het risico
Bij de voorjaars- en najaarsnota worden de resultaten en de ontwikkelingen in beeld gebracht en wordt er op basis van de beschikbare informatie een extrapolatie gemaakt van de verwachte inkomsten, waarop het budget wordt aangepast.
7. Zuivelmuseum
Omschrijving
De raad heeft besloten een hypothecaire lening te verstrekken aan het Zuivelmuseum. Het Zuivelmuseum heeft in totaal een bedrag van € 960.000,- nodig om de locatie over te nemen van BOEi. Zij vragen aan de gemeente Heerde een bijdrage van €300.000,- hiervoor. Voor de rest van het bedrag wordt er een beroep gedaan op de zuivelsector, giften en subsidies. Op dit moment is de financiering in principe rond, maar ligt nog niet in overeenkomsten vast. In juli 2025 is er door het college de intentie uitgesproken om de lening te verstrekken mits de gemeenteraad hiermee akkoord gaat. Op 29 september 2025 heeft de gemeenteraad besloten om de lening te verstrekken onder voorwaarde van een eerste hypotheekrecht, een gezonde exploitatie en dat de financiering rond komt.
Realisatie van het risico 2025:
In de begroting 2025 werd dit risico nog niet benoemd.
Hoogte van het risicobedrag
Het risicobedrag wordt vastgesteld op €300.000,-
Wijze van berekening
Wij hebben de lening verstrekt voor het bedrag van €300.000,- waarbij de eerste 10 jaar aflossingsvrij zijn en het Zuivelmuseum alleen rente betaalt volgens de voorwaarden uit het Treasurystatuut.
Beheersing van het risico
Wij hebben het 1e hypotheekrecht en daarmee is de financiële zekerheid geborgd.
8. Renterisico
Omschrijving
Onze rente in de begroting, berekend via de rente-omslagmethode, is vrij laag. Dat komt door dat wij langlopende leningen hebben afgesloten met een laag percentage. Het is goed om rekening te houden met het risico dat nieuwe leningen een hogere rente hebben.
Hoogte van het risicobedrag
Het risicobedrag wordt vastgesteld op €218.000,-
Wijze van berekening
In het laatste begrotingsjaar wordt een financieringsbehoefte berekend van €21,8 miljoen tegen een rente van 3%. Wij stellen het risico vast op 1% van deze €21,8 miljoen.
Beheersing van het risico
De marktomstandigheden van de kapitaalmarkt zijn door ons niet te beheersen. Als het risico zich voor gaat doen zal de hogere rente in de begroting opgenomen moeten worden.
9. Wonen in een geschikte woning (onderdeel van de WMO)
Omschrijving
Gemeenten hebben de wettelijke opdracht om de zelfredzaamheid en participatie van haar inwoners te bevorderen en ondersteunen, opdat de inwoner zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven wonen. De woning waarin de inwoner woont, moet geschikt zijn om in te wonen ondanks diens beperkingen.
Realisatie van het risico 2025:
In de begroting 2025 werd dit risico ingeschat op €165.000,-. In de Voorjaarsnota 2025 is €50.000,- bij geraamd en in de Najaarsnota 2025 werd nog eens €72.000,- bijgeraamd. Uiteindelijk zijn de verwachte uitgaven na deze bij ramingen voor de woningaanpassingen toch nog iets lager uitgevallen met bijna €56.000,-.
Hoogte van het risicobedrag
Het risicobedrag wordt vastgesteld op €185.000,-.
Wijze van berekening
Het risico wordt geschat op twee dure woningaanpassingen van totaal €185.000,-.
Beheersing van het risico
Dit risico is niet te beheersen. Langer thuis is een landelijk uitvoeringsprogramma waarin inwoners gestimuleerd worden om langer thuis te wonen al dan niet met verpleegzorg in huis. De WMO 2015 verplicht gemeenten, in een situatie waarin een cliënt niet zelf zorg kan dragen voor een geschikte woning, ondersteuning te bieden bij het realiseren van een bouwkundige of woon-technische ingreep in of aan een woonruimte. De ondersteuning is erop gericht een cliënt in staat te stellen de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren. Er wordt uitgegaan van een ‘wooncarrière’, waarbij de woning wordt aangepast aan de levensfase. Daarbij mag er vanuit worden gegaan dat in redelijkheid rekening wordt gehouden met bekende beperkingen, ook wat betreft de voorzienbare ontwikkeling van die beperkingen. Als uit de beoordeling van het college blijkt dat het wonen in een geschikt huis ook is te bereiken via een verhuizing, dan heeft dit de voorkeur. Dit is uiteraard alleen aan de orde als verhuizen de goedkoopst adequate oplossing is.
10. Bedrijvenpark Hattemerbroek BV
Omschrijving
De gemeenten Hattem, Heerde en Oldebroek hebben een samenwerkingsovereenkomst voor het realiseren en exploiteren van een bedrijvenpark. Het bedrijvenpark richt zich vooral op het aantrekken van bedrijven in de logistieke sector. Om dat te realiseren is het bedrijvenpark aangewezen als ‘bovenregionaal’ bedrijventerrein.
Grondexploitatie
Jaarlijks wordt de grondexploitatieberekening geactualiseerd. De uitkomst (contante waarde) van de in maart 2026 opgestelde berekening is positief. De grondexploitatie is op 19 juni 2026 door de AVA vastgesteld.
Garantstellingen
Bedrijvenpark H2O heeft een door de aandeelhouders gegarandeerde kredietfaciliteit van 39 miljoen bij de Bank Nederlandse Gemeenten. Elk van de drie gemeenten staat garant voor een derde deel van dat bedrag. De huidige grondverkopen en grex laten een dermate positief beeld zien, waarbij de looptijd is aangepast van 2032 naar eind 2025, dat de langlopende lening in oktober 2022 volledig is afgelost. In 2024 is gebruik gemaakt van een kortlopende kredietfaciliteit waarbij de verwachting is dat er geen aanvullend gebruik gemaakt gaat worden van de kredietfaciliteit van 39 miljoen bij de Bank Nederlandse Gemeenten. Deze ontwikkelingen maken het mogelijk om het risico te verlagen van 10% van het bedrag waarvoor we garant staan naar 10% van de huidige kortlopende kredietfaciliteit ultimo 2024 (totaal €4.895.000,-). Van de huidige kredietfaciliteit staat elke gemeente voor een derde deel van dat bedrag garant (€1.615.000,-).
Realisatie van het risico 2025
In de begroting 2025 werd dit risico ingeschat op 10% van de garantstelling. Hoewel de grondverkopen achterblijven bij de bijgestelde verwachting zoals opgenomen in de begroting 2026 van het bedrijvenpark H2O blijft het risico klein. Het risicobedrag 2025 is vastgesteld op 10% van het gedeelte van het huidige rekening courant krediet waarvoor wij garant staan zijnde €162.000,-.
Hoogte van het risicobedrag
Het risicobedrag is vastgesteld op €162.000,-.
Wijze van berekening
Door elk van de drie gemeenten is voor een bedrag van € 13 miljoen aan garantstelling ten opzichte van de kredietfaciliteit bij financiers verleend. De langlopende lening is in 2022 volledig afgelost waarbij bedrijvenpark H2O gebruik maakt van een kortlopende kredietfaciliteit. De kortlopende kredietfaciliteit bedraagt ultimo boekjaar €4.895.000,-. Elke gemeente staat garant voor 1/3 deel van €4.895.000,- zijnde €1.615.000,-. Het risicobedrag is 10% van deze €1.615.000,-.
Beheersing van het risico
Om de risico’s te beheersen stelt het bedrijvenpark jaarlijks een risicomanagementrapportage op voor de betrokken gemeenten. Het Bedrijvenpark maakt jaarlijks een grondexploitatieberekening en een liquiditeitsprognose.
11. Exploitatie begraafplaatsen
Omschrijving
Op 24 juni 2025 heeft de raad kennisgenomen van het masterplan voor de begraafplaatsen. Vooruitlopend op de uitwerking van het masterplan is voor de uitbreiding van begraafplaats Wapenveld een uitvoeringsbudget van €600.000,- beschikbaar gesteld. De kapitaallasten van deze investering zijn €55.000,-, en dat wordt gedekt uit de exploitatie van de begraafplaatsen. Het is bekend dat de kostendekkendheid van de begraafplaatsen sterk onder druk staat. Daarvoor zijn in het verleden diverse tariefsaanpassingen gedaan voor de begraafrechten. Met het beschikbaar stellen van deze €600.000,- neemt de kostendekkendheid nog verder af. De laatste berekeningen geven aan dat het saldo van de exploitatie jaarlijks meer dan €120.000,- negatief zal zijn.
Realisatie van het risico 2025:
Dit risico was nog niet benoemd in de begroting 2025.
Hoogte van het risicobedrag
Het risicobedrag wordt vastgesteld op €120.000,-.
Wijze van berekening
Zoals boven aangegeven zal het structurele saldo van de exploitatie minimaal €120.000,- negatief zijn. Dat zou op korte termijn nog opgevangen kunnen worden met de reserve afkoopsommen onderhoud graven, maar zoals de naam van de reserve al aangeeft is deze vooral bedoeld om het afgekochte onderhoud te betalen. Het risico wordt daarom ook vastgesteld op deze €120.000,-.
Beheersing van het risico
Dit risico is te beheersen door mogelijke kostenverlagingen in combinatie met mogelijke tariefsverhogingen en op termijn zal de algemene exploitatie van de gemeente toch moeten bijdragen in de tekorten van de exploitatie begraafplaatsen.
12. Grondexploitatie
Omschrijving
De grondexploitatie is een onderdeel van de totale gemeentelijke exploitatie. Het is een activiteit waar veel geld in omgaat en veel risico’s gelopen worden. In de jaarrekening 2025 zijn vier gemeentelijke complexen opgenomen die in uitvoering waren, waarvan de Veldweg afgesloten kan worden. (zie ook de paragraaf Grondbeleid).
Realisatie van het risico 2025:
Dit risico was in de begroting 2025 geraamd op €104.000,-. Dit heeft zich niet voorgedaan. Zoals in de paragraaf Grondexploitatie is opgenomen sluit de grondexploitatie voor 2025 af met een positief resultaat van €415,000,-.
Hoogte van het risicobedrag
A. Risico’s in complexen:
Reeds lopende complexen (vakterm is “IEGG in exploitatie genomen gronden”)
Over het totaal van de vier complexen worden (vanuit de laatste MPG) risico's gelopen die binnen de grondexploitaties zelf opgevangen kunnen worden.
B. Overige risico’s zoals:
Niet nakomen van verplichtingen door derden op grond van exploitatieovereenkomsten,
Gewijzigde omstandigheden na vaststelling exploitatiebijdragen;
Calculatierisico’s;
De overige risico’s worden bepaald op €100.000,-.
Benodigd weerstandsvermogen Grondexploitatie A + B is €100.000,-.
Wijze van berekening
Bij grondexploitaties die in exploitatie zijn genomen (IEGG) wordt de geactualiseerde grondexploitatieberekening als basis genomen voor de risicoberekening. In deze exploitatieberekening wordt een reële schatting gemaakt van de kosten, verkoopprijzen en fasering van de verkoop van de gronden. Deze schatting wordt onder andere gemaakt door het uitgiftetempo van de te verkopen gronden te beoordelen, de ontwikkelingen van marktomstandigheden te bekijken zoals de doorstroming op de huizenmarkt, hoogte van hypotheekrente, en maatregelen van hypotheekverstrekkers enz.
Het risico wordt bepaald met behulp van de Monte-Carlo methode. De optelsom van alle risico’s van alle complexen wordt hierboven onder “hoogte van het risicobedrag” vermeld. De berekeningen zijn om strategische redenen niet openbaar.
Beheersing van het risico
Om de risico’s te beheersen is het beleid dat de grondexploitatieberekeningen minimaal eenmaal per jaar wordt herzien. De resultaten van de berekeningen worden opgenomen in het MPG.
13. Tekort gemeenschappelijke regeling Lucrato
Omschrijving
De gemeente Heerde is deelnemer aan GR Lucrato en daarmee, samen met Apeldoorn en Epe, financieel verantwoordelijk voor eventuele exploitatietekorten. De begroting van Lucrato laat structureel een tekort zien, waarvan de omvang jaarlijks fluctueert.
Realisatie van het risico 2025:
Dit risico was nog niet benoemd in 2025.
Hoogte van het risicobedrag
Het risicobedrag wordt vastgesteld op €50.000,-.
Wij ze van berekening
Het begrote tekort van Lucrato in de begroting 2027 bedraagt €461.000,-. De gemeente Heerde draagt in 2027 maximaal €50.000,- bij op basis van het aantal inwoners. Dit risico wordt in de praktijk beïnvloed door de hoogte van de mutaties rijksbijdrage voor de WSW in de meicirculaire, die de gemeenten volledig doorzetten naar Lucrato. In de afgelopen jaren waren deze nagekomen middelen toereikend om de tekorten op te vangen.
Beheersing van het risico
De gemeente monitort het risico via de planning- en control cyclus van Lucrato en de ontwikkeling van de rijksmiddelen (meicirculaire). Op basis van de afgelopen jaren wordt het risico als beperkt ingeschat, met blijvende afhankelijkheid van de rijksbijdrage en de ontwikkeling van het exploitatietekort.
Voor een overzicht wordt hier een tabel met alle risico’s gepresenteerd:

Resumé risico's
In totaal becijferen we het structurele risico op €5.215.000,- en het incidentele risico op €562.000,-.
Relatie tussen risico's en weerstandscapaciteit
Hieronder wordt in een tabel aangegeven hoe de risico's zijn in verhouding tot de weerstandscapaciteit. De conclusie is dat de weerstandscapaciteit structureel niet en incidenteel wel afdoende is.

Structurele weerstandscapaciteit
De in deze paragraaf berekende structurele risico’s zijn €5.215.000,-. Afgezet tegen de €1.648.000,- ruimte die we nog hebben in onze OZB-tarieven tegen artikel 12 norm kan de conclusie getrokken worden dat die ruimte niet aanwezig is. Maar, het ramen van deze risico’s moet wel in het juiste perspectief worden gezien. Het is nog geen uitgaaf en niet alle risico’s zullen zich naar verwachting op hetzelfde moment voordoen. Verder is het ook mogelijk om tijd te kopen om een risico te beheersen en deze tijdelijk te dekken uit de Algemene Reserve.
Incidentele weerstandscapaciteit
De in deze paragraaf berekende incidentele risico’s zijn €562.000,-. Deze risico’s worden afgedekt door de reserves van tezamen €5.415.000,- miljoen. Zoals het overzicht laat zien is dit ruim voldoende.
Kengetallen en weerstandsratio
Kengetallen
Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeente (BBV), geeft aan dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing kengetallen opgenomen worden. De op te nemen kengetallen zijn: netto schuldquote, netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. Doel is om het voor raadsleden eenvoudiger te maken om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente Heerde.
De kengetallen van de jaarrekening 2025 laten ten opzichte van 2024 een redelijk stabiel patroon zien. Er past een kanttekening voor de vergelijking van kengetallen tussen de begroting en de jaarrekening. Het kengetal van de jaarrekening kan positief gekleurd zijn omdat kengetallen wettelijk worden uitgedrukt in een cijfer van totaal baten. Deze kan bij de jaarrekening fors hoger zijn vanwege grondverkopen uit grondexploitaties en andere incidentele opbrengsten.

Toelichting:
1a. Netto schuldquote
De netto schuld geeft de verhouding weer van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de baten. Anders gezegd geeft dit een indicatie van de zwaarte van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Dit kengetal van 2025 laat ten opzichte van 2024 een stijging zien van 53% naar 65%. Dat komt voornamelijk door een daling van het saldo schatkistbankieren van bijna €20 miljoen. Onze gemeente scoort hier in de categorie goed.
1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
Om inzicht te krijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De manier waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dit verschil dat ook alle door ons verstrekte leningen worden opgenomen. De verstrekte leningen betreffen doorgeleend geld aan Vitens en aan de ROVA. Onze gemeente scoort hier in de categorie goed.
2. Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. In het algemeen wordt een getal onder de 20% als risicovol gezien en boven de 50% als veilig. Dit kengetal is in vergelijking met 2024 met 1% gestegen. Onze gemeente scoort hier 'gemiddeld'.
3. Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Om de structurele lasten en baten te bepalen worden de incidentele lasten en baten van de totale lasten en baten afgetrokken.
De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. In de jaarrekening 2025 scoren we een 1,3 vanwege een positief jaarrekeningresultaat. Toch geeft dit cijfer een vertekent beeld gezien de uitkomsten van de concept perspectiefnota 2027 met negatieve saldo's.
4. Grondexploitatie
Dit kengetal is er omdat landelijk gezien grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde terug moet worden verdiend bij de verkoop van de grond. Voor de berekening van dit kengetal wordt de boekwaarde van de bouwgrond in exploitatie gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken en uitgedrukt in een percentage. Het risicopercentage in onze gemeente is afgerond 0% omdat de boekwaarde erg laag is. De deelname van Heerde aan het gezamenlijk bedrijventerrein is hier niet meegerekend. Dit is namelijk niet een grondexploitatie van de gemeente zelf.
5. Belastingcapaciteit
De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het COELO publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde, de rioolheffing en afvalstoffenheffing. Dit wordt afgezet tegen de gemiddelde woonlasten in Nederland in het voorafgaande jaar. Onze gemeente scoort een gemiddeld kengetal voor de gemiddelde woonlasten.
Weerstandsratio
De weerstandsratio is een kengetal dat aangeeft in welke mate de gemeente in staat is om risico’s op te vangen. Dit kengetal wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Eenvoudig gezegd betekent dit: welk bedrag is berekend aan risico’s en welk bedrag is er om deze risico’s af te dekken. De conclusie van beide kengetallen is dat de risico’s ruim afgedekt worden door de reserves.
