Paragrafen

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Het weerstandsvermogen is nodig om risico’s in de exploitatie op te vangen: zonder weerstandsvermogen levert iedere tegenvaller een probleem op bij een sluitende begroting. Hoe hoger de risico’s, hoe hoger de weerstandscapaciteit (bijvoorbeeld reserves of ruimte in tarieven) moet zijn. Het gaat hier dus om de robuustheid van de begroting. 

Deze paragraaf beschrijft de risico’s waarmee de gemeente geconfronteerd kan worden, welke financiële buffers daar tegenover staan en hoe de risico’s beheerst kunnen worden.

De paragraaf bestaat uit de volgende delen:

  1. Beleidskader;
  2. Structurele weerstandscapaciteit;
  3. Incidentele weerstandscapaciteit;
  4. Conclusie weerstandscapaciteit;
  5. Risicobeheersing;
  6. Relatie tussen risico’s en weerstandscapaciteit;
  7. Weerstandsratio en  kengetallen.

Artikel 11 van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) beschrijft het volgende over het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.
 
De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat tenminste:

  • Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
  • Een inventarisatie van de risico’s;
  • Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s;
  • Een kengetal voor de netto schuldquote, netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit;
  • Een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.
     

De weerstandscapaciteit van een gemeente is de buffer die aanwezig moet zijn om mogelijke risico’s af te kunnen dekken. Het gaat hierbij om het vermogen dat aanwezig is om risico’s financieel af te kunnen dekken, zonder dat de bedrijfsvoering in gevaar komt.
Dit in de wetenschap dat de risico’s zich nooit allemaal tegelijk zullen voordoen. Simpel gezegd is het verstandig om een deel van de Algemene Reserve denkbeeldig af te zonderen voor nadelige gevolgen die niet begroot zijn.
De vragen die we ons stellen zijn:

  • Heeft de gemeente de mogelijkheid om bij een sterke daling van het eigen vermogen de tarieven te verhogen?
  • Zijn er mogelijkheden om de kosten die nu binnen de bestemmingsreserves worden afgedekt binnen de reguliere begroting te dekken?

De beleidsuitgangspunten met betrekking tot het weerstandsvermogen worden hieronder opgesomd:

  • structurele risico’s worden afgedekt met structurele weerstandscapaciteit en incidentele risico’s worden afgedekt met incidentele weerstandscapaciteit;
  • de basis van de grootte van ons structureel weerstandsvermogen is de ruimte die er nog is in de OZB-tarieven tot aan de artikel 12 norm. Hierbij baseren wij ons op provinciale gegevens;
  • alleen de Algemene Reserve wordt ingezet als incidentele weerstandscapaciteit (voorheen waren dat alle reserves);
  • de post onvoorzien in de exploitatie wordt niet meegenomen als weerstandscapaciteit omdat deze post bedoeld is om de begroting op een soepele manier uit te voeren en in eerste instantie niet om risico’s  op  te vangen;
  • stille reserves worden alleen meegenomen als weerstandsvermogen als deze binnen 2 jaar liquide zijn te maken (dus in geld zijn om te zetten);
  • de risico top 13 in deze paragraaf zullen worden toegelicht met:
    • Een omschrijving van het risico;
    • De hoogte van het risicobedrag (alleen vanaf  €50.000,-);
    • Wijze van berekening van het risicobedrag;
    • De maatregelen ter beheersing van het risico.
  • de weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s wordt zichtbaar gemaakt in een tabel en tevens uitgedrukt in een weerstandsratio.

Weerstandscapaciteit

Structurele weerstandscapaciteit
Structurele weerstandscapaciteit is het vermogen om onverwachte structurele tegenvallers in de begroting (bijvoorbeeld een hogere uitgave voor de WWB of een lagere Algemene Uitkering) op te vangen, zonder dat dit gevolgen heeft voor de voortzetting van de taken.

De gemeente Heerde heeft op de OZB-heffing na, nagenoeg geen resterende structurele belastingcapaciteit meer. De tarieven voor afvalstoffenheffing, rioolheffing en begrafenisrechten zijn maximaal kostendekkend en kunnen niet meer worden verhoogd. Om de weerstandscapaciteit te beïnvloeden kan overwogen worden om de kosten te verlagen.

Ruimte in OZB-tarieven volgens artikel 12 norm
De structurele ruimte in de OZB-tarieven die er volgens de artikel 12 norm nog aanwezig is, is €1.648.000,-. Deze gegevens zijn verstrekt door de provincie Gelderland en zijn  gebaseerd op de begroting 2026. De structurele risico’s in deze paragraaf (zonder de  grondexploitatie) zijn €5.215.000,-. Afgezet tegen de €1.648.000,- ruimte die we nog  hebben, kan de conclusie getrokken worden dat wij onvoldoende structurele middelen  hebben om de structurele risico’s te dekken. Maar, het ramen van deze risico’s moet wel  in het juiste perspectief worden gezien. Het is nog geen uitgaaf en niet alle risico’s zullen  zich naar verwachting op hetzelfde moment voordoen. Verder is het ook mogelijk om tijd  te kopen om een risico te beheersen en deze tijdelijk te dekken uit de Algemene  Reserve.

Onvoorzien
Soms wordt ook de post Onvoorzien als structurele weerstandscapaciteit gezien. In Heerde was er voor de post Onvoorzien €30.000,- geraamd; hiervan is €9.000,- niet uitgegeven.

In feite is deze post bedoeld om de begroting op een soepele manier uit te voeren en in eerste instantie niet om risico’s op te vangen. Voor bepaling van de weerstandscapaciteit is Onvoorzien daarom niet meegenomen.

Incidentele weerstandscapaciteit
Incidentele weerstandscapaciteit is het vermogen om onverwachte eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken. De incidentele weerstandscapaciteit valt samen met de Algemene Reserve, reserve Grondexploitatie en egalisatiereserve Afvalstoffenheffing.

De Algemene Reserve is bedoeld om risico’s in de gewone exploitatie op te vangen en de Bestemmingsreserve Grondexploitatie en -Afvalstoffenheffing die van de grondexploitatie en exploitatie afvalstoffen.

De geraamde reservepositie ten behoeve van de risico's is  €5,4 miljoen per 1 januari 2026.
 

Stille reserves
Er zijn op dit moment geen stille reserves bekend in het belang van deze paragraaf.

Conclusie weerstandscapaciteit
Structureel:
De totale structurele weerstandscapaciteit wordt bepaald op de ruimte die Heerde heeft in zijn OZB-tarieven tot artikel 12 norm, zijnde €.1.648.000,-.

Incidenteel:
De incidentele weerstandscapaciteit heeft een omvang van €5,4 miljoen en is aanwezig in de Algemene Reserve, reserve Grondexploitatie.

Risicobeheersing

Deze paragraaf bevat de top 13  risico’s (volgorde van groot risico naar klein) en is een actualisatie naar de huidige stand van zaken.

In de top 13  is aangegeven:

  • Omschrijving (van het risico);
  • Hoogte van het risicobedrag (alleen boven de  €50.000,-);
  • Wijze van berekening;
  • Beheersing van het risico.

Voor sommige risico’s is het moeilijk een risicopercentage te berekenen. Dat is dan aangegeven. Toch wordt er dan een risicobedrag berekend zodat voorzichtigheidshalve in de reservepositie wel rekening wordt gehouden met tegenvallers.

1. Restrisico
Omschrijving
Wij hebben een organisatiebrede risicoanalyse gemaakt. Hieruit zijn diverse risico's  benoemd en beschreven. Hieruit blijkt dat wij als gemeente diverse risico's lopen  waarvan de financiële omvang niet is in te schatten. Voorbeelden hiervan zijn  klimaatrisico's, ziekte van personeel en de gevolgen van een krappe arbeidsmarkt,  gemaakte fouten door de organisatie (bijvoorbeeld door werkdruk of gebrek aan ervaring) in de uitvoering van het werk, frauderisico's, fiscale risico's, aanbestedingsrisico's, drugsafval en ongevallen met gevaarlijke stoffen in  de openbare ruimte, de kosten van jeugdzorg en WMO (waaronder AVSLH), ons 
streekarchief, niet terugbetalen van leningen door externe partijen, enzovoort. Het is  goed om hiervoor een deel van ons spaargeld (de Algemene Reserve) opzij te zetten  zodat we toch een buffer hebben om eventuele niet voorziene uitgaven te dekken.

Realisatie van het risico 2025 
In de begroting 2025 was dit risico opgenomen voor €1.000.000,-. Het is niet mogelijk om dit risico goed kwantificeerbaar te maken. 

Hoogte van het risicobedrag
Wij stellen het risicobedrag  vast op €1.500
.000,-.

Wijze van berekening 
Van dit risico is geen berekening te maken omdat de hoogte niet is vast te stellen. Door €1.500.000,- hiervoor in te schatten houden we toch op deze manier rekening in onze reservepositie met onvoorziene omstandigheden zoals boven benoemd.

Beheersing van het risico 
Veel van de bovengenoemde risico's zijn afhankelijk van externe factoren. Ze zijn daarom niet of nauwelijks te beheersen.

2. Gemeentefonds / Algemene Uitkering
Omschrijving
Een belangrijk risico vormt de stabiliteit van onze belangrijkste bron van inkomsten: de Algemene Uitkering. Deze Algemene Uitkering is een onderdeel van het gemeentefonds. Het gemeentefonds betreft 61% inkomsten ten opzichte van het totaal baten van de exploitatie. Gemeenten zijn afgelopen jaren geconfronteerd met diverse opkomende taakstellende kortingen zoals de forse korting in verband met het niet doorgaan van de afschaffing van het Btw-compensatiefonds, opschalingskorting grote gemeenten en de korting Onderwijshuisvesting. En nog steeds zijn er diverse onzekerheden met betrekking tot het correct ramen van de algemene uitkering. We benoemen:

  • Het ingebouwde plafond Btw-compensatiefonds van €4,4 miljard;
  • Steeds wisselende uitkeringsfactoren;
  • Aanpassingen van maatstaven en bijbehorende tarieven; Hier vinden soms behoorlijke schommelingen plaats;
  • Aanzuigende werking in het sociaal domein door verlaging van het abonnementstarief;
  • Ontwikkelingen in accressen zijn afhankelijk geworden van CPB ramingen in het voorjaar van het BBP. Recent werd duidelijk dat de CPB raming elk jaar te laag is ten opzichte van de echte prijsstijgingen.
  • De accrestoevoeging voor de zorgkosten zijn structureel te laag omdat deze ook uit gaat van de stijging van het BBP. De zorgkosten stijgen echter veel sneller.
  • Ravijnjaar 2028. De oorspronkelijke teruggang van de middelen in het gemeentefonds (ravijnjaar) van 2026 is door het toevoegen van incidentele middelen voor de jaren 2026 en 2027 doorgeschoven naar het jaar 2028. Door het overschakelen van het trap op trap af systeem naar het BBP systeem en het tussentijds bevriezen van de accressen, lopen de accressen achter ten opzichte van de kostenontwikkelingen van gemeenten;
  • Besluiteloosheid rond dossiers als hervormingsagenda jeugd en indexatie over WMO zorgkosten.
  • Onzekerheid over de evaluatie over herijking van het Gemeentefonds.
  • Een eventuele doorwerking naar het Gemeentefonds van de landelijke grote opgave op gebied van Defensie.

Realisatie van het risico 2025: 
In de begroting 2025 werd dit risico ingeschat op €1.116.000,-. Dit risico heeft zich niet voorgedaan. Er is €897.000,- meer ontvangen dan geraamd vanwege mutaties uit de Decembercirculaire en positieve bijstelling vanuit de maatstaf huishoudens lage inkomens. 

Hoogte van het risicobedrag
Wij berekenen het risico voor het maken van een juiste raming op €1.175.000,-.

Wijze van berekening
Van veel van de bovengenoemde risico’s is het niet mogelijk een reële schatting te maken. Het risicobedrag is daarom berekend door het risico te schatten op 3% van de Algemene Uitkering van afgerond €39,1 miljoen. Dit percentage is een langjarig gemiddelde van het accres. Accres is de jaarlijkse toevoeging aan het fonds dat in de pas loopt met de ontwikkelingen van de rijksbegroting.

Beheersing van het risico
Een individuele gemeente kan nauwelijks invloed uitoefenen op de hoogte van de uitkering. Vrijwel maandelijks ontvangt de gemeente specificaties waarin wijzigingen in maatstaven en tarieven staan. Deze ontwikkelingen worden goed in de gaten gehouden. Waar nodig zal een verklaring voor verschillen gezocht moeten worden en anders actie ondernomen moeten worden. Verder worden er jaarlijks minimaal drie circulaires uitgegeven waarin de nieuwste gegevens en ontwikkelingen staan. Op basis van deze circulaires kunnen gemeenten een nieuwe berekening maken van de Algemene Uitkering. Voor deze berekening wordt gebruik gemaakt van het programma Frontin Pauw en Inergy. Via nieuwsbrieven geeft deze organisatie ook tips en belangrijke aandachtspunten mee voor de berekeningen. Naar aanleiding van deze nieuwe berekeningen wordt de begroting overeenkomstig aangepast.

3. Digitale verstoring
omschrijving
Gemeenten hebben steeds vaker te maken met risico op digitale verstoringen. Hierbij moet gedacht worden aan technisch falen of uitval van de ICT-omgeving, menselijke fouten (datalekken, onbewust onbekwaam) of opzettelijke aanvallen (phishing mails, cybercrime en hacks) die plaats kunnen vinden. Als digitale systemen niet meer werken kunnen de gevolgen (ook financieel) groot zijn.

Realisatie van het risico 2025
Dit risico was nog niet benoemd in de begroting 2025.

Hoogte van het risicobedrag
Wij ramen het risico op €800.000,-.

Wijze van berekening
Wij ramen het financiële risico van een verstoring op €4.000.000,- met een kans van 20%

Beheersing van het risico
Vanuit ons eigen informatiebeveiligingsbeleid én de landelijk wettelijke normen (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) nemen we beheersmaatregelen om het risico op digitale verstoring te verkleinen. Het is de vraag of dit risico volledig is te beheersen. De organisatie houdt regelmatig bewustwordingsacties om het bewustzijn van het digitale gedrag te vergroten, past strikte toegangscontroles toe (Multi-Factor Authenticatie), zorgt ervoor dat systemen voorzien zijn van de laatste beveiligingsupdates, zijn er back-up procedures en is er een uitwijkplan.

4. Loon en prijspeil
Omschrijving

De begroting 2026 is gebaseerd op het loon- en prijspeil van het jaar 2025. De salarissen zijn geraamd op basis van de CAO van 2025 verhoogd met het indexpercentage van 2,0% conform de Meicirculaire 2025. Voor de overige posten is eveneens het indexcijfer uit de Meicirculaire 2024 gehanteerd (2,6%). Er zijn geen extra stelposten in de begroting opgenomen voor het opvangen van overige prijsverhogingen/inflatiestijgingen. Een reëel risico bestaat dat de kosten voor jeugdzorg en WMO, waaronder ook die van AVSLH, hoger uit gaan vallen dan we op dit moment op basis van de huidige informatie die bekend is kunnen begroten.

Realisatie van het risico 2025 
In de begroting 2025 werd dit risico ingeschat op €330.000,-. Omdat de gemeentelijke uitgaven zich anders voor kunnen doen dan waar het Centraal Planbureau Index percentage rekening mee houdt, is het niet mogelijk om achteraf een zuivere berekening te maken van het daadwerkelijke gelopen risico. 

Hoogte van het risicobedrag
Het risicobedrag voor de loonkosten is €170.000,- en voor prijsstijgingen is dit €230.000,- (beide afgerond).

Wijze van berekening
De berekening van het risicobedrag voor de loonkosten is gemaakt door 1% van de loonsom van €17.176.000,- te nemen. Dit bedrag is inclusief de medewerkers die als gevolg van de belastingsamenwerking en het functioneel beheer zijn overgegaan naar de gemeente Heerde en inclusief een indexeringspercentage van 2,0% voor de salarissen van het vaste personeel. De berekening voor de prijsstijgingen is gemaakt door 1% te nemen van de uitgaven aan derden, exclusief subsidies. Voor 2026 is dit een bedrag van €22.923.000,-. 

Beheersing van het risico
Op de hoogte van loonkosten en prijsstijgingen heeft de gemeente geen invloed. De begroting wordt gebaseerd op de indexcijfers die het rijk afgeeft in de Meicirculaire van de Algemene Uitkering. Bij het opstellen van de voorjaars- en najaarsnota wordt de vinger aan de pols gehouden met betrekking tot deze ontwikkelingen en zo nodig de begroting aangepast.

5. Inkomensdeel van de Participatiewet
Omschrijving

Het inkomensdeel van de Participatiewet is een post die we moeilijk kunnen beïnvloeden. Wettelijk is bepaald dat alle rechtmatige bijstandsaanvragen moeten worden gehonoreerd. Er kan geen invloed worden uitgeoefend op de hoogte van deze kosten. Het is een openeindfinanciering. Inwoners die een beroep doen op bijstandsverlening voor levensonderhoud worden vanaf het eerste moment gestimuleerd om actief te (blijven) zoeken naar betaald werk. De inkomsten die de gemeente ontvangt ter dekking van de uitgaven heet het BUIG-budget. Dit wordt vastgesteld op basis van een macrobudget en voor de uitkeringen voor het grootste deel gebaseerd op de werkelijke uitgaven via een T-2 systematiek en voor een klein deel ook door een objectief verdeelmodel. Op basis van objectieve factoren en een statistische analyse wordt een schatting gemaakt wat gemeenten uit gaan geven aan uitkeringen. Ook de werkelijke kosten van de loonkostensubsidie van vorig jaar (T-1) tenslotte worden toegevoegd aan het BUIG-budget. Als een gemeente minder uitgeeft dan dit model dan mag een gemeente dit verschil houden, maar als er meer wordt uitgegeven is het tekort voor de eerste 7,5% voor eigen rekening en als blijkt dat er sprake is van een nog grotere overschrijding dan is nogmaals 2,5% van het BUIG budget voor eigen rekening. Als er sprake is van een grotere overschrijding wordt het meerdere vergoed door het rijk wanneer de gemeente haar beleid om inwoners aan werk te helpen op orde heeft en de aanvraagprocedure zorgvuldig is doorlopen. Dit is de zogenaamde Vangnetuitkering. Jaarlijks wordt, indien van toepassing, de notitie Vangnetuitkering Participatiewet waarin dit beleid is vastgelegd door de gemeenteraad vastgesteld.

Realisatie van het risico 2025: 
In de begroting 2025 werd dit risico ingeschat op €276.000,-. In werkelijkheid is €247.000,- meer ontvangen dan begroot, zodat dit risico zich niet heeft voorgedaan. (De laatste beschikking kwam pas binnen nadat de Najaarsnota 2025 al was opgesteld).


Hoogte van het risicobedrag
Het risicobedrag wordt vastgesteld op €399.000,-.

Wijze van berekening
Het risico wordt gebaseerd op 10% van het voorlopig BUIG-budget van het jaar 2026 van €3.986.000,-.

Beheersing van het risico
Het beheersen van het aantal uitkeringsgerechtigden is alleen mogelijk door een intensief beleid gericht op (gedeeltelijke) uitstroom. Dit vindt plaats bij het onderdeel Participatiewet Werk. Dit wordt uitgevoerd door Steun- en informatiepunt Stip en valt onder het beleidsveld Participatiewet Werk.

6. Omgevingsvergunningen
Omschrijving

Net als afgelopen jaar is het ramen van de legesinkomsten 2026 fundamenteel lastiger dan in andere jaren dat het geval was. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging in werking getreden. We worden hierdoor geconfronteerd met wet- en regelgeving die leidt tot een compleet ander inkomstenbeeld van leges als in voorgaande jaren. E.e.a. is behoorlijk complex.

Realisatie van het risico 2025: 
In de begroting 2025 werd dit risico ingeschat op €193.000,-. In werkelijkheid heeft zich dit risico  deels voorgedaan. De ontvangsten betroffen €678.000,- bij een raming van €738.000,-. Er is dus €60.000,- minder ontvangen dan geraamd.

Hoogte van het risicobedrag
Wij stellen het risicobedrag vast op €368.000,-.

Wijze van berekening
In de Voorjaarsnota 2025 en Perspectiefnota is de raming van €385.000,- structureel  verhoogd met €350.000,- tot €735.000,- op basis van de gerealiseerde cijfers van 2023 en 2024, en de toename van de de verwachte grote bouwprojecten. Het risicobedrag is  berekend door 50% van deze €735.000,- als risico te zien. Dit percentage is naar boven  bijgesteld (van 25% naar 50%) omdat de raming vanwege alle wijzigingen moeilijk is te onderbouwen, maar op deze manier wordt er in de reservepositie van de gemeente wel  rekening gehouden met tegenvallers voor deze post. 

Beheersing van het risico
Bij de voorjaars- en najaarsnota worden de resultaten en de ontwikkelingen in beeld  gebracht en wordt er op basis van de beschikbare informatie een extrapolatie gemaakt  van de verwachte inkomsten, waarop het budget wordt aangepast.

7. Zuivelmuseum
Omschrijving
De raad heeft besloten een hypothecaire lening te verstrekken aan het Zuivelmuseum. Het Zuivelmuseum heeft in totaal een bedrag van € 960.000,- nodig om de locatie over te nemen van BOEi. Zij vragen aan de gemeente Heerde een bijdrage van €300.000,- hiervoor. Voor de rest van het bedrag wordt er een beroep gedaan op de zuivelsector, giften en subsidies. Op dit moment is de financiering in principe rond, maar ligt nog niet in overeenkomsten vast. In juli 2025 is er door het college de intentie uitgesproken om de lening te verstrekken mits de gemeenteraad hiermee akkoord gaat. Op 29 september 2025 heeft de gemeenteraad besloten om de lening te verstrekken onder voorwaarde van een eerste hypotheekrecht, een gezonde exploitatie en dat de financiering rond komt.

Realisatie van het risico 2025: 
In de begroting 2025 werd dit risico nog niet benoemd.

Hoogte van het risicobedrag
Het risicobedrag wordt vastgesteld op €300.000,-

Wijze van berekening
Wij hebben de lening verstrekt voor het bedrag van €300.000,- waarbij de eerste 10 jaar aflossingsvrij zijn en het Zuivelmuseum alleen rente betaalt volgens de voorwaarden uit het Treasurystatuut.

Beheersing van het risico
Wij hebben het 1e hypotheekrecht en daarmee is de financiële zekerheid geborgd.

8. Renterisico
Omschrijving
Onze rente in de begroting, berekend via de rente-omslagmethode, is vrij laag. Dat komt door dat wij langlopende leningen hebben afgesloten met een laag percentage. Het is goed om rekening te houden met het risico dat nieuwe leningen een hogere rente hebben.

Hoogte van het risicobedrag
Het risicobedrag wordt vastgesteld op €218.000,-

Wijze van berekening
In het laatste begrotingsjaar wordt een financieringsbehoefte berekend van €21,8 miljoen tegen een rente van 3%. Wij stellen het risico vast op 1% van deze €21,8 miljoen.

Beheersing van het risico
De marktomstandigheden van de kapitaalmarkt zijn door ons niet te beheersen. Als het risico zich voor gaat doen zal de hogere rente in de begroting opgenomen moeten worden.

9. Wonen in een geschikte woning (onderdeel van de WMO)
Omschrijving

Gemeenten hebben de wettelijke opdracht om de zelfredzaamheid en participatie van haar inwoners te bevorderen en ondersteunen, opdat de inwoner zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven wonen. De woning waarin de inwoner woont, moet geschikt zijn om in te wonen ondanks diens beperkingen.

Realisatie van het risico 2025:  
In de begroting 2025 werd dit risico ingeschat op €165.000,-. In de Voorjaarsnota 2025 is €50.000,- bij geraamd en in de Najaarsnota 2025 werd nog eens €72.000,- bijgeraamd. Uiteindelijk zijn de verwachte uitgaven na deze bij ramingen voor de woningaanpassingen toch nog iets lager uitgevallen met bijna €56.000,-. 

Hoogte van het risicobedrag
Het risicobedrag wordt vastgesteld op €185.000,-.

Wijze van berekening
Het risico wordt geschat op twee dure woningaanpassingen van totaal  €185.000,-. 

Beheersing van het risico
Dit risico is niet te beheersen. Langer thuis is een landelijk uitvoeringsprogramma waarin inwoners gestimuleerd worden om langer thuis te wonen al dan niet met verpleegzorg in huis. De WMO 2015 verplicht gemeenten, in een situatie waarin een cliënt niet zelf zorg kan dragen voor een geschikte woning, ondersteuning te bieden bij het realiseren van een bouwkundige of woon-technische ingreep in of aan een woonruimte. De ondersteuning is erop gericht een cliënt in staat te stellen de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren. Er wordt uitgegaan van een ‘wooncarrière’, waarbij de woning wordt aangepast aan de levensfase. Daarbij mag er vanuit worden gegaan dat in redelijkheid rekening wordt gehouden met bekende beperkingen, ook wat betreft de voorzienbare ontwikkeling van die beperkingen. Als uit de beoordeling van het college blijkt dat het wonen in een geschikt huis ook is te bereiken via een verhuizing, dan heeft dit de voorkeur. Dit is uiteraard alleen aan de orde als verhuizen de goedkoopst adequate oplossing is.

10. Bedrijvenpark Hattemerbroek BV
Omschrijving 

De gemeenten Hattem, Heerde en Oldebroek hebben een samenwerkingsovereenkomst voor het realiseren en exploiteren van een bedrijvenpark. Het bedrijvenpark richt zich vooral op het aantrekken van bedrijven in de logistieke sector. Om dat te realiseren is het bedrijvenpark aangewezen als ‘bovenregionaal’ bedrijventerrein. 
 
Grondexploitatie
Jaarlijks wordt de grondexploitatieberekening geactualiseerd. De uitkomst (contante waarde) van de in maart 2026 opgestelde berekening is positief. De grondexploitatie is op 19 juni 2026 door de AVA vastgesteld.

Garantstellingen
Bedrijvenpark H2O heeft een door de aandeelhouders gegarandeerde kredietfaciliteit van 39 miljoen bij de Bank Nederlandse Gemeenten. Elk van de drie gemeenten staat garant voor een derde deel van dat bedrag. De huidige grondverkopen en grex laten een dermate positief beeld zien, waarbij de looptijd is aangepast van 2032 naar eind 2025, dat de langlopende lening in oktober 2022 volledig is afgelost. In 2024 is gebruik gemaakt van een kortlopende kredietfaciliteit waarbij de verwachting is dat er geen aanvullend gebruik gemaakt gaat worden van de kredietfaciliteit van 39 miljoen bij de Bank Nederlandse Gemeenten. Deze ontwikkelingen maken het mogelijk om het risico te verlagen  van 10% van het bedrag waarvoor we garant staan naar 10% van de huidige kortlopende kredietfaciliteit ultimo 2024 (totaal €4.895.000,-). Van de huidige kredietfaciliteit staat elke gemeente voor een derde deel van dat bedrag garant (€1.615.000,-).

Realisatie van het risico 2025
In de begroting 2025 werd dit risico ingeschat op 10% van de garantstelling. Hoewel de grondverkopen achterblijven bij de bijgestelde verwachting zoals opgenomen in de begroting 2026 van het bedrijvenpark H2O blijft het risico klein. Het risicobedrag 2025 is vastgesteld op 10% van het gedeelte van het huidige rekening courant krediet waarvoor wij garant staan zijnde €162.000,-.

Hoogte van het risicobedrag 
Het risicobedrag is vastgesteld op €162.000,-.

Wijze van berekening
Door elk van de drie gemeenten is voor een bedrag van € 13 miljoen aan garantstelling ten opzichte van de kredietfaciliteit bij financiers verleend. De langlopende lening is in 2022 volledig afgelost waarbij bedrijvenpark H2O gebruik maakt van een kortlopende kredietfaciliteit. De kortlopende kredietfaciliteit bedraagt ultimo boekjaar €4.895.000,-. Elke gemeente staat garant voor 1/3 deel van €4.895.000,- zijnde €1.615.000,-. Het risicobedrag is 10% van deze €1.615.000,-.

Beheersing van het risico
Om de risico’s te beheersen stelt het bedrijvenpark jaarlijks een risicomanagementrapportage op voor de betrokken gemeenten. Het Bedrijvenpark maakt jaarlijks een grondexploitatieberekening en een liquiditeitsprognose. 

11. Exploitatie begraafplaatsen
Omschrijving
Op 24 juni 2025 heeft de raad kennisgenomen van het masterplan voor de begraafplaatsen. Vooruitlopend op de uitwerking van het masterplan is voor de uitbreiding van begraafplaats Wapenveld een uitvoeringsbudget van €600.000,- beschikbaar gesteld. De kapitaallasten van deze investering zijn €55.000,-, en dat wordt gedekt uit de exploitatie van de begraafplaatsen. Het is bekend dat de kostendekkendheid van de begraafplaatsen sterk onder druk staat. Daarvoor zijn in het verleden diverse tariefsaanpassingen gedaan voor de begraafrechten. Met  het beschikbaar stellen van deze €600.000,- neemt de kostendekkendheid nog  verder af. De laatste berekeningen geven aan dat het saldo van de exploitatie jaarlijks meer dan €120.000,- negatief zal zijn. 

Realisatie van het risico 2025:
Dit risico was nog niet benoemd in de begroting 2025.

Hoogte van het risicobedrag
Het risicobedrag wordt vastgesteld op €120.000,-. 

Wijze van berekening
Zoals boven aangegeven zal het structurele saldo van de exploitatie minimaal €120.000,- negatief zijn. Dat zou op korte termijn nog opgevangen kunnen worden met de reserve afkoopsommen onderhoud graven,  maar zoals de naam van de reserve al aangeeft is deze vooral bedoeld om het afgekochte onderhoud te betalen. Het risico wordt daarom ook vastgesteld op deze €120.000,-.

Beheersing van het risico 
Dit risico is te beheersen door mogelijke kostenverlagingen in combinatie met mogelijke tariefsverhogingen en op termijn zal de algemene exploitatie van de gemeente toch moeten bijdragen in de tekorten van de exploitatie begraafplaatsen.

12. Grondexploitatie
Omschrijving

De grondexploitatie is een onderdeel van de totale gemeentelijke exploitatie. Het is een activiteit waar veel geld in omgaat en veel risico’s gelopen worden. In de jaarrekening 2025 zijn vier gemeentelijke complexen opgenomen die in uitvoering waren, waarvan de Veldweg afgesloten kan worden. (zie ook de paragraaf Grondbeleid).

Realisatie van het risico 2025:
Dit risico was in de begroting 2025 geraamd op €104.000,-. Dit heeft zich niet voorgedaan. Zoals in de paragraaf Grondexploitatie is opgenomen sluit de grondexploitatie voor 2025 af met een positief resultaat van €415,000,-.

Hoogte van het risicobedrag
A. Risico’s in complexen:
Reeds lopende complexen (vakterm is “IEGG in exploitatie genomen gronden”)
Over het totaal van de vier complexen worden (vanuit de laatste MPG) risico's gelopen die binnen de grondexploitaties zelf opgevangen kunnen worden.

B. Overige risico’s zoals:
Niet nakomen van verplichtingen door derden op grond van exploitatieovereenkomsten,
Gewijzigde omstandigheden na vaststelling exploitatiebijdragen;
Calculatierisico’s;

De overige risico’s worden bepaald op €100.000,-.

Benodigd weerstandsvermogen Grondexploitatie A + B is €100.000,-.

Wijze van berekening
Bij grondexploitaties die in exploitatie zijn genomen (IEGG) wordt de geactualiseerde grondexploitatieberekening als basis genomen voor de risicoberekening. In deze exploitatieberekening wordt een reële schatting gemaakt van de kosten, verkoopprijzen en fasering van de verkoop van de gronden. Deze schatting wordt onder andere gemaakt door het uitgiftetempo van de te verkopen gronden te beoordelen, de ontwikkelingen van marktomstandigheden te bekijken zoals de doorstroming op de huizenmarkt, hoogte van hypotheekrente, en maatregelen van hypotheekverstrekkers enz.
Het risico wordt bepaald met behulp van de Monte-Carlo methode. De optelsom van alle risico’s van alle complexen wordt hierboven onder “hoogte van het risicobedrag” vermeld. De berekeningen zijn om strategische redenen niet openbaar.

Beheersing van het risico
Om de risico’s te beheersen is het beleid dat de grondexploitatieberekeningen minimaal eenmaal per jaar wordt herzien. De resultaten van de berekeningen worden opgenomen in het MPG. 

13. Tekort gemeenschappelijke regeling Lucrato
Omschrijving
De gemeente Heerde is deelnemer aan GR Lucrato en daarmee, samen met Apeldoorn en Epe, financieel verantwoordelijk voor eventuele exploitatietekorten. De begroting van Lucrato laat structureel een tekort zien, waarvan de omvang jaarlijks fluctueert.

Realisatie van het risico 2025:
Dit risico was nog niet benoemd in 2025.

Hoogte van het risicobedrag
Het risicobedrag wordt vastgesteld op €50.000,-. 

Wij ze van berekening
Het begrote tekort van Lucrato in de begroting 2027 bedraagt €461.000,-. De gemeente Heerde draagt in 2027 maximaal €50.000,- bij op basis van het aantal inwoners. Dit risico wordt in de praktijk beïnvloed door de hoogte van de mutaties rijksbijdrage voor de WSW in de meicirculaire, die de gemeenten volledig doorzetten naar Lucrato. In de afgelopen jaren waren deze nagekomen middelen toereikend om de tekorten op te vangen.

Beheersing van het risico
De gemeente monitort het risico via de planning- en control cyclus van Lucrato en de ontwikkeling van de rijksmiddelen (meicirculaire). Op basis van de afgelopen jaren wordt het risico als beperkt ingeschat, met blijvende afhankelijkheid van de rijksbijdrage en de ontwikkeling van het exploitatietekort.

Voor een overzicht wordt hier een tabel met alle risico’s gepresenteerd:

 

Resumé risico's
In totaal becijferen we het structurele risico op €5.215.000,- en het incidentele risico op €562.000,-.

Relatie tussen risico's en weerstandscapaciteit
Hieronder wordt in een tabel aangegeven hoe de risico's zijn in verhouding tot de weerstandscapaciteit. De conclusie is dat de weerstandscapaciteit structureel niet en incidenteel wel afdoende is.

Structurele weerstandscapaciteit
De in deze paragraaf berekende structurele risico’s zijn €5.215.000,-. Afgezet tegen de €1.648.000,- ruimte die we nog hebben in onze OZB-tarieven tegen artikel 12 norm kan de conclusie getrokken worden dat die ruimte niet aanwezig is. Maar, het ramen van deze risico’s moet wel in het juiste perspectief worden gezien. Het is nog geen uitgaaf en niet alle risico’s zullen zich naar verwachting op hetzelfde moment voordoen. Verder is het ook mogelijk om tijd te kopen om een risico te beheersen en deze tijdelijk te dekken uit de Algemene Reserve.

Incidentele weerstandscapaciteit
De in deze paragraaf berekende incidentele risico’s zijn €562.000,-. Deze risico’s worden afgedekt door de reserves  van tezamen €5.415.000,- miljoen. Zoals het overzicht laat zien is dit ruim voldoende. 

Kengetallen en weerstandsratio

Kengetallen
Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeente (BBV), geeft aan dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing kengetallen opgenomen worden. De op te nemen kengetallen zijn: netto schuldquote, netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. Doel is om het voor raadsleden eenvoudiger te maken om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente Heerde.

De kengetallen van de jaarrekening 2025 laten ten opzichte van 2024 een redelijk stabiel patroon zien. Er past een kanttekening voor de vergelijking van kengetallen tussen de begroting en de jaarrekening. Het kengetal van de jaarrekening kan positief gekleurd zijn omdat kengetallen wettelijk worden uitgedrukt in een cijfer van totaal baten. Deze kan bij de jaarrekening fors hoger zijn vanwege grondverkopen uit grondexploitaties en andere incidentele opbrengsten.

 

Toelichting:
1a. Netto schuldquote
De netto schuld geeft de verhouding weer van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de baten. Anders gezegd geeft dit een indicatie van de zwaarte van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Dit kengetal van 2025 laat ten opzichte van 2024 een stijging zien van 53% naar 65%. Dat komt voornamelijk door een daling van het saldo schatkistbankieren van bijna €20 miljoen. Onze gemeente scoort hier in de categorie goed.

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
Om inzicht te krijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De manier waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dit verschil dat ook alle door ons verstrekte leningen worden opgenomen. De verstrekte leningen betreffen doorgeleend geld aan Vitens en aan de ROVA. Onze gemeente scoort hier in de categorie goed.

2. Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. In het algemeen wordt een getal onder de 20% als risicovol gezien en boven de 50% als veilig. Dit kengetal is in vergelijking met 2024 met 1% gestegen. Onze gemeente scoort hier 'gemiddeld'.

3. Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Om de structurele lasten en baten te bepalen worden de incidentele lasten en baten van de totale lasten en baten afgetrokken.
De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. In de jaarrekening 2025 scoren we een 1,3 vanwege een positief jaarrekeningresultaat. Toch geeft dit cijfer een vertekent beeld gezien de uitkomsten van de concept perspectiefnota 2027 met negatieve  saldo's.

4. Grondexploitatie
Dit kengetal is er omdat landelijk gezien grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde terug moet worden verdiend bij de verkoop van de grond. Voor de berekening van dit kengetal wordt de boekwaarde van de bouwgrond in exploitatie gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken en uitgedrukt in een percentage. Het risicopercentage in onze gemeente is afgerond 0% omdat de boekwaarde erg laag is. De deelname van Heerde aan het gezamenlijk bedrijventerrein is hier niet meegerekend. Dit is namelijk niet een grondexploitatie van de gemeente zelf.

5. Belastingcapaciteit
De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het COELO publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde, de rioolheffing en afvalstoffenheffing. Dit wordt afgezet tegen de gemiddelde woonlasten in Nederland in het voorafgaande jaar. Onze gemeente scoort een gemiddeld  kengetal voor de gemiddelde woonlasten.

Weerstandsratio
De weerstandsratio is een kengetal dat aangeeft in welke mate de gemeente in staat is om risico’s op te vangen. Dit kengetal wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Eenvoudig gezegd betekent dit: welk bedrag is berekend aan risico’s en welk bedrag is er om deze risico’s af te dekken. De conclusie van beide kengetallen is dat de risico’s ruim afgedekt worden door de reserves.

 

Paragraaf Grondbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Paragraaf Grondbeleid

Deze paragraaf gaat over de exploitatie van de (bouw)gronden die de gemeente in eigendom heeft –als ware de gemeente een bedrijf. De paragraaf hangt sterk samen met het programma 8. Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing.. In dat programma staan de beoogde maatschappelijke effecten en de lasten en baten. In deze paragraaf wordt het achterliggende beleid vanuit een meer financieel technisch perspectief beschreven, volgens de eisen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Daarnaast is er een relatie met de paragraaf Weerstandsvermogen. In die paragraaf staan onder andere de risico’s van bouwgrondexploitatie in relatie tot het weerstandsvermogen. 
Grondexploitatie is het proces waarbij grond wordt aangekocht, het omgevingsplan wordt gewijzigd, bouwrijp wordt gemaakt en rioleringen en wegen worden aangelegd, om vervolgens de grond te verkopen voor de bouw van woningen of bedrijven.

Het volgende is van groot belang:

  • Beoordelen van financiële haalbaarheid;
  • Scenarioanalyse;
  • Analyseren knelpunten en risico’s;
  • Uitgangspunten voor beheersing en bewaking.

Omdat er grote sommen geld in grondexploitaties omgaan heeft het grondbeleid een grote financiële impact. De eventuele baten, maar vooral de bepaling van de financiële risico’s, zijn erg belangrijk voor de financiële positie van de gemeente.

Beleidskader
Het gaat in het grondbeleid om de ontwikkeling van gronden die in eigendom zijn van de gemeente. De mogelijkheden voor ontwikkeling worden beperkt door het planologisch kader, waarover meer in programma 8, Volkshuisvesting. leefomgeving en stedelijke vernieuwing. Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft voor dat de gemeente in de paragraaf Grondbeleid: 

  • De visie neerlegt voor het grondbeleid;
  • Aangeeft op welke wijze de gemeente het grondbeleid uitvoert;
  • Een prognose geeft van de resultaten van de grondexploitatie;
  • Een onderbouwing geeft van de geraamde winstneming;
  • Beleidsuitgangspunten formuleer omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico’s.

Grondbeleid
Wat is “grondbeleid”?

Onder grondbeleid wordt verstaan: “het op een zodanige wijze handhaven van het bestaand grondgebruik, dan wel het realiseren van gewenste veranderingen in dit grondgebruik, dat dit past in de door de gemeente geformuleerde doelstellingen in het kader van ruimtelijke ordening”.

Beleidsintenties college
In mei 2022 hebben de fractievoorzitters van de raad en de collegeleden het Coalitieakkoord 2022-2026 “Samen leven samen doen” ondertekend.
In dit akkoord is in het onderdeel "2. Ruimte, ondernemen en wonen  maximaal en sociaal" de beleidsintenties opgenomen met betrekking tot de uitvoering de paragraaf Grondbeleid. De volgende intenties zijn uitgesproken:

- We bouwen voor onze inwoners.

Woningen voor jonge gezinnen en om doorstroom te bevorderen

We hebben behoefte aan meer woningen: zowel koopwoningen als huurwoningen. Veel verschillende doelgroepen zoeken passende woonruimte. In Heerde proberen we de komende jaren zoveel mogelijk te laten bouwen. Daarbij geven we prioriteit aan woningen voor starters, jonge gezinnen en doorstromers. Dat doen we zowel bij het bouwen van koopwoningen, als bij het bouwen van huurwoningen. Om dit mogelijk te maken, passen we ons woonbeleid eerder aan dan we eigenlijk van plan waren.


Visie op wonen en zorg.
 
Het liefst geven we mensen de mogelijkheid zo lang mogelijk thuis te wonen. Sommige inwoners kunnen alleen thuis blijven wonen als ze zorg krijgen. Aan welk soort woningen is in de gemeente Heerde dan behoefte? En hoe moet die zorg eruit zien? Met de  uitkomsten van een onderzoek dat uitgevoerd wordt, ontwikkelen we daar ideeën over.


Extra woningen op nieuwe en bestaande plekken.
 
Als je in je gemeente woningen laat bouwen, kan dat op twee manieren. 1. Door inbreiding: bouwen op plekken binnen de bebouwde kom. 2. Door uitbreiding: bouwen op plekken buiten de bebouwde kom. In de gemeente Heerde willen we deze collegeperiode op een aantal plekken woningen laten bouwen. Inbreiding o.a. naast de MFA (multifunctionele accommodatie) in Wapenveld, in Veessen en in het centrum van Heerde. En uitbreiding aan de oostkant van Wapenveld en aan de zuidkant van Heerde. Bij alle bouwprojecten vinden we het belangrijk om goed aan te sluiten bij de plek waar gebouwd gaat worden. Bijvoorbeeld met aandacht voor groen, privacy en parkeren. We betrekken de omwonenden altijd zo goed mogelijk bij dit soort bouwprojecten.

Bouwen doen we samen.
Als gemeente bouwen we meestal niet zelf. Wel maken we het anderen mogelijk om te bouwen. Die ander kan een projectontwikkelaar zijn, een corporatie of een particulier. In alle bouwprojecten willen we als gemeente graag partner zijn. En ondersteunen we grote en kleine ontwikkelaars als zij de omgeving willen betrekken bij hun projecten.


- We zorgen dat we meebewegen met de ontwikkelingen in de huizenmarkt.

Betaalbare woningen.
De prijzen van woningen zijn hoog. Dat maakt dat mensen die eigenlijk graag in de gemeente Heerde zouden willen blijven wonen, soms noodgedwongen naar een andere gemeente verhuizen. Om als gemeente toch te zorgen dat woningen ook voor mensen met een lager inkomen betaalbaar blijven, gaan we nieuwe instrumenten ontwikkelen. Daarmee kunnen we beter sturen bij aanvragen van projectontwikkelaars.

Verhuur van particuliere woningen door woningcorporaties
Woningbouwcorporaties verhuren sociale huurwoningen. En soms bouwt een particuliere projectontwikkelaar woningen waarvan hij er een aantal als sociale verhuur aanbiedt. We zoeken uit of we de verhuur van die woningen via de woningcorporatie kunnen laten lopen. Dat doen we om meer zekerheid te krijgen dat sociale verhuur ook sociale verhuur blijft.

Wonen op vrijkomende boerenerven.
Schuren slopen en er een huis terugzetten. Dat kan met de Rood voor Rood-regeling. We gaan deze regeling aanpassen. Dat doen we om het aantrekkelijker te maken om op een boerenerf woonruimte te maken. En zo krijgen we meer woningen op erven dan tot nu toe. De aanpassing van deze regeling mag geen gevolgen hebben voor werkende agrarische bedrijven.

Nieuwe wijze van vergunningverlening en bouwcontrole. 
Met de komst van de Omgevingswet en de wet Kwaliteitsborging verandert de rol van de gemeente bij vergunningverlening. De eigen verantwoordelijkheid van de bouwer om goed te bouwen, is onder deze wetgeving groter. En de gemeente kijkt vooral achteraf of alles goed gegaan is. We bereiden onze ambtenaren voor op deze nieuwe rol. En we ontwikkelen een andere manier om onze dienstverlening in rekening te brengen.

Kwantitatieve opgave wonen
Door de komst van de Nationale Woon- en bouwagenda halverwege 2022, waarin het Rijk voorschrijft dat er in Nederland in totaal 900.000 nieuwe woningen gerealiseerd moeten worden tot en met 2030, waarvan twee derde betaalbaar, moest elke regio aangeven (in een woondeal) hoeveel woningen zij hiervan voor rekening kunnen nemen. Op 8 maart 2023 is de regionale woondeal regio Stedendriehoek 2022-2030 ondertekend door alle partijen (rijk, provincie en gemeenten). Daarbij is tevens afgesproken om iedere twee jaar deze woondeal te actualiseren voor wat betreft de woningbouwaantallen. Met de komst van de woondeal en het feit dat de looptijd van de huidige woonagenda afliep eind 2023, is er in het voorjaar van 2023 gestart met het opstellen van een nieuw Volkshuisvestingsprogramma. Met dit Volkshuisvestingsprogramma wordt vooruitgelopen op een wijziging van de Omgevingswet. Via die wijziging wordt opgenomen dat vanaf 2026 alle gemeenten moeten beschikken over een dergelijk programma, waarin het woonbeleid en woonzorgbeleid is uitgewerkt. Het Volkshuisvestingsprogramma bestaat uit een kaderstellend deel en een uitvoeringsagenda met maatregelen en toetsingskader voor woningbouw. De gemeenteraad heeft op 24 juni 2024 het kaderstellend deel vastgesteld. Het college heeft vervolgens op 10 september 2024 de uitvoeringsagenda vastgesteld. Daarnaast is, conform afspraak, in regionaal verband de actualisatie van de woondeal 2022–2030 inmiddels afgerond. Dat houdt in dat er in regionaal verband nieuwe afspraken zijn vastgelegd over de woningbouwaantallen, nu voor de periode 2025-2034. Voor Heerde is de inzet om in deze periode in totaal 1.030 nieuw woningen te realiseren, waarvan twee derde in het betaalbare segment. Er zijn ook afspraken vastgelegd over ouderenhuisvesting en er is een paragraaf toekomstbestendig bouwen als inspanningsafspraak met de provincie aan toegevoegd. De ondertekening van de geactualiseerde woondeal heeft in april 2025 plaatsgevonden.

Notitie Grondzaken
Het grondbeleid is in beweging, mede door de komst van de Omgevingswet. De hoofdlijnen van het gemeentelijk grondbeleid waren tot voor kort beschreven in de Uitvoeringsparagraaf. De Uitvoeringsparagraaf is een document, dat jaarlijks wordt vastgesteld door de gemeenteraad en de uitwerking van de Structuurvisie betreft. In de Notitie Grondzaken 2017, versie 2018 worden de hoofdlijnen uit de Uitvoeringsparagraaf praktisch vertaald. Dit document heeft als doel om bestuurders, de ambtelijke organisatie en burgers, inzicht te geven in de keuzes die de gemeente Heerde maakt ten aanzien van de grondeigendommen en het bijbehorende instrumentarium. In de Uitvoeringsparagraaf werd onze visie op grondbeleid beschreven. De Uitvoeringsparagraaf is met de komst van de omgevingswet verdwenen. In de Omgevingsvisie is een hoofdstuk over Kostenverhaal en Grondbeleid opgenomen. Daarnaast wordt er een nota Kostenverhaal en een nota Grondbeleid opgesteld. De nota Grondbeleid zal de Notitie Grondzaken vervangen. In de themaraad van 15 april 2024 is hierover gesproken met de gemeenteraad. Naar verwachting zal in het derde kwartaal van 2026 besluitvorming plaatsvinden.

Startersleningen
In 2013 en 2015 heeft de gemeenteraad besloten om de, van de provincie ontvangen subsidiegelden op grond van de Stimuleringsregeling Goedkope Woningbouw 2007–2010 (de SGW-gelden), volledig in te zetten voor het verstrekken van startersleningen. Bij raadsbesluit van 6 juli 2015 is de maximale hoogte van de starterslening vastgelegd op 20% van de verwervingskosten met een maximum van €20.000,-. De maximale verwervingskosten, exclusief kosten koper, zijn vastgelegd op €200.000,-. De leningen worden beheerd door het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn). Sinds de invoering van de startersleningen zijn de bedragen van de maximale lening en de maximale verwervingskosten een aantal keren bijgesteld. Sinds de eerste bijstelling medio 2023 zijn 4 nieuwe startersleningen verstrekt. Op dit moment is er nog 1 aanvraag in behandeling bij SVn. Per 1 januari 2025 is het maximale leenbedrag €30.000,- en de maximale verwervingskosten €283.250,-. Het bedrag van de maximale verwervingskosten wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd volgens de prijsgrens voor ‘betaalbare nieuwbouwwoningen’ uit het Volkshuisvestingsprogramma. Per 1 januari 2026 zijn de maximale verwervingskosten €291.331,-. Het budget om nieuwe aanvragen te behandelen is nog ruim voldoende, namelijk zo’n €355.000,-.

Fonds Sociale Woning bouw
In 2019 is de Uitvoeringsparagraaf 6.0 (inclusief de bijlage Bijdrage sociale woningbouw) vastgesteld. Initiatiefnemers die niet kunnen voldoen aan de opgave kunnen die afkopen door het doen van een bijdrage. Door deze bijdrage wordt richting initiatiefnemers meer druk uitgeoefend om een bijdrage te leveren aan de gemeentelijke opgave tot realisatie van het vastgestelde percentage sociale woningbouw zoals opgenomen in het volkshuisvestingsprogramma 2024-2028. Initiatiefnemers die binnen hun initiatief meer dan het vastgestelde percentage sociale/goedkope woningen realiseren, kunnen onder bepaalde voorwaarden een bijdrage uit het fonds ontvangen. Op dit moment zit er een bedrag van €438.000,- in het fonds Bijdrage sociale woningbouw.

Toekomstbestendig wonen lening
De gemeente Heerde met cofinanciering van de provincie Gelderland, wil inwoners ondersteunen bij het treffen van duurzame maatregelen in en aan de woning. Daarom heeft de gemeenteraad in februari 2026 de ‘Verordening Toekomstbestendig Wonen Gelderland gemeente Heerde 2026’ vastgesteld. Dit is een aanpassing op de eerder in december 2019 vastgestelde verordening. Deze regeling biedt ons de mogelijkheid om tegen een relatief gunstige rente leningen aan inwoners te verstrekken voor het verduurzamen en toekomstbestendig maken van de woning. De gemeenteraad heeft in totaal (2019 + 2023) €1.500.000,- beschikbaar gesteld. In februari 2026 zijn er al 185 woningen toekomstbestendig(er) gemaakt. Het huidige saldo is €390.000,- en de huidige bestedingsruimte is €360.000,-.

 Realisatiestimulans
Het doel van het kabinet is om 100.000 nieuwe woningen per jaar te realiseren. Om het bouwen van extra woningen aan te moedigen is de Realisatiestimulans geïntroduceerd. De Realisatiestimulans is een bijdrage van het Rijk die voor iedere gemeente beschikbaar en laagdrempelig aan te vragen is. Gemeenten ontvangen een bijdrage van €7.000,- per betaalbare woning, waarvan de bouw is gestart. Een betaalbare woning kan koop of huur zijn. In 2025 gelden de volgende bedragen: • Huur, een kale huur per maand van: - Sociaal segment max. €932,93 - Middenhuursegment van €932,94 tot max. €1.228,07 • Koop; een verkoopprijs van max. €420.000,-.
De bijdrage van €7.000,- per betaalbare woning wordt in het volgende kalenderjaar uitgekeerd aan de gemeente. De eerste bijdragen van de Realisatiestimulans worden verstrekt in 2026, voor betaalbare woningen, waarvan de bouw in 2025 gestart is. De laatste bijdragen van de Realisatiestimulans worden verstrekt in 2030 (start bouw 2029). Gemeenten zijn vrij in hoe ze de bijdrage vervolgens inzetten. Bij het vaststellen van de jaarrekening wordt voorgesteld om €392.000,- naar de reserve over te hevelen.

Financiële beschouwing
Eén van de financiële uitgangspunten bij grondexploitatie is naast het toerekeningsbeginsel en het realisatiebeginsel het toepassen van het voorzichtigheidsbeginsel. Ook de BBV-notitie grondexploitatie gaat ervan uit dat dit principe wordt toegepast bij het opstellen van de gemeentelijke begroting en jaarrekening. Baten en lasten moeten worden toegerekend aan de periode waarin ze zijn gerealiseerd. Winsten worden pas verwerkt in de jaarrekening als deze met voldoende zekerheid vaststaan en dus zijn gerealiseerd. Verliezen worden direct volledig genomen als deze bekend zijn. Dit betekent dat bij de verwachting van een verlies direct een voorziening getroffen moet worden. Voor winstneming geldt de percentage of completion (Poc)-methode. Voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd, en uitgaven zijn gedaan ten opzichte van het totaalplan kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen.

In de BBV notitie Grondexploitatie worden richtlijnen gegeven en stellige uitspraken gedaan. Een paar stellige uitspraken zijn:

  • Het startpunt van een nieuwe grondexploitatie gebeurt door een expliciet raadsbesluit met een grondexploitatiebegroting;
  • De looptijd van een grondexploitatie is maximaal 10 jaar;
  • Jaarlijkse herzieningen van grondexploitatiebegrotingen moeten door de raad worden vastgesteld;
  • Er mogen alleen kosten aan de grondexploitaties worden toegerekend als die op de kostensoortenlijst staan van bijlage IV van het Omgevingsbesluit;
  • De rentelasten worden toegerekend op basis van A13 in de tabel van bijlage IV bij het Omgevingsbesluit. Hierbij wordt de omslagrente gehanteerd conform de notitie Rente van de commissie BBV.


Vennootschapsbelasting (VPB)
Met ingang van 1 januari 2016 is de VPB-plicht gaan gelden voor onder andere de gemeentelijke grondexploitaties. Een belangrijke doelstelling van deze wet is een gelijk speelveld maken tussen de overheid en private ondernemingen. Wij hebben met de Belastingdienst overeenstemming bereikt over een vaststellingsovereenkomst (VSO). In de VSO zijn afspraken worden gemaakt over de te hanteren parameters, de methode van het bepalen van de openingsbalanswaarde en methode van winst berekenen. In grote lijnen werkt de Belastingdienst er naar alle gemeenten zo veel mogelijk gelijk te behandelen. De huidige stand van zaken geeft aan dat de geschatte fiscale winsten vanaf het jaar 2025 volledig gecompenseerd kunnen worden met de geleden verliezen van de jaren 2018 t/m 2024 en dat er geen VPB betaald hoeft te worden. Dit op basis van de aangifte van het jaar 2024. Dit beeld zal elk jaar getoetst gaan worden.

Reserve Grondexploitatie
Om weerstand te kunnen bieden aan risico’s en tegenvallers etc. beschikt de gemeente over een bestemmingsreserve Grondexploitatie. Zie hiervoor ook de paragraaf weerstandsvermogen. De reserve Grondexploitatie heeft een stand van €1.120.000,- per 1 januari 2026. Deze reserve is voldoende groot om de risico's op te vangen van de grondexploitatie. Ook is er een buffer aanwezig om risico's op te vangen voor mogelijke uitgaven voor toekomstige ontwikkelingen.


Resultaten complexen
Het jaar 2025 sluit met een positief resultaat van €415.089,-. Dit is het saldo van winst en verliesnemingen van de 4 complexen. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar het niet openbare MPG.

Boekwaarden van complexen

 

 

 

Toelichting op de complexen

In exploitatie genomen gronden:
Omdat deze paragraaf openbaar is zijn de gegeven toelichtingen minder uitgebreid dan in het niet openbare MPG.

Veldweg
Deze grondexploitatie is per 31-12-2025 afgesloten. Dit project, waarin 4 woon-werkkavels en 6 bedrijfskavels zijn uitgegeven, wordt afgesloten met een voordelig financieel resultaat van €1.395.418,-. Hiervan is €1.037.110,- al aan winst genomen in voorgaande jaren. In 2025 is er nog een finale winst genomen van €358.308,-.

Eeuwlandseweg-Zuid
Er is nog één bedrijfskavel in optie. Deze kavel is gereserveerd, maar er is tot op heden geen acceptabel plan ingediend. In 2026 wordt hier extra op ingezet. Hoewel er nog geen zicht is op de uiteindelijke leverdatum van het perceel, is de verwachting dat de kavel in 2026 zal worden overgedragen en dat de grondexploitatie in 2027 kan worden afgesloten.

Eeuwlandseweg-Noord
Dit plan bevat de aanleg en verkoop van 13 woon-werkkavels. Deze worden in twee fasen aangelegd en verkocht. In 2024 is de eerste kavel verkocht. In 2026 worden de overige kavels van fase 1 te koop aangeboden. Na de omgevingsplanwijziging zullen de kavels van fase twee te koop worden aangeboden. Naar verwachting kan deze grondexploitatie in 2031 worden afgesloten.

Centrumplan
Het bestemmingsplan en de grondexploitatie, die de centrumontwikkeling Heerde mogelijk maken, zijn in oktober 2023 door de gemeenteraad vastgesteld. Daarna is gefaseerd gestart met de realisatie van het centrumplan Heerde. De realisatie van het programma op de voormalige gemeentewerf is inmiddels volledig afgerond. De bouwwerkzaamheden op de voormalige ABN locatie (Huize Marjoleen) zijn recent gestart en de oplevering is voorzien in 2027. De bouw van Huize Hendrik bevindt zich in een vergevorderd stadium en wordt dit jaar afgerond. Tot slot volgt het woonrijp maken van het resterende deel van het plangebied. De verwachting is dat de grondexploitatie in 2027 kan worden afgesloten.

MPG (Meerjaren Prognose Grondexploitatie)
In een MPG worden de uitkomsten van de geactualiseerde grondexploitaties weergegeven. Het is een overzicht van de in exploitatie genomen projecten, uitgezet naar tijd, programma en geld. Doel is inzicht te verschaffen in:

  • Uitgangspunten geactualiseerde grondexploitaties;
  • De actualisatie van de exploitaties en prognoses;
  • Afwijkingen ten opzichte van het programma;
  • Financiële afwijkingen ten opzichte van het jaar ervoor;
  • Verliezen, winsten en risico’s;
  • Saldo;
  • Tijdsplanning.

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Deze paragraaf beschrijft in hoofdlijnen het beheer en onderhoud van de gemeentelijke kapitaalgoederen, waaronder wegen, riolering, water, groen en gebouwen. In de beheerplannen zijn de meerjarige onderhoudsprogramma’s opgenomen, inclusief de bijbehorende financiële middelen en het gewenste kwaliteitsniveau van de voorzieningen. De omvang van het areaal aan kapitaalgoederen kan in de tijd wijzigen door nieuwbouw, herinrichting of overdracht van eigendom. Deze ontwikkelingen worden waar mogelijk betrokken bij de actualisatie van de beheerplannen en de daarbij behorende onderhoudsbudgetten.

De gemeente Heerde beheert een groot oppervlak aan openbare ruimte waar wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Hiervoor zijn onder andere wegen, riolering, bruggen, openbare verlichting, watergangen, groen, speelvoorzieningen, bos en gebouwen nodig. De kwaliteit en het onderhoud van deze kapitaalgoederen zijn bepalend voor het voorzieningenniveau, het beeld van de gemeente en de jaarlijkse lasten.

Het beheer van deze kapitaalgoederen vindt plaats op basis van vastgestelde beleids- en beheerplannen. In deze paragraaf wordt per kapitaalgoed ingegaan op het beleidskader, de uitvoering van het beheer en onderhoud en de bijbehorende financiële consequenties.


Wettelijk kader 
Paragraaf 12 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bepaalt dat de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen in ieder geval de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen moet bevatten. Daarbij moeten het beleidskader, de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling daarvan in de begroting worden toegelicht.

Kapitaalgoederen
Riolering
Beleidskader
Het beleid ten aanzien van het rioolstelsel in de gemeente Heerde is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026. In dit document is uitgewerkt op welke wijze de gemeente invulling geeft aan de wettelijke zorgplichten die voortvloeien uit de Waterwet.

Uitvoering
In de gemeente Heerde ligt 257 kilometer hoofdriolering. Hiervan bestaat 100 kilometer uit drukriolering met 481 (mini)rioolgemalen. De overige leidingen zijn vrijvervalleidingen. Met een lengte van 135 kilometer vormt het gemengde stelsel hiervan het grootste deel. Daarnaast is 22 kilometer infiltratieriool aanwezig voor de afvoer van hemelwater.

In het Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026 is naast het beleidskader ook het uitvoeringsprogramma voor beheer en onderhoud opgenomen. Het jaarlijkse exploitatiebudget voor onderhoud, reparaties en personeelskosten bedraagt €795.000,-. 

Watergangen
Beleidskader
Voor de watergangen is geen afzonderlijk beleids- of beheerplan vastgesteld. Het beheer van de watergangen maakt onderdeel uit van het reguliere beheer van de openbare ruimte en wordt uitgevoerd met het oog op een goede waterafvoer.

Uitvoering
De gemeente beheert ongeveer 105 kilometer watergangen met bijbehorende voorzieningen zoals kleine duikers en beschoeiingen. Het beheer is gericht op het waarborgen van een goede waterafvoer.
De lengte van de watergangen is bekend en voldoende om jaarlijks het uitmaaien te laten uitvoeren.

Wegen
Beleidskader
Het gewenste kwaliteitsniveau voor het onderhoud van de verharding is door de gemeenteraad vastgesteld in de Kwaliteitsvisie 2015 op CROW-beeldkwaliteit C. Met dit onderhoudsniveau wordt de ondergrens van verantwoord beheer gehanteerd.

Uitvoering
De gemeente Heerde heeft ongeveer 218 kilometer wegen (exclusief onverharde wegen) in beheer. De totale oppervlakte van deze verharding bedraagt 1.563.800 m². Eens per vier jaar wordt het beheerplan geactualiseerd. In november 2025 is het beheerplan voor het laatst geactualiseerd.

Voor het onderhoud van wegen is structureel een exploitatiebudget van €670.000,- beschikbaar. Op basis van het beheerplan 2025-2029 is voor het in stand houden van beeldkwaliteit C een gemiddeld jaarlijks exploitatiebudget van €826.000,- noodzakelijk. Dit betekent dat een jaarlijkse achterstand ontstaat van €156.000,-, oftewel €624.000,- over de looptijd van het beheerplan. Indien het beschikbare budget structureel lager blijft dan het benodigde onderhoudsbudget kan dit op termijn leiden tot een verslechtering van de kwaliteit van de verharding of tot hogere kosten voor herstelmaatregelen.

Naast het exploitatiebudget is voor de periode 2025-2028 een investeringsbudget van €350.000,- per jaar beschikbaar voor het opnieuw inrichten van wegen.

Civiele kunstwerken
Beleidskader
Het beleidskader voor de civiele kunstwerken is vastgelegd in de Kwaliteitsvisie 2015. Hierin is de gewenste onderhoudskwaliteit vastgesteld op CROW-beeldkwaliteit C.

Uitvoering
De gemeente Heerde heeft in totaal 245 civiele kunstwerken in beheer met een totale kapitaalswaarde van €41,7 miljoen. Deze kunstwerken bestaan uit 5 houten bruggen, 47 betonnen bruggen, 3 kunststof bruggen, 4 viaducten, 144 duikers, 24 damwanden, 15 steigers, 1 tunnel, 1 trekpontje en 1 haven waarvan de gemeente eigenaar is.

De financiële consequenties voor de instandhouding van deze kunstwerken zijn opgenomen in het beheerplan kunstwerken 2024-2027. Het exploitatiebudget, gebaseerd op onderhoudsniveau C, bedraagt €230.750,- per jaar.

Openbare verlichting
Beleidskader
Het Beleidsplan Openbare Verlichting 2015-2025 vormt het kader voor de wijze waarop de gemeente omgaat met de verlichtingsopgave in de openbare ruimte. Het gewenste onderhoudsniveau van de openbare verlichting is in de Kwaliteitsvisie 2015 vastgesteld op CROW-beeldkwaliteit B.

Uitvoering
In de gemeente Heerde staan ongeveer 3.600 lichtpunten. Het beheer richt zich op tijdige vervanging van lichtmasten en armaturen, waarbij het verlichtingsniveau wordt verbeterd en waar mogelijk het energieverbruik wordt verminderd door toepassing van LED-armaturen.

Het beleidsplan openbare verlichting bevat tevens het beheerplan en het uitvoeringsprogramma. Het jaarlijks beschikbare exploitatiebudget voor beheer en onderhoud bedraagt €62.900,-.

Openbaar groen
Beleidskader
De strategie en beleidsuitgangspunten voor het openbaar groen zijn vastgelegd in het Groenbeleidsplan Heerde 2013-2018. Het gewenste kwaliteitsniveau voor het onderhoud van het openbaar groen is opgenomen in de Kwaliteitsvisie 2015. Hierin is bepaald dat het onderhoudsniveau CROW-beeldkwaliteit C wordt gehanteerd.

Uitvoering
De gemeente Heerde onderhoudt 614.237 m² beplanting inclusief bosplantsoen, 12.314 meter hagen, 2.946 are intensief gazon, 925 are bermen en circa 15.700 bomen. Voor de uitvoering van het onderhoud van het openbaar groen is in 2016 het Beheerplan Openbaar Groen 2016-2020 vastgesteld.

Het beschikbare exploitatiebudget voor beheer en onderhoud, gebaseerd op CROW-beeldkwaliteit C, bedraagt jaarlijks €420.000,-.

Daarnaast is voor het openbaar groen jaarlijks een investeringsbudget van €60.000,- beschikbaar.

Speelvoorzieningen
Beleidskader
Het beleid ten aanzien van speelvoorzieningen is vastgelegd in het Beleidsplan Spelen 2016-2025. Het gewenste kwaliteitsniveau voor het onderhoud van de speelvoorzieningen is in de Kwaliteitsvisie 2015 vastgesteld op CROW-beeldkwaliteit B.

Uitvoering
De gemeente Heerde onderhoudt 35 speelplekken met in totaal 294 speeltoestellen. Daarnaast voert de gemeente de verplichte controles uit voor de speeltoestellen van de vier speeltuinverenigingen binnen de gemeente.

De gemeente is eindverantwoordelijk voor de onderhoudsstaat en veiligheid van alle speeltoestellen in de openbare ruimte en de toestellen die zij laat keuren. Op basis van CROW-beeldkwaliteit B bedraagt het jaarlijks beschikbare exploitatiebudget voor de speelvoorzieningen €39.000,-.

Naast het exploitatiebudget is voor de vernieuwing van speelvoorzieningen een jaarlijks investeringsbudget van €25.000,- beschikbaar.

Bos
Beleidskader
Het beleid voor het gemeentelijk bos is vastgelegd in de Bosvisie 2020. In dit beleidsdocument wordt ingegaan op de verschillende functies van het bos, waaronder natuur, recreatie en houtproductie.

Uitvoering
De gemeente Heerde beheert ongeveer 383 hectare bos en 147,5 hectare overige natuurgebieden. Voor de uitvoering van het beleid wordt jaarlijks een beheerplan opgesteld en vastgesteld.

Het beschikbare exploitatiebudget voor het beheer en onderhoud van het gemeentelijk bos bedraagt, op basis van de huidige begroting, €28.530,- per jaar. Dit budget is bestemd voor de uitvoering  van de reguliere werkzaamheden. 

De opbrengsten uit onder andere pacht en houtverkoop overstijgen structureel de onderhoudslasten. Hierdoor is sprake van een positief financieel resultaat binnen het bosbeheer.

Gebouwen
Beleidskader
Het beleid voor het gemeentelijk vastgoed is vastgelegd in het beheerplan 2026–2031. Voor ieder complex is een meerjarenonderhoudsrapportage (MJOP) opgesteld. Iedere vijf jaar worden de gemeentelijke gebouwen geïnspecteerd, waarna een geactualiseerde MJOP wordt opgesteld. Deze wordt aangevuld met duurzaamheidsmaatregelen (DMJOP).

Uitvoering
De gemeente is eigenaar van 43 gebouwen, waaronder multifunctionele accommodaties (MFA’s), het gemeentehuis en de gemeentewerf, het raadhuis, sportzalen, een brandweerkazerne, diverse scholen, kleedruimten van voetbalverenigingen, gebouwen op begraafplaatsen en ander maatschappelijk vastgoed, zoals een jacht- en politieonderkomen, een muziekkoepel en de oude ossenstal.

Waar nodig worden gebouwen, mede vanwege wettelijke kaders, aangepast aan Arbo-eisen, duurzaamheidseisen, brandveiligheid en gebruiksvergunningen. Daarnaast zijn de beheerstaken per 2025 uitgebreid met de MFA’s De Heerd en Bredeschool, als gevolg van het geactualiseerde accommodatiebeleid van de gemeente Heerde en de komst van de nieuwe MFA Wapenveld.

 

Paragraaf Verbonden partijen

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Paragraaf Verbonden partijen

Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. Bestuurlijk belang betekent dat de gemeente een zetel in het bestuur heeft van een rechtspersoon en/of stemrecht heeft. Onder financieel belang wordt verstaan dat de gemeente de ter beschikking gestelde middelen kwijtraakt ingeval van faillissement van de verbonden partij en /of als de financiële problemen bij de verbonden partijen verhaald kunnen worden op de gemeente. In deze paragraaf is een overzicht van de verbonden partijen en de verwachte financiële en organisatorische ontwikkeling van die verbonden partijen opgenomen.
Het verstrekken van subsidies aan instellingen valt niet onder het hier bedoelde begrip verbonden partijen, omdat geen sprake is van een bestuurlijke participatie en bij faillissement geen sprake is van juridische aansprakelijkheid.

Het gemeentebestuur (raad en college) van twee of meer gemeenten kunnen afzonderlijk of tezamen een samenwerkingsverband oprichten waarin bepaalde (gemeentelijke) taken en/of bevoegdheden worden ondergebracht. Dit samenwerkingsverband wordt een gemeenschappelijke regeling (GR) genoemd.


Beleidskaders

Artikel 15 van het BBV zegt dat de paragraaf betreffende de verbonden partijen tenminste bevat:

  1. de visie op de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen.
  2. de lijst van verbonden partijen die wordt onderverdeeld in:
  • Gemeenschappelijke regelingen;
  • Vennootschappen en coöperaties (niet van toepassing);
  • Stichtingen en verenigingen (niet van toepassing);
  • Overige verbonden partijen.

     3.  De lijst van verbonden partijen.

In de lijst van verbonden partijen is tenminste de volgende informatie opgenomen:

  • Het openbaar belang dat ermee wordt gediend;
  • Het belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar;
  • De verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar;
  • De verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar;
  • De eventuele risico's van de verbonden partij voor de financiële positie van de gemeente.

 

Gemeenschappelijke regelingen

Werkleerbedrijf Lucrato (vestigingsplaats Apeldoorn)
Openbaar belang
Werkleerbedrijf Lucrato bemiddelt tussen werkgevers en werkzoekenden die extra ondersteuning nodig hebben bij het vinden van betaald werk. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de Participatiewet (sociale werkvoorziening plus re-integratie). De gemeenten Apeldoorn, Epe en Heerde participeren in deze GR.   

Bestuurlijk belang
In GR-verband houden de gemeenten Apeldoorn, Epe en Heerde toezicht. Vanuit elke gemeente is een collegelid afgevaardigd in het bestuur.

Financieel belang

De bijdrage die Lucrato ontvangt van de gemeente Heerde is gelijk aan de ontvangen rijksvergoeding voor het WSW-deel uit de Participatiewet. Het financieel beland, gerelateerd aan de SW-bijdrage, bedraagt 8%. In 2025 is er €2.266.000,- aan Lucrato uitbetaald.


GGD Noord- en Oost Gelderland (vestigingsplaats Warnsveld)
Openbaar belang
De GGD Noord- en Oost Gelderland werkt aan het bevorderen van de gezondheid en het voorkomen van gezondheidsproblemen bij inwoners van Noord- en Oost-Gelderland. De gemeente Heerde neemt (wettelijk verplicht) deel aan deze gemeenschappelijke regeling tezamen met 21 andere gemeenten.

Bestuurlijk belang
De gemeente Heerde heeft zitting in het algemeen bestuur. De stemverhouding is 1 stem per 10.000 inwoners; Heerde heeft 2 stemmen. Het algemeen bestuur beslist bij meerderheid van stemmen.

Financieel belang
De bijdragen die de gemeenten betalen aan de GGD is gebaseerd op  het aantal inwoners; voor enkele specifieke taken geldt een afwijkende verdeelsleutel. Het financieel belang bedraagt 2,5%. In 2025 is er €437.000,- aan de GGD uitbetaald.

 

Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland; VNOG (vestigingsplaats Apeldoorn)
Openbaar belang
De Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland is 1 van de 25 veiligheidsregio's in Nederland en is dagelijks bezig met het voorkomen van rampen en crisissen en met de coördinatie van hulpverlenende partijen. Hiermee geeft deze organisatie uitvoering aan de brandweertaken en de GHOR. De gemeente Heerde neemt (wettelijke verplicht) deel aan deze gemeenschappelijke regeling tezamen met 21 andere gemeenten. De visie van de VNOG luidt als volgt:

  • De VNOG is dé organisatie in de regio voor samenwerking aan veiligheid;
  • De VNOG helpt mens en dier in nood en ondersteunt om gevaar te voorkomen;
  • Bij een incident, crisissituatie of ramp staat de VNOG garant voor professionele hulpverlening;
  • De VNOG zet in op zelfredzaamheid;
  • De VNOG verzamelt, monitort, analyseert en duidt data;
  • De VNOG voert ondersteunende werkzaamheden uit zoals oefenen, opleiden, inkoop, onderhoud en administratie;
  • De VNOG zet in op samenwerking met vele partners en geeft als missie: 'Samen werken aan veiligheid'

Bestuurlijk belang
De gemeente Heerde heeft zitting in het algemeen bestuur.

Financieel belang
De bijdragen die de gemeenten betalen aan de VNOG is gebaseerd op het aantal inwoners; voor enkele specifieke taken geldt een afwijkende verdeelsleutel. Het financieel belang bedraagt 2,02%.  In 2025 is er €1.189.000,- aan de VNOG uitbetaald.

 

Omgevingsdienst Veluwe (vestigingsplaats Apeldoorn)
Openbaar belang
De Omgevingsdienst Veluwe behandelt voor de deelnemers de aanvragen voor vergunningen in het kader van het omgevingsrecht, toets meldingen, houdt toezicht op en handhaaft de milieuaspecten in het kader van de Omgevingswet. Zij voert deze taken uit voor 12 gemeenten en de provincie Gelderland. De ODVeluwe is op 1 januari 2024 ontstaan uit een fusie tussen de Omgevingsdienst Noord-Veluwe (ODNV) en de Omgevingsdienst Veluwe IJssel (OVIJ).

Bestuurlijk belang
De gemeente Heerde heeft zitting in het algemeen en dagelijks bestuur.

Financieel belang
De bijdragen die de gemeenten betalen aan de ODVeluwe zijn gebaseerd op de afgenomen taken; deze zijn in verschillende pakketten ondergebracht. Het financieel belang bedraagt 3,4%. In 2025 is er €520.000,- aan de OD Veluwe uitbetaald.

 

PlusOV (vestigingsplaats Lochem)
Openbaar belang
Plus OV heeft als kernactiviteit het efficiënt organiseren van comfortabel en veilig doelgroepenvervoer binnen de kaders van de gesloten dienstverleningsovereenkomst. Concreet betekent dit het verzorgen van WMO-vervoer (dagbesteding/dagbehandeling), leerlingenvervoer en vervoer van mensen die geen gebruiken kunnen maken van eigen vervoer of openbaar vervoer.

Bestuurlijk belang
De gemeente Heerde heeft zitting in het algemeen bestuur.

Financieel belang
De bijdragen die de gemeenten betalen aan PlusOV zijn gebaseerd op het aantal vervoersbewegingen. Voor de verdeling van de vaste kosten geldt een afwijkende verdeelsleutel.  Het financieel bedraagt 9,0%. In 2025 is er €1.059.000,- aan PlusOV uitbetaald. 

 

Regio Stedendriehoek (vestigingsplaats Deventer)
Openbaar belang
Regio Stedendriehoek werkt in regionaal verband gezamenlijk aan opgaven als verstedelijking, landelijk gebied, mobiliteit, arbeidsmarkt en energietransitie. Gestreefd wordt  naar een gezamenlijk beeld voor de toekomst met de partners in de Stedendriehoek. Het samenwerkingsverband bestaat uit 8 gemeenten en de provincies Gelderland en Overijssel.

Bestuurlijk belang
De gemeente Heerde heeft zitting in het algemeen en dagelijks bestuur.

Financieel belang
De bijdragen die de gemeenten betalen aan de Cleantech regio zijn gebaseerd op het aantal inwoners.  Het financieel belang bedraagt 4,3%. In 2025 is er €175.000,- aan Regio Stedendriehoek uitbetaald.

 

Bedrijfsvoeringsorganisatie H2O (vestigingsplaats Hattem)
Openbaar belang
De Bedrijfsvoeringsorganisatie H2O voert namens en voor de deelnemende gemeenten, ondersteunende processen en uitvoeringstaken uit op het terrein van bedrijfsvoering. Op dit moment beperkt de organisatie zich nog tot de ICT en automatiseringstaken voor de deelnemende gemeenten Hattem, Oldebroek en Heerde. Deze organisatie biedt werkplekondersteuning bij het dagelijks gebruik van ICT-systemen aan ruim 1.000 gebruikers op 11 verschillende locaties en biedt infrastructurele oplossingen waarop de digitale informatiebehoefte technisch kan worden vormgegeven.

Bestuurlijk belang
De gemeente Heerde heeft zitting in het bestuur.

Financieel belang
De bijdragen die de gemeenten betalen aan de Bedrijfsvoeringsorganisatie H2O zijn gebaseerd op meerdere verdeelsleutels zoals inwoners, aantal accounts, ultrabooks, thin cliënts, etc. Het financieel belang bedraagt 34,3%. In 2025 is er €1.138.000,- aan de BVO H2O uitbetaald. 

 

Noord-Veluws Archief (NoVA) (vestigingsplaats diverse)
Openbaar belang
NoVA is de nieuwe archiefdienst voor de Noord-Veluwe, die in 2025 is ontstaan vanuit de samenwerking tussen het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe (SMWV) en het Streekarchief Epe, Hattem en Heerde (SEHH). deze organisatie beheert de archieven van acht verschillende gemeenten; voornamelijk overheidsarchieven, maar ook archieven van verenigingen, bedrijven en families conform de richtlijnen die zijn opgenomen in de Archiefwet 1995.  De collectie bevat documenten, kranten, foto's, video's, kaarten, prenten etc. Deze zijn voor iedereen raadpleegbaar; digitaal op de website of in de studiezalen van de vestigingen.

Bestuurlijk belang
De gemeente Heerde heeft zitting in het bestuur.

Financieel belang
De bijdragen die de gemeenten betalen aan NoVA zijn grotendeels gebaseerd op het aantal inwoners. Daarnaast geldt er een vaste bijdrage die op termijn wordt afgebouwd. Het financieel belang bedraagt 7,2%. In 2025 is er €131.000,- aan NoVA uitbetaald.

Financiële gegevens

 

Paragraaf Lokale heffingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Paragraaf Lokale heffingen

Algemeen

De paragraaf lokale heffingen geeft informatie over het heffingenbeleid, de geschatte inkomsten, de hoogte van de heffingen, de lokale lastendruk en het kwijtscheldingsbeleid.

 

Beleid

Wat wilden we bereiken?

Bij het bepalen van de tarieven voor gemeentelijke belastingen hanteren we de volgende uitgangspunten:

  • In principe worden de gemeentelijke belastingen jaarlijks met niet meer dan het inflatiepercentage verhoogd.
  • Voor producten en diensten hanteren we zoveel mogelijk kostendekkende tarieven.

Hieronder staat in het kort hoe we omgaan met deze uitgangspunten in het kader van de Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) voorschriften.

Op grond van de gegevens uit de Meicirculaire 2024 is het indexpercentage bepaald op 2,8%.

De tarieven voor onroerendezaakbelastingen,  begraafplaatsrechten, leges en  marktgelden zijn voor 2025 ten opzichte van de tarieven voor 2024 met het indexpercentage verhoogd.

De tarieven afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn kostendekkend gemaakt, rekening houdend met de (op basis van de BBV) vastgestelde uurlonen en overhead.

 

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Met de volgende heffingen betaalt de gemeente specifieke kosten:

  • Afvalstoffenheffing voor het ophalen en verwerken van huishoudelijk afval.
  • Rioolheffing voor het beheer van de gemeentelijke riolering.
  • Leges voor vergunningverlening.
  • Begraafplaatsrechten voor kosten van de gemeentelijke begraafplaatsen.

De inkomsten uit de onroerendezaakbelastingen en de toeristenbelasting gebruiken we als algemeen dekkingsmiddel.

 

Lokale heffingen

De lokale heffingen zijn een belangrijke inkomstenbron van de gemeente, naast de inkomsten uit het gemeentefonds en de specifieke inkomensoverdrachten van het Rijk. Sommige lokale heffingen zijn een algemeen dekkingsmiddel, zoals de onroerende zaakbelastingen (OZB) en toeristenbelasting. Andere lokale heffingen dekken specifieke kosten, zoals de afvalstoffenheffing, rioolheffing en begraafplaatsrechten.

 

Waardering onroerende zaken

Volgens de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) zijn gemeenten verantwoordelijk voor de taxatie van onroerende zaken (gebouwen en grond). De WOZ-waarde is het bedrag dat een object zou kunnen opbrengen op de waardepeildatum. De vastgestelde WOZ-waarden worden via beschikkingen bekendgemaakt. Gemeenten, waterschappen en de rijksbelastingdienst gaan uit van dezelfde WOZ-waarde.

De waarde van woningen en niet-woningen stellen we ieder jaar opnieuw vast. Voor het belastingjaar 2025 is de waardepeildatum 1 januari 2024. Eventuele veranderingen aan een object, door bijvoorbeeld verbouw of aankoop van grond in 2024 zijn in de WOZ-waarde betrokken. In dat geval is het object niet getaxeerd naar de situatie op 1 januari 2024, maar naar de toestand op 1 januari 2025. Dit laatste heet de toestandspeildatum.

De Waarderingskamer is een onafhankelijk orgaan dat controleert of gemeenten de Wet WOZ goed uitvoeren. Volgens de Waarderingskamer voert de gemeente Heerde de Wet WOZ voldoende uit. De gemeente ontvangt hiervoor drie sterren op een schaal van 1 tot 5. Dit algemene oordeel is van toepassing op een gemeente die het gehele WOZ-taxaties van goede kwaliteit levert en daarnaast op alle onderdelen van het WOZ-werkproces voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen. We hebben ook voldoende maatregelen getroffen voor adequate aansturing en kwaliteitsbeheersing van de werkzaamheden. De Waarderingskamer heeft toestemming gegeven om de WOZ-beschikkingen voor 2025 te versturen. Eind februari 2025 verstuurden we deze aan de belanghebbenden.

WOZ-bezwaren

In 2025 is voor 339 objecten een bezwaarschrift tegen de  WOZ-beschikking ontvangen (in 2024 294 objecten ). De bezwaarschriften in 2025 hebben betrekking op 336  woningen en 3 niet-woningen. Het aantal bezwaren is in vergelijking met 2024 gestegen met 15,3%.  Landelijk gezien was er sprake van een daling van het aantal bezwaarschriften.  Door de overspannen woningmarkt worden woningen voor een hoger bedrag verkocht. Omdat de WOZ-waarde bepaald wordt op basis van de verkoopprijzen van woningen is de WOZ-waarde gestegen.  Hoewel we meer bezwaren hebben ontvangen zijn er t.o.v. 2024 minder bezwaren toegekend.
Er is tegen 3,8%  van de WOZ-objecten bezwaar gemaakt. In 2024 was dit 3,3%. Op 31 december 2025 waren alle bezwaarschriften over 2024 afgehandeld.  Over 2025 zijn tot op heden 20 beroepschriften ontvangen.

De percentages WOZ-objecten waarvan de waarde na bezwaar is verminderd zijn:

  • Ten opzichte van het aantal objecten waarvoor het bezwaar is afgehandeld: 33,9%  ( 2024 35,4%)
  • Ten opzichte van het totaal aantal objecten:  1,3% (2024: 1,2%).

 

Belastingen

De gecombineerde aanslagbiljetten onroerende zaakbelastingen, het vastrecht voor de afvalstoffenheffing  en rioolheffing zijn eind februari 2025 verzonden. De aanslagen afvalstoffenheffing voor de containerledigingen die in 2024 plaatsvonden zijn ook in januari 2025 verstuurd. In geval van vertrek uit de gemeente of bij overlijden, zijn de containerledigingen in 2024 in rekening gebracht. Voor de overige belastingsoorten gelden andere verzenddata. De belastingen zijn opgelegd in overeenstemming met de door de gemeenteraad vastgestelde verordeningen.

Bij de opstelling van de begroting 2025 en de verordening onroerende zaakbelastingen zijn de WOZ-waarden zo nauwkeurig mogelijk vastgesteld. Voor een aantal objecten is de waardering daarna nog afgerond.

We heffen marktgeld voor het hebben van een kraam, een verkoopwagen of daaraan gelijk te stellen vervoermiddel en het daarbij innemen van grond voor uitstalling van te verkopen artikelen of eetwaren op gemeentegrond die bestemd is voor de openbare dienst.

Toeristenbelasting heffen we voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding, door personen die niet zijn ingeschreven in de gemeente Heerde.

 

Wat zijn de gerealiseerde opbrengsten uit belastingen?

De volgende inkomsten zijn in 2025 uit lokale heffingen ontvangen.

Bedragen * €1.000,-

Lokale heffingen
Belastingsoort Begroting primair Begroting na wijziging Rekening Verschil
OZB eigenaren 5.052 5.277 5.314 37
OZB gebruikers 507 507 482 -25
Toeristenbelasting 305 285 360 75
Totaal 5.864 6.069 6.156 87

Wat zijn de gerealiseerde opbrengsten uit rechten?

Voor het verrichten van diensten en het leveren van producten rekenen we kostendekkende tarieven. In de tarieven van de rioolheffing en de begraafplaatsrechten houden we rekening met kosten van groot onderhoud en vervanging in de toekomst.

In onderstaande tabel zijn de ontvangen rechten zichtbaar.
Bedragen * €1.000

Lokale heffingen
Belastingsoort Begroting primair Begroting na wijziging Rekening Verschil
Afvalstoffenheffing 2.050 2.050 1.986 -64
Begraafplaatsrechten 176 176 174 -2
Marktgelden 18 18 9 -9
Omgevingsvergunningen 491 991 673 -317
Rioolheffing 1.631 1.631 1.662 31
Totaal 4.366 4.866 4.490 -375

Kostendekkendheid

Bedragen * €1.000

Kostendekking Afvalstoffenheffing
Berekening Begroting na wijziging Realisatie
Kosten taakveld Afval 1.727 1.726
Kosten taakveld Wegen 28 14
Kosten KCC-Belastingen 35 42
Inkomsten taakveld Afval excl. heffingen 164 179
Netto toe te rekenen kosten 1.626 1.603
Kwijtschelding 30 20
Overhead 41 41
BTW (investeringen en exploitatielasten) 353 361
Onttrekking voorziening Afval 0 39
Totale kosten 2.050 1.986
Opbrengst heffingen (incl. oninbaar en vermindering) 2.050 1.986
Dekkingspercentage 100% 100%

Het beleid is om voor de afvalstoffenheffing maximaal 100% kostendekkend te zijn. Het tarief van de afvalstoffenheffing wordt geëgaliseerd door de voorziening afval. Begroot was een dotatie aan de voorziening afval van €0,00. In werkelijkheid is er een onttrekking aan de voorziening van €39.000,- geworden. Bovenstaand schema geeft aan dat de kosten en opbrengsten lager uitvallen dan begroot. Het verschil heeft meerdere kostencomponenten.

Bedragen * €1.000

Kostendekking Rioolheffing
Berekening Begroting na wijziging Realisatie
Kosten taakveld 1.232 1.254
Kapitaallasten 27 32
Inkomsten taakveld Riolering excl. heffingen 54 28
Netto toe te rekenen kosten 1.313 1.314
Overhead 207 207
BTW (investeringen en exploitatielasten) 193 194
Onttrekking voorziening 82 49
Totale kosten 1.631 1.666
Opbrengst heffingen (incl. oninbaar en vermindering) 1.631 1.666
Dekkingspercentage 100% 100%

Het beleid is om voor de rioolheffing maximaal 100% kostendekkend te zijn. Het tekort of overschot wordt verrekend met de voorzienig Riolering. Begroot was een onttrekking aan de voorziening riolering van €82.000,-. In werkelijkheid is dit onttrekking geworden van €49.000,-. Het tekort van 2025 is voornamelijk ontstaan uit fors hogere uitgaven voor energie.

Bedragen * € 1.000,-

Kostendekking Begraven
Berekening Begroting na wijziging Realisatie
Kosten taakveld Begraven 696 704
Netto toe te rekenen kosten 696 704
Onttrekking aan de reserve 67 77
Totale kosten 629 627
Opbrengst heffingen (incl. oninbaar en vermindering) 629 627

Dit onderdeel betreft de kostendekkendheid van het ter aarde bestellen. Voor het jaar 2025 was geraamd dat we €67.000,- tekort zouden komen, maar in werkelijkheid is het tekort €77.000,-. Dit verschil heeft meerdere componenten. 

 

Vergelijkend overzicht van de lokale lastendruk

In de Atlas van de lokale lasten staat uitgebreide informatie over de ontwikkeling van de lokale belastingen in de gemeenten. In de uitgave van 2025 staat Heerde met de gemeentelijke woonlasten voor eigenaar-bewoners van meerpersoonshuishoudens op de 239e plaats). Nummer 1 heeft de laagste woonlasten en nummer 342 de hoogste. In 2024 stond Heerde op de 236e plaats van 342 gemeenten.
In onderstaande tabel staan de belastingtarieven en woonlasten in 2025 voor meerpersoonshuishoudens van de gemeente Heerde met een eigen woning, met een gemiddelde waarde, tegenover de landelijke tarieven. De gegevens zijn  afkomstig uit de Atlas van de lokale lasten 2025 van het COELO. 

Belastingsoort Landelijk Heerde
Laagste Gemiddelde Hoogste
OZB woningen 0,03% 0,09% 0,19% 0,12%
OZB niet-woning 0,13% 0,58% 1,39% 0,56%
Afvalstoffenheffing 34 364 602 269
Rioolheffing 106 235 562 185
Woonlasten eigenaar-bewoner 680 1.053 2.117 1.098

In 2025 stegen de woonlasten in de gemeente Heerde ten opzichte van 2024 met €57,00. 
Voor 2025 zijn de gemiddelde woonlasten in de provincie Gelderland voor OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing voor een meerpersoonshuishouden met een eigen woning berekend op €1.055,00. In 2024 waren deze gemiddeld €997,00.  

In onderstaande tabel staan de woonlasten voor 2023, 2024 en 2025 van de gemeenten op de Noord-Veluwe voor meerpersoonshuishoudens met een eigen woning. 

Woonlasten 2023 2024 2025
Putten 746 753 793
Nunspeet 794 841 897
Harderwijk 796 850 962
Elburg 864 918 980
Oldebroek 878 893 944
Heerde 991 1.041 1.098
Hattem 1.070 1.138 1.278
Ermelo 1.143 1.157 1.175

In onderstaande tabel staan de woonlasten (afvalstoffenheffing en rioolheffing) in 2025 voor meerpersoonshuishoudens met een huurwoning in de gemeente Heerde, ten opzichte van de landelijke tarieven. De woonlasten voor huurders zijn in 2025 in Heerde €211,00 lager  dan het landelijk gemiddelde. In de provincie Gelderland zijn de woonlasten voor huurders gemiddeld  €480,00. De reden dat de woonlasten voor huurders in Heerde lager zijn komt omdat de rioolheffing alleen van de eigenaar geheven wordt. In het merendeel van de gemeenten wordt deze ook gedeeltelijk van de gebruiker geheven.  

Woonlasten huurder Landelijk Heerde
Laagste Gemiddelde Hoogste
Woonlasten huurder 34 480 880 269

In onderstaande tabel staan de belastingtarieven en woonlasten voor meerpersoonshuishoudens van de gemeente Heerde in 2025 ten opzichte van de regiogemeenten. Ze staan op volgorde van de hoogte van de woonlasten.

Belastingsoort Putten Nunspeet Harderwijk Oldebroek Elburg Heerde Ermelo Hattem
OZB woningen 0,06% 0,09% 0,10% 0,11% 0,10% 0,12% 0,14% 0,14%
OZB niet-woning 0,36%  0,3912% 0,52% 0,54% 0,40% 0,56% 0,65% 0,77%
Afvalstoffenheffing 210 282 297 281 310 269 215 279
Rioolheffing 212 144 177 175 238 185 220 265
Woonlasten  eigenaar - bewoner 793 897 962 944 980 1.098 1.175 1.278
Woonlaten - huurder 422 282 474 455 548 269 435 385

Kwijtscheldingsbeleid
Particulieren kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van afvalstoffenheffing. Voor belastingen die te maken hebben met een bedrijf is kwijtschelding niet mogelijk. In 2025 is voor €19.628,-  aan kwijtschelding verleend. In 2024 was dit €36.336,-. Tot en met het jaar 2024 werden de kwijtscheldingsverzoeken berekend door GBLT. Vanaf 2025 wordt dit in eigen beheer uitgevoerd.  

In 2025 zijn er in totaal 141 verzoeken ingediend waarvan er 115 zijn toegekend / automatisch verleend en 26 afgewezen. 


Invordering
Vanwege het sociaal incasseren worden er eerst betalingsherinneringen gestuurd voordat we overgaan tot dwanginvordering.  We zien een daling bij het aantal herinneringen en de aanmaningen maar een stijging bij het aantal dwangbevelen.

Omschrijving 2025 2024
Herinnering 849 951
Aanmaning 339  362
Dwangbevel 241 169

Paragraaf Financiering

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Paragraaf Financiering

In deze paragraaf wordt de financieringsfunctie beschreven. De belangrijkste taak hiervan is om te zorgen voor voldoende liquide middelen zodat de gemeente Heerde al haar taken goed kan uitvoeren. Het aantrekken van gelden tegen zo gunstig mogelijke tarieven hoort ook bij deze functie. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een actuele liquiditeitsprognose. Overtollige middelen worden verplicht afgestort naar 's Rijks schatkist. Wel is het toegestaan om deze overtollige middelen onder voorwaarden tijdelijk uit te zetten bij (decentrale) overheden.  
Conform artikel 19 van de Financiële verordening gemeente Heerde 2025 houdt het college zich bij de uitvoering van deze financieringsfunctie aan de richtlijnen en kaders zoals opgenomen in de Wet fido en in het Treasurystatuut gemeente Heerde 2025. Gelet op deze kaders doet het college in deze paragraaf verslag van:

  • De ontwikkelingen;
  • De kasgeldlimiet;
  • De renterisiconorm;
  • Het drempelbedrag schatkistbankieren;
  • De liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte;
  • De rentevisie;
  • De rentekosten en -opbrengsten;
  • Het renteschema.


Beleidskader

De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) en de Gemeentewet zijn kaderstellend voor deze paragraaf.
De Gemeentewet regelt de samenstelling, inrichting en bevoegdheid van het Gemeentebestuur. In de Wet fido staan de regels voor het financieringsbeleid voor gemeenten. De Wet hof is ingesteld om het Nederlandse begrotingstekort zoveel mogelijk te beperken tot de in EU-verband afgesproken toegestane grens van 3%.

Het gemeentelijk beleid is opgenomen in artikel 2 van het treasurystatuut. Hierin staan de volgende doelstellingen beschreven:

  • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;
  • Het tijdig aantrekken van voldoende financieringsmiddelen om het in de begroting vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren;
  • Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-) resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s;
  • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;
  • Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.


Liquiditeitsontwikkeling

Voor het  jaar 2025 was het financieringstekort afgedekt met langlopende geldleningen. Voor 2026 zal er opnieuw geld moeten worden aangetrokken; de in 2022 aangetrokken gelden voor de renovatie- en nieuwbouwprojecten van o.a. De Noordgouw, MFA Hof van Cramer en de basisscholen zijn dan uitgegeven. 


Kasgeldlimiet

De rente onzekerheid voor de korte termijn wordt uitgedrukt in de kasgeldlimiet. Voor 2025 bedraagt deze limiet €5.134.000,- (8,5% van het primitieve  begrotingstotaal). Het is niet toegestaan om voor langere tijd (> 2 achtereenvolgende kwartalen) deze limiet te overschrijden door 'rood' te staan of dit tekort af te dekken met kort vreemd geld (< 1 jaar). De oplossing is dan om een langlopende lening (> 1 jaar) af te sluiten (consolideren). Wanneer het overschrijden van de kasgeldlimiet van tijdelijke aard is dan mag van bovenstaande regel worden afgeweken mits de toezichthouder van de provincie hiervoor goedkeuring verleend.  Zoals te zien is in onderstaande tabel is de kasgeldlimiet in 2025 niet overschreden.


Renterisiconorm

De rente onzekerheid voor de lange termijn wordt uitgedrukt in de renterisiconorm. Het percentage voor de renterisiconorm is vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Spreiding van de looptijd van de leningen en/of leningen afsluiten waarbij jaarlijks wordt afgelost verkleinen de kans op een overschrijding van de renterisiconorm. Uit onderstaande tabel blijkt dat de renterisiconorm niet is overschreden in 2025.


Schatkistbankieren
Het is een wettelijke verplichting om overtollige liquide middelen over te hevelen naar Rijks schatkist (schatkistbankieren). Wel mag er een bedrag aan liquide middelen in 'eigen beheer' worden gehouden; het zogenaamde drempelbedrag. Dit drempelbedrag is een percentage van 2% van het begrotingstotaal van €1 miljoen. De gemeente Heerde zit ruim onder dit drempelbedrag omdat het saldo van de BNG-bank automatisch wordt afgeroomd of aangevuld vanuit de schatkist. In onderstaand overzicht is te zien dat het drempelbedrag niet is overschreden in 2025.


Liquiditeitsprognose, banken en leningen

Jaarlijks worden er een liquiditeitsprognose opgesteld. Deze prognose geeft een inschatting van de in- en uitstroom van liquide middelen (cashflow). Het is een belangrijk hulpmiddel voor het eventueel aantrekken en uitzetten van gelden (financieringsbehoefte).
De gemeente Heerde heeft met drie banken een relatie. De BNG (Bank voor Nederlandse Gemeenten) is de huisbank. Daarnaast heeft de gemeente een rekening bij de Rabobank en bij de ING-bank.
Het gebruik van contante geldmiddelen is beperkt tot de legeskas bij Burgerzaken.
Het saldo van de langlopende geldleningen die de gemeente Heerde heeft afgesloten is op 31 december 2025 €51.430.000,-. Op alle leningen wordt jaarlijks lineair afgelost. Het gemiddelde rentepercentage van deze leningen bedraagt 0,83%.


Rentevisie en -kosten

Rentevisie kan worden omschreven als de toekomstverwachting over de renteontwikkeling, zowel op de geldmarkt (< 1 jaar) - als op de kapitaalmarkt (> 1 jaar). Hoe verder deze periode in de toekomst ligt, hoe moeilijker het is om hierover een voorspelling te doen. De rente is in 2025 vrij stabiel gebleven; de verwachting was dat deze iets zou dalen.  In de begroting is rekening gehouden met een rentepercentage van 3,0% voor nieuw aan te trekken leningen .

Gemeenten (en dus ook de gemeente Heerde), hebben regelmatig behoefte aan geld. Dit houdt verband met de voor de gemeenten geldende financiële richtlijnen waarbij de lasten van de investeringsuitgaven worden gespreid over de jaren waarin de investering wordt afgeschreven. De geldstroom heeft hierdoor pieken en dalen terwijl de exploitatie veel gelijkmatiger verloopt. Hierdoor is het noodzakelijk om investeringen te financieren (=er geldmiddelen voor ter beschikking te krijgen). Daarnaast kan er een financieringsbehoefte ontstaan door een tekort in de rekening van baten en lasten, bijvoorbeeld doordat de lopende inkomsten achterblijven bij de uitgaven. Om in de financieringsbehoefte te voorzien kunnen er interne financieringsmiddelen (reserves) en externe financieringsmiddelen (leningen/rekening-courant krediet) worden ingezet. Door het inzetten van externe financieringsmiddelen (vreemd vermogen) ontstaan er rentekosten.

De rentekosten over het lang vreemd vermogen bedroegen voor 2025 €478.000,-. De rente-inkomsten  over het openstaande banksaldo en de uitzettingen bedroegen €376.000,-.  Per saldo is er afgerond €103.000,- aan rente betaald. Deze rentekosten zijn naar de taakvelden (producten ) doorberekend.


Renteschema

Conform de BBV-richtlijnen is onderstaand renteschema opgenomen. Dit schema geeft inzicht in de werkelijke rentekosten van de gemeente Heerde en de toerekening ervan (e). 

 

Paragraaf Bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Paragraaf Bedrijfsvoering

Deze paragraaf omvat de visie op de gemeentelijke bedrijfsvoering. Omdat bedrijfsvoering tot de verantwoordelijkheid van het college behoort en veelal opgedragen is aan de ambtelijke organisatie, beperkt deze paragraaf zich tot de hoofdlijnen.

Beleidskader
De verplichte paragraaf betreffende de bedrijfsvoering geeft tenminste inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. De gemeente Heerde probeert om, binnen de mogelijkheden van een kleine gemeente, de meest recente inzichten en werkwijzen op het gebied van planning & control, personeelsbeleid en informatievoorziening te volgen.


Management en organisatie
De gemeente werkt aan een organisatie die wendbaar, duidelijk en gericht op de omgeving is. De samenleving verandert snel. Ook zijn gemeenten sterk afhankelijk van geld van het Rijk en van samenwerkingen met andere organisaties. Dit vraagt om goede sturing, duidelijke keuzes en een sterke organisatie.


Organisatieontwikkeling

1. Aansturingsmodel
In 2025 is gewerkt aan een nieuw aansturingsmodel. Hiermee maken we duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe teams worden aangestuurd. Dit moet zorgen voor meer helderheid, betere samenwerking en snellere besluitvorming. De invoering loopt door in 2026.


2. Integraal en projectmatig werken

Veel vraagstukken raken meerdere beleidsterreinen tegelijk. Daarom werken we steeds meer integraal: over afdelingen en teams heen.
Ook versterken we het projectmatig werken. Dat betekent dat we duidelijke opdrachten formuleren, werken met planning en budget en beter sturen op resultaat.


3. Inwonerparticipatie

We vinden het belangrijk dat inwoners en betrokkenen op tijd worden meegenomen bij plannen en projecten. In 2025 is gewerkt aan betere afspraken en een duidelijkere aanpak voor participatie. Zo weten inwoners beter waar ze aan toe zijn en wat er met hun inbreng gebeurt.


Financiële beheersing
De inkomsten uit het gemeentefonds en bijdragen aan samenwerkingen kunnen jaarlijks veranderen. Daarom is het belangrijk om onze inkomsten en uitgaven goed te volgen. In 2025 is extra aandacht besteed aan monitoring en tijdige bijsturing binnen de planning- en-controlcyclus.


Arbeidsmarkt en werkgeverschap
De arbeidsmarkt blijft krap. Het is een uitdaging om voldoende medewerkers te vinden en te behouden. Daarom investeren we in:

  • gerichte werving;
  • ontwikkeling en opleiding van medewerkers;
  • goed leiderschap en duidelijke aansturing.

Ons doel is een organisatie waar medewerkers graag werken en zich kunnen ontwikkelen.


Speerpunten
Voor 2026 blijven de belangrijkste aandachtspunten:

  1. Verdere invoering van het nieuwe aansturingsmodel.
  2. Versterking van integraal en projectmatig werken.
  3. Verbetering van inwonerparticipatie.
  4. Aantrekkelijk en toekomstbestendig werkgeverschap.


Interne beheersing

Rechtmatigheidsverantwoording
Op basis van de Gemeentewet en de financiële verordening is het College van B&W verantwoordelijk voor de getrouwheid en de rechtmatigheid van de jaarrekening en voor het daaraan ten grondslag liggende financieel beheer en legt daarover verantwoording af in de jaarrekening. De accountant oordeelt vervolgens over de getrouwheid van de jaarrekening.

Bij de financiële rechtmatigheid gaat het over drie onderdelen:
1.    Het begrotingscriterium: Zijn de baten en de lasten van de gemeente binnen de kaders (zoals in de financiële verordening is opgenomen) van de begroting gebleven (inclusief wijzigingen) zoals die door de gemeenteraad is vastgesteld?

2.    Het voorwaardencriterium: Wordt de wet- en regelgeving nageleefd bij het aangaan en verwerken van financiële transacties?

3.    Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium: Heeft het college voldoende maatregelen getroffen om misbruik en oneigenlijk gebruik en daaraan gerelateerde fraude te voorkomen?

Om te komen tot een rechtmatigheidsverantwoording moet het college de rechtmatigheid van het financiële beheer toetsen. Deze toetsing vindt plaats door middel van een verbijzonderde interne controle, zoals in het controleprotocol is afgesproken. In 2025 zijn de volgende processen gecontroleerd: Personeel, WMO, Jeugdzorg, Participatie, Subsidies, Leges omgevingsvergunningen, Inkoop en belastingen. 

In het verleden was de goedkeuringstoleranties voor fouten 1% en voor onzekerheden 3%. Door veranderde wetgeving is dit onderscheid vervallen.  Voor fouten en onzekerheden geldt nu een tolerantie van 2%. Hieronder volgt een nadere toelichting op de belangrijkste bevindingen in 2025. 


1. Begrotingscriterium

 

2. Voorwaardencriterium
De integrale spendanalyse over de boekjaren 2022 tot en met 2025 toont 11 bijzonderheden met betrekking tot de naleving van de Europese Aanbestedingswet. 11 dossiers voldoen niet volledig aan de wet en zijn als onrechtmatig aangemerkt. Een deel van deze contracten is in samenwerking met de gemeenten Hattem en Oldebroek in H2O-verband afgesloten en komt daarom niet volledig ten laste van de gemeente Heerde. Verdeling van de betreffende lasten is waar mogelijk gebaseerd op werkelijke facturatie, de factuur onvoldoende inzicht geeft in verdeling over de gemeenten is een algemene verdeelsleutel op inwoneraantal toegepast.

Afgerond gaat het om een onrechtmatigheid op het voorwaardencriterium van €1.489.000,- (zie rechtmatigheidsverantwoording). Dit bedrag bestaat uit 2 onderdelen:

Onrechtmatigheid boekjaar 2025                           €864.000,-

Onrechtmatigheid toekomstige boekjaren           €626.000,-

Totaal onrechtmatigheid                                      €1.489.000.-

 

De onrechtmatigheid van toekomstige boekjaren bestaat voornamelijk uit contracten die in het verleden al zijn aangemerkt als onrechtmatig, maar blijven doorlopen tot deze op de aanbestedingskalender staan of het moment dat nieuwe contract in werking treedt. De uitgaven van deze contracten tot de nieuwe aanbesteding, zijn ingeschat en worden nu al opgenomen bij de totale onrechtmatigheid.

Hieronder volgt een toelichting op de bevindingen en de acties die daaruit voortvloeien.

 

Eigen contracten
Vijf eigen contracten voldoen niet aan alle vereisten uit de Europese Aanbestedingswet. Het contract met betrekking tot de inkoop van energie voor vluchtelingen die verblijven op de opvanglocatie Groot Stokkert bedraagt ruim 50% van de in totaal geconstateerde fout. Het contract hiervoor loopt tot halverwege 2027 en er wordt gekeken of dit contract voor de afloop hiervan aanbesteed kan worden.

Overige bevindingen hebben betrekking op ontwerp en de begeleiding van de bouw van de MFA Wapenveld, de inkoop van brandstof voor de dienstwagens.

Het aantal fouten rondom inhuur is beperkt. Slechts één contract, afgesloten aan het begin van 2025, voldoet niet aan de Europese regels. De maatregelen uit het verleden, bestaande uit het opnieuw informeren van managers over de te volgen procedure en voorlichting over het begrip wezenlijke wijziging, hebben effect gehad. 

 

H2O
De onrechtmatige contracten hebben allen betrekking op software. Het betreft ten dele aflopende contracten die betrekking hebben op applicaties die vervangen worden of zijn. Daarnaast hebben de constateringen betrekking op applicaties die nog in gebruik zijn en uit het verleden al onrechtmatig waren. Opvolging van deze bevindingen zal met de betrokken managers besproken worden. 

 

3. Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium
Omdat oneigenlijk gebruik, op basis van de definitie in het plan van aanpak, weliswaar ongewenst, maar niet onrechtmatig is, is dit onderdeel buiten de controle gelaten.

In de notitie ‘Voorkoming misbruik en oneigenlijk gebruik gemeenten Heerde 2023’ zijn de maatregelen weergegeven die binnen de gemeente plaats vinden ter voorkoming van misbruik. Omdat bij de interne controles wordt gekeken naar de hele gang van zaken binnen het proces komen daarbij ook de mogelijke misbruiken naar boven. Verder heeft er in 2025 een fraude-risico analyse plaatsgevonden. Zowel bij de interne controles als bij de fraude-risicoanalyse zijn geen situaties van misbruik aangetroffen.

 

Risicoanalyse
Op basis van de relevante bepalingen uit het toetsingskader en rekening houdend met de omvang van de financiële geldstromen, is een interne risicoanalyse per proces gemaakt. Door het in beeld brengen van de risico’s is bepaald bij welke processen interne controle van toepassing is. De uitkomsten hiervan komen terug bij het begrotingscriterium.  

Monitoring opvolging aanbevelingen accountant vanuit de managementletter en het verslag van bevindingen
De aanbevelingen van de accountant in de managementletter 2025 zijn in en actielijst opgenomen. Aan deze actielijst wordt nu uitvoering gegeven. De voortgang van de acties wordt door de concerncontroller gemonitord en periodiek gedeeld met het college. Ook de accountant wordt op de hoogte gehouden van de voortgang. De op- en aanmerkingen uit het verslag van bevindingen bij de jaarrekening 2025 worden aan de actielijst toegevoegd.  

 

Planning en control                        

Inzicht in de overheadkosten
Kosten die niet rechtstreeks verband houden met het primaire proces worden in de begroting opgenomen onder de noemer 'Overhead'. Voorbeelden van deze kosten zijn: huisvestingskosten (gemeentehuis, -kantoor, -werf), facilitaire kosten, kosten van P&O, automatiseringskosten, MT en ondersteunende afdelingen. Kostendekkende exploitaties, grexen etc. worden verhoogd met een opslagpercentage voor deze overhead. Dit opslagpercentage wordt extracomptabel bepaald. De berekeningsmethodiek hiervan is vastgelegd in de financiële verordening.
Voor 2025 is het normale overheadpercentage vastgesteld op 47,68% (van het totaal van de apparaatskosten). Voor de kostendekkende exploitaties 'Riolering en Reiniging' wordt een percentage van 29,25% gehanteerd; voor de kostendekkende exploitatie 'Begraven' geldt een overheadpercentage van 21,95%.
Voor 2025 zijn de volgende uurtarieven voor de afdelingen gehanteerd (exclusief overhead):

  2025 2024
Management € 100,67  € 92,35
Bestuur- en bedrijfsondersteuning en -advisering € 61,83 € 49,96
Dienstverlening en informatiebeheer € 61,09 € 58,10
Belastingsamenwerking € 62,31 -   
Realisatie, onderhoud en beheer € 54,39 € 50,11
Ruimte, ondernemen en wonen € 53,83
€ 61,50
Sociaal maatschappelijke verbinding € 68,21
€ 68,03

Beleidsindicatoren en kengetallen
in deze jaarstukken zijn beleidsindicatoren en kengetallen opgenomen. Deze informatie komt grotendeels van de website 'Waarstaatjegemeente.nl' en geeft tevens een vergelijk met de 'gemiddelde gemeente'. Iedere gemeente is verplicht om deze informatie in de begroting op te nemen zodat een onderling vergelijk mogelijk wordt.

 

Taakvelden i.p.v.  functies
De budgetten zijn onderverdeeld in taakvelden en vervangen daarmee de IV-3 functies. Uitgangspunten voor deze taakvelden zijn onderlinge vergelijkbaarheid, herkenbaarheid, aansluiting op de gemeentelijke praktijk en relevantie voor beleidssturing. In deze begroting is een aparte bijlage opgenomen met alle taakvelden en de daarbij behorende budgetten.


Personeelsbeleid

De ontwikkelingen in de samenleving vragen om een andere rol van de gemeente en haar medewerkers. De ambitie van de organisatie vraagt een andere rol van medewerkers. Het goed ondersteunen en faciliteren is daarbij belangrijk. De P&O-instrumenten worden hierop voortdurend geactualiseerd (o.a. HR-visie, strategische personeelsplanning, vitaliteitsbeleid en opleidingsbeleid). Op dit moment worden de medewerkers opgeleid in het projectmatig werken  en wordt ingezet op integraliteit.  

Formatie 2025: 186,51 FTE (inclusief griffie). In 2024 was de formatie 169,82 FTE.  De uitbreiding van de formatie is het gevolg van het in dienst nemen van diverse collega's die werkzaam zijn voor de H2OE-gemeenten en die bij de gemeente Heerde in dienst zijn gekomen (belastingsamenwerking en functioneel beheer). De loonkosten worden voor het merendeel naar de deelnemende gemeenten doorbelast. Het ziekteverzuim in 2025 is uitgekomen op 7,1%; veelal veroorzaakt door langdurig verzuim. 

 

Inkoop en Aanbesteding
In 2025 heeft de inkoopafdeling bijgedragen aan een rechtmatige, doelmatige en transparante besteding van publieke middelen. De focus lag op professionalisering van de inkoopfunctie, samenwerking binnen H2O, maatschappelijke meerwaarde en verdere digitalisering van processen.

 

Aanbestedingen en resultaten
In 2025 zijn diverse complexe en/of Europese aanbestedingen begeleid. Enkele aanbestedingen hebben nog een doorloop naar 2026. 

  • Levering van kantoorartikelen (ISNV)
  • Energie (ISNV)
  • Onderhoud openbare verlichting (ISNV)
  • Key2DDS Datadistributie/ gegevensmagazijn (H2O)

De aanbestedingen hebben bijgedragen aan rechtmatigheid, transparantie, optimale prijs-kwaliteitverhouding en realisatie van beleidsdoelstellingen.

 

Rechtmatigheid en interne beheersing
De H2O-gemeenten maken gebruik van een spendanalysetool en vaste interne beheersmaatregelen om rechtmatigheid te borgen. In 2025 is periodiek gecontroleerd op:

  • naleving van aanbestedingswetgeving en interne regels.
  • mandaat- en bevoegdhedenstructuur.
  • contractregistratie en beheer.

Eventuele afwijkingen worden geregistreerd en voorzien van verbetermaatregelen.

 

Contractmanagement en digitalisering
Door verdere standaardisatie en digitalisering van processen is grip op contractbeheer, leveranciersprestaties en monitoring versterkt. Dit draagt bij aan een effectieve uitvoering van de organisatie- en inkoopbeleidsdoelstellingen.

 

Vooruitblik
In 2026 wordt ingezet op verdere professionalisering, versterking van maatschappelijke doelstellingen, digitalisering en strategische positionering van de inkoopfunctie binnen H2O.

 

Informatievoorziening
Het strategisch informatiebeleidsplan in H2O-verband heeft een horizon tot 2027 en beschrijft diverse uitgangspunten en doelstellingen voor de komende jaren. Het plan heeft als doel om invulling te geven in de ontwikkelrichting die de gemeenten Hattem, Heerde en Oldebroek in de komende jaren gezamenlijk willen inslaan, waaronder: werken aan een stevige basis op orde, datagedreven werken, toepassen van kunstmatige intelligentie (AI), het doorontwikkelen van de digitale dienstverlening, het doorontwikkelen van de IV-organisatie en het werken aan een verhoogd i-bewustzijn. Op veel van deze onderwerpen zijn er mooie stappen gezet. Zo is er een visie voor AI opgesteld, zijn we meer zaakgericht gaan werken en zijn deze processen ook digitaal beschikbaar, is er een cloud strategie en cloud beleid opgesteld. Daarnaast zijn er natuurlijk noodzakelijke vervangingen van systemen gedaan die uiteindelijk ook bijdragen aan een efficiënte bedrijfsvoering en verbetering van de dienstverlening. Op het gebied van data gedreven werken hebben we nog een slag te maken. Om de opbouw en uitvoering van de projectenportfolio goed te ondersteunen is IV-governance herzien en verder aangescherpt. Het opdrachtgeverschap voor gezamenlijke i-projecten en grote wijzigingen zal door de drie organisaties nog verder ontwikkeld moeten worden. Essentieel daarbij is dat we uitgaan van het principe ‘Generiek, tenzij…’ waardoor we meer standaardiseren. We willen daarmee de kosten voor de ontwikkeling, het onderhoud en het beheer van de informatievoorziening zo laag mogelijk houden.

Daarnaast zijn er tal van nieuwe of aangepaste wet- en regelgeving, zowel nationaal als op Europees niveau. Deze wijzigingen hebben doorgaans veel impact op de totale bedrijfsvoering van de gemeente. We pakken dit zo veel mogelijk gezamenlijk op in de H2O-samenwerking, wat efficiëntievoordeel oplevert. Deze veranderingen en opgaven hebben we meegenomen in de herijking van de ‘Visie op samenwerking informatievoorziening H2O’. In 2025 zijn we ter implementatie van nieuwe wetgeving onder andere projecten gestart voor de Wmebv en de WOO-actieve openbaarmaking. Deze trajecten lopen door in het komende jaar.

Het landschap van gegevensuitwisseling tussen overheidsinstanties en ketenpartners wordt steeds meer gevormd door een geïntegreerde benadering, waarbij concepten als ‘Common Ground’ en ‘Haal Centraal’ een essentiële rol zullen spelen. Ook een gegevensmagazijn volgens de GEMMA definitie mag in deze structuur niet ontbreken. Deze concepten worden samengebracht om een robuuste, efficiënte en toekomstbestendige gegevensinfrastructuur te creëren.
Om dit samen te brengen is een geavanceerde en zeer gestroomlijnde aanpak vereist. Alhoewel de landelijke initiatieven nog volop in (door)ontwikkeling zijn, is het voor de H2O-gemeenten essentieel om de ontwikkelingen op de voet te volgen, voorbereid te zijn en daar waar mogelijk, voor te sorteren op de onontkoombare transities.
Om aansluiting te houden en stand-by zijn, is het voor de H2O-gemeenten vereist, om in ieder geval, een geavanceerd en toekomstbestendige datadistributiesysteem in huis te hebben. Vanuit de common ground gedachte zijn we gestart met een traject om hiervoor een open source toepassing te gaan gebruiken die met een aantal grote gemeenten is ontwikkeld.  

Financiën
Om de financiële beheersbaarheid te verbeteren en beter te kunnen sturen op de ICT-kosten hebben we voor de BVO H2O een aantal nieuwe kostenplaatsen geïntroduceerd (Informatiebeveiliging en Dienstverlening). Ook in 2025 krijgen we te maken met verhoging van de ICT-kosten als gevolg van indexatie van de salarissen (cao) en de licentiekosten. We hebben de afgelopen jaren een toename gezien van het aantal software licenties en werkplekken vanwege een toename van personeel én uitbreiding van het aantal applicaties. De verwachting is dat in 2025 die trend ook zal doorzetten.
Door binnen H2O steeds meer dezelfde applicaties te gaan gebruiken en die generiek in te richten zullen naar verloop van tijd ook besparingen op de ICT-kosten zichtbaar moeten worden. De verwachting is dat we in 2025 dat nog niet of heel beperkt gaan merken.
Zoals hiervoor al gemeld, worden de eisen voor privacy en informatiebeveiliging steeds strenger. We nemen (extra) maatregelen daar waar de risico’s het grootst zijn of noodzakelijk vanuit wet- en regelgeving. Voor de implementatie van al die maatregelen zetten we in 2025 een projectleider in.

 

Informatieveiligheid
Met de aanstaande wijzigingen in de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), de komst van de Cyberbeveiligingswet/NIS2 (Cbw) en de aanscherping van de auditeisen (naast Opzet en Bestaan moeten we steeds vaker de Werking ook aantonen) zullen we meer aandacht moeten hebben voor de volgende onderwerpen om de hoogste risico’s voor de gemeente te reduceren. Bij deze onderwerpen werken we nadrukkelijk samen in H2O-verband, zodat we onze kennis en capaciteit kunnen bundelen.

  • Bedrijfscontinuïteitsbeheer (BCM/BCP)
    Zijn we als H2O-gemeenten in voldoende mate voorbereid op crises? Het is namelijk niet de vraag OF we worden aangevallen, maar WANNEER. Hier is gewerkt aan een inhaalslag. Het BedrijfsContinuïteitsPlan (BCP) per organisatorische eenheid is in concept gereed. Het actueel houden en periodiek testen zijn hiervan moet nog opgezet worden. Datzelfde geldt voor de inrichting van de crisisorganisatie Informatievoorziening H2O-breed.
  • Autorisatiebeheer
    Het Logisch ToegangsbeveiligingsBeleid (LTB) is inmiddels herschreven naar de nieuwe indeling van de ISO27002/BIO en wordt stap voor stap geimplementeerd.
  • Digitale Weerbaarheid verhogen
    Om de risico’s van digitale aanvallen zo beperkt mogelijk te houden moeten de beveiligingsmaatregelen rondom de ICT-systemen van de H2O-gemeenten op orde zijn. Hiervoor hebben we afspraken gemaakt met de Bedrijfsvoeringsorganisatie H2O.
  • Inventariseren verantwoordelijkheden Internet of Things (IoT) en Procesautomatisering.
    Denk hierbij aan digitale aansturing (veelal via internet) van gemalen, verkeersregelinstallaties, bruggen, klimaatbeheersingssystemen, enz.. Dit is onderdeel van de Cyberbeveiligingswet.
  • Inrichting/borging SLA-management
    Afspraken maken met ICT leveranciers over te leveren diensten en de bijhorende prestaties. Dit is een continu proces.
  • Selecteren en borgen ISMS-tooling voor informatiebeveiliging
    Een Information Security Management System (ISMS) betreft alle zaken en de werkwijze voor het waarborgen van de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van gevoelige data.

 

Privacy
Ook op gebied van privacy werken we samen in H2O-verband. In 2025 is een breed bewustwordingsprogramma gedraaid. Waarbij zowel nieuwe medewerkers als bestaande informatie en prikkelende vragen en zelfs een in scene gezette phishing mail kregen. We maken hierin duidelijk wat er van het privacy-team, lijnmanagers en medewerkers wordt verwacht. Het doel is om de kennis over gegevensbescherming binnen de organisatie te verhogen. Voor nieuwe medewerkers introduceren we trainingen over privacy en informatiebeveiliging via e-learning, workshops en gesprekken met de Privacy Officer (PO). Hierdoor zijn zij vanaf dag één goed geïnformeerd. 

We voeren Data Protection Impact Assessments (DPIA’s) uit via een vaste werkwijze met duidelijke verantwoordelijkheden, zodat we risico's effectief kunnen beheersen. Een inventarisatie van risicoprocessen stelt het privacy-team in staat proactief te handelen en prioriteit te geven aan hoogrisicoverwerkingen.
We blijven systematisch werken aan het verhogen van onze privacy volwassenheid. De eerste externe WPG-audit uitgevoerd. Samen met de betrokken teams zullen we hieraan blijvende aandacht besteden om aan alle vereisten te voldoen.

In de afgelopen jaren is het advies over privacy en de AVG verder geprofessionaliseerd. De komende jaren staan er echter grote uitdagingen voor onze gemeenten. De samenleving digitaliseert in hoog tempo, en datatechnologie en algoritmes spelen een steeds grotere rol bij het analyseren van gegevens en het verbeteren van de dienstverlening aan burgers. Tegelijkertijd brengen deze technologieën ook risico’s met zich mee voor de privacy van inwoners. De uitdaging is om een goede balans te vinden tussen enerzijds de naleving van privacywetgeving en anderzijds het toenemende gebruik van datatechnologie.

 

Technische infrastructuur
De bedrijfsvoeringsorganisatie H2O (BVO H2O) levert en beheert de ICT-infrastructuur voor de H2O-gemeenten. Een betrouwbare en toekomstbestendige ICT-infrastructuur is het fundament voor de dienstverlening aan inwoners, bedrijven en de H2O-gemeenten zelf. In 2025 staat de vervanging van de hardware op de planning. Deze investeringen zijn voor 2025 weer als vervangingsinvesteringen opgenomen. De vervanging is noodzakelijk om aan de eisen en wensen te kunnen blijven voldoen in een omgeving waarin ontwikkelingen elkaar razendsnel opvolgen. Wendbaarheid is daarbij het sleutelwoord. Het is aan de BVO H2O om de ICT-infrastructuur up-to-date te houden en de beschikbaarheid te borgen.
Een andere belangrijke ontwikkeling is vanuit Europese wetgeving de steeds strenger wordende eisen voor privacy en informatiebeveiliging. Een digitale overheid biedt heel veel kansen, maar brengt ook risico’s met zich mee. Om de risico’s te beperken zijn passende beveiligingsmaatregelen nodig.
Ook voor de medewerkers van de H2O-gemeenten is het van belang dat er een digitale werkplek is die hen bij hun dagelijkse werkzaamheden ondersteunt en meer functionaliteiten biedt. Een ‘moderne werkplek’ biedt mogelijkheden om tijd- en plaatsonafhankelijk te werken, samen te werken vanuit één platform, documenten eenvoudig met elkaar of externe organisaties te delen en digitaal met elkaar te kunnen communiceren. In 2025 zal er een ‘moderne werkplek’ beschikbaar zijn.
Ten slotte, zal de BVO H2O ICT-ondersteuning blijven bieden en ICT-advies blijven geven aan de H2O-gemeenten. De BVO H2O gaat zich verder professionaliseren door de servicemanagement processen te optimaliseren en extra diensten voor de H2O-gemeenten uit te voeren, zoals het beheer van alle mobiele apparaten en de kantoorautomatisering (Microsoft 365).

Paragraaf Wet open overheid (Woo)

Terug naar navigatie - Paragraaf Wet open overheid (Woo) - Paragraaf Wet open overheid (Woo)

Wet open overheid
De Wet open overheid (Woo), ingangsdatum 1 mei 2022, legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid en transparantie door in de begroting aan te geven op welke wijze rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. Deze paragraaf is de invulling van deze verplichting voor de begroting 2026. De Wet open overheid kent, samengevat, een viertal belangrijke aspecten:
1.    De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo-contactfunctionaris aan te wijzen;
2.    Verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking;
3.    Verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking;
4.    Het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding.
Door de overheid is zowel incidenteel als structureel budget opgenomen voor de implementatie van de Woo. 

Aan verplichting 1 en 2 wordt voldaan door de gemeente Heerde en richten we ons alleen op het verder automatiseren en verbeteren van (de uitvoering van) het proces. Voor de actieve openbaarmaking voldoen we aan de eisen van de geldende tranche (tranche 1). In H2O verband werken we aan de inventarisatie en mogelijkheid van publicatie van de volgende tranches. Hieronder wordt de stand van zaken van verplichting 3 en 4 verder toegelicht.

 

Actieve openbaarmaking
De Woo stelt de verplichting om 11 benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Deze verplichting is verdeeld in verschillende tranches. Op dit moment is het alleen verplicht de categorieën van tranche 1 openbaar te maken. De gemeente Heerde voldoet aan de verplichtingen van deze tranche. Over de ingangsdatum van de volgende tranches – deze wordt bij Koninklijke Besluiten per informatiecategorie genomen - is nog geen zekerheid tijdens het schrijven van deze openbaarheidsparagraaf.
Om aan de toekomstige verplichtingen te voldoen is er een projectgroep op H2O en gemeentelijk niveau actief. Zaken die centraal voor de drie gemeenten geregeld kunnen worden zoals techniek en communicatie worden in H2O verband uitgevoerd. De arbeidsintensieve inventarisatie van documenten voor de eerstvolgende tranches is een lokale aangelegenheid.

 

Informatiehuishouding op orde
De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen 8 jaar – vanaf mei 2022 - op orde wordt gebracht. In de Archiefregeling wordt uiteengezet wat een overheidsorgaan moet doen om archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en houden. De Woo gaat nog een stapje verder. De VNG heeft een document uitgebracht “Woo wat moeten we NU”. Daarin worden 7 aandachtspunten benoemd. Wij hanteren deze punten, zie hieronder, als leidraad voor de prioritering de komende jaren.

  1. De gemeente heeft de beschikking over of is aangesloten op een e-depotvoorziening: De gerealiseerde fusie van de streekarchieven EHH en NWV en daarmee de oprichting van Nova is een belangrijke stap om dit vorm te geven.
  2. Binnen iedere applicatie is de selectielijst geïmplementeerd: dit betreft het tijdig vernietigen van informatie. Applicaties die met het project Zaakgericht werken’ worden gekoppeld voldoen automatisch. De inventarisatie van de overige applicaties loopt.
  3. Iedere gemeente heeft beheer georganiseerd op emailarchivering: In 2025 is het e-mailbeleid vastgesteld. Dit is de start voor het realiseren van de archivering van e-mails van sleutelfiguren.
  4. Iedere gemeente heeft beheer georganiseerd op tekstberichten: Op dit moment is dit alleen voor de gemeentelijke berichten ingericht.
  5. Iedere gemeente heeft een informatiebeheerplan (minimaal ingericht in werkprocessen, proceseigenaar, in welke applicaties welke data/documenten staat, hoe het beheer is geregeld). Op dit moment zijn het Informatiebeleidsplan 2025 - 2028 en de Beheerregeling informatiebeheer gemeente Heerde (2024) aanwezig. De concretisering hiervan naar het gevraagde informatiebeheerplan zal in 2026 plaatsvinden.
  6. Iedere gemeente hanteert een kwaliteitssysteem voor het informatiebeheer, zoals vastgelegd in artikel 16 van de Archiefregeling: Hieraan wordt gewerkt.
  7. Iedere gemeente heeft een metagegevensschema vastgelegd en aan elk blijvend te bewaren informatieobject metagegevens gekoppeld: Wij hebben nog geen metagegevensschema vastgelegd en zullen dit in 2027 vormgeven. Tot deze tijd wordt      uitgegaan van het MDTO (Metagegevens voor duurzaam toegankelijke overheidsinformatie), die ook de basis zal vormen voor het gemeentelijk metagegevensschema.